Geschiedenis van Armenië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van Armenië

Armenië was een koninkrijk met culturele banden die naar de 5de eeuw v.Chr. teruggaan. In de 1ste v.Chr. bereikte het onder Tigranes de Grote zijn hoogtepunt en groeide tot een invloedrijke mogendheid van Klein-Azië en Mesopotamië, in de periode waar het alle landen tussen de Zwarte Zee en Kaspische Zee omvatte (zie Koninkrijk Armenië)[1].

Oudheid[bewerken]

Perzische en hellenistische periode[bewerken]

Armenië was oorspronkelijk een zelfstandig koninkrijk onder de naam Urartu. In de tijd van de Perzen was Armenië een satrapie (provincie) van het Perzische rijk. Na de val van het Perzische Rijk door de veroveringen van Alexander de Grote, maakte Armenië deel uit van het nieuw ontstane hellenistische rijk. Toen na Alexanders dood het hellenistische rijk uiteenviel, werd Armenië deel van het rijk der Seleuciden.

Koninkrijk Armenië[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Koninkrijk Armenië en Armenia (provincia) voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In 190 v.Chr. stichtte Artaxias het onafhankelijke koninkrijk Armenië. Vooral onder Tigranes de Grote kwam het rijk tot grote bloei. Al snel werd Armenië echter een twistappel tussen de Parthen en de Romeinen, die regelmatig ingrepen in de Armeense troonopvolging. Tussen 115 en 117 werd het gebied korte tijd ingelijfd bij het Romeinse Rijk als de provincia Armenia, maar de bezetting was van korte duur en in 117 werd Armenië opnieuw een koninkrijk. Vanaf 165 was de Armeense onafhankelijkheid verleden tijd en werd het koninkrijk definitief een vazalstaat van het Romeinse Rijk.

Vroege middeleeuwen[bewerken]

Het Armeense koninkrijk op zijn grootst onder Tigranes de Grote van 95 v.Chr.-66 v.Chr.

In 301 was Armenië de eerste formele staat die het christendom aannam als officiële staatsgodsdienst, tien jaar voor Rome het Christendom als godsdienst erkende en lang voor het ook in het Romeinse Rijk de staatsgodsdienst werd in 381. In de vroege Middeleeuwen werd het geregeerd door het koninklijk huis van de Arsjakoeni's. Het land was gedeeld in 15 provincies of staten. Elk van deze staten had een of meerdere vorstelijke huizen. In Vaspoerakan voerden bijvoorbeeld de Artsruni's bewind, in Sloeniek - de Sjuni's, en in de oostelijke gewesten Artsach en Oetiek - de Arransjahieks. De grootste provincie Ajrarat was erfbezit van de Arsjakoeni's.

In 428 n.C werd Armenië veroverd door het Sassanidische Perzische Rijk en er kwam een eind aan dit koninkrijk. Het westen van het land viel onder Byzantijns bestuur. In 451 kwam bijna heel Armenië in opstand tegen de Perzische Rijk, met als gevolg de Slag van Avarajr. Niettemin lukte het de Armeniërs weer onafhankelijkheid te verwerven. Eerst in de 9de eeuw wist Armenië zich vrij te vechten van de Arabieren. Armenië werd weer een koninkrijk onder de Bagratoeniën, met Ani (stad) als hoofdstad. Dit koninkrijk splitste zich in de 11de eeuw af in een aantal semi-onafhankelijke koninkrijken: zoals Vaspoerakan en Sjoeniek. Niet veel later werd Armenië aangevallen door Turken en Mongolen, waarbij het grootste deel van het land verwoest werd (inname van Ani en Kars in 1064). Veel Armeniërs vluchtten naar het westen, waar zij het koninkrijk Cilicisch Armenië stichtten. Het laatste Armeense Rijk, onder het bestuur van de Rubenianen, dat samenwerkte met de Kruisvaarders, duurde tot de 14de eeuw.

Late Middeleeuwen[bewerken]

In 1454 verdeelden het Ottomaanse Rijk en Perzië Armenië onder elkaar. In 1828, na de Tweede Russisch-Iraanse oorlog werd Perzisch Armenië (Oost-Armenë) in het Russische Rijk opgenomen.

Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog vond in het Ottomaanse Rijk de Armeense Genocide plaats (1915-1923), waarbij waarschijnlijk naar schatting 300.000 tot 1,5 miljoen Armeniërs vermoord werden.[2] Hierdoor verloor West-Armenië zijn inheemse bevolking.

Onafhankelijkheid[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog verklaarde Oost-Armenië zich onafhankelijk op 28 mei 1918 als de Democratische Republiek Armenië. President Woodrow Wilson van de Verenigde Staten probeerde het Amerikaans Congres ervan te overtuigen dat de VS Armenië moest besturen als mandaatgebied, wat mislukte. Op 10 augustus 1920 werd Armenië erkend door het Verdrag van Sèvres, dat door westerse mogendheden ook aan de Turken werd opgelegd. Dat verdrag werd als onacceptabel afgedaan door de inmiddels nieuwe Turkse regering, onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk. Een jaar later begonnen de Turken, onder Atatürk, aan een bevrijdingsoorlog.

In december 1922, na de verovering van de Democratische Republiek Armenië door het Rode Leger was Armenië als onderdeel van de Trans-Kaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek een van de stichters van de Sovjet-Unie, waarin het vanaf 1936 de Armeense Socialistische Sovjetrepubliek vormde.

Armenië en Nagorno-Karabach

Armeense leiders bleven verdiept in een lang conflict met de Azerbeidzjaanse Socialistische Sovjetrepubliek over Nagorno-Karabach, een hoofdzakelijk Armeens bevolkte enclave in de Azerbeidzjaanse SSR. Armenië en Azerbeidzjan begonnen in 1988 een oorlog over de enclave; de strijd escaleerde nadat beide landen in 1991 onafhankelijk waren geworden van de Sovjet-Unie. Na het staakt-het-vuren, dat in mei 1994 eindelijk tot stand kwam, heeft Nagorno-Karabach niet alleen bestuur over Nagorno-Karabach maar ook over een beduidend gedeelte eromheen, zodat de Armeense enclave weer verbinding heeft met Armenië. Tijdens de oorlog vonden meer dan 25.000 Armeniërs en Azerbeidzjanen de dood en vluchtten meer dan een miljoen mensen. Nagorno-Karabach had reeds in 1991 de onafhankelijkheid uitgeroepen, maar dat blijft internationaal nog onerkend. De kans op een nieuwe oorlog blijft eveneens vrij groot. De vorige, tot half 2008 president van Armenië, Robert Kotsjarian, was daarvoor president van de republiek Nagorno-Karabach.

In 2001 trad Armenië toe tot de Raad van Europa.

Zie ook[bewerken]

Bronnen
  1. Strabo (1e eeuw) Geographika (XI.xiv.16)
  2. Encyclopædia Britannica; Armenian massacres; Geraadpleegd 25-05-2011.