Historische geografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van de wereld

Theatrum Orbis Terrarum



Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Historische geografie (ook bekend als traditionele culturele geografie of cultuur(landschaps) geografie) is de wetenschap die zich bezighoudt met de historische dimensie van geografische verschijnselen. Het is een onderdeel van zowel de geografie als de geschiedenis. De historische geografie is een relatief klein vakgebied, met ongeveer 15 wetenschappelijk medewerkers in Nederland. Het is ontstaan tussen 1920 en 1930. Het houdt zich vooral bezig met de historische transformatie van het natuurlandschap tot een cultuurlandschap door de mens met de nadruk op de morfologie van het landschap. Daarbij wordt zowel op materiële als immateriële cultuurverschijnselen ingegaan.

Nederland[bewerken]

In Nederland zijn binnen de historische geografie grosso modo twee scholen te ontwaren:

Wageningse School[bewerken]

Nog vóór de Stichting voor Bodemkartering door Cornelis Edelman werd opgericht, verrichtte Willem Oosting bodemgeografisch onderzoek met een sterk historisch-geografisch karakter. Later werd dit voortgezet door de assistente en echtgenote van Edelman, de sociaal-geografe Alida Vlam. De sterke verbondenheid van de historische en sociale geografie met het bodemkundig onderzoek vormt de rode draad binnen het Wageningse onderzoek, dat sterk expandeerde onder leiding van Jelle Vervloet, aanvankelijk afdelingshoofd historische geografie binnen de StiBoKa en vanaf 1988 (buitengewoon/bijzonder) hoogleraar in de historische geografie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Zijn promovendi Theo Spek en Chris de Bont en zijn verdere medewerkers hebben deze lijn voortgezet. Vanuit Wageningen heeft de Wageningse benadering zich verspreid. Theo Spek werd in 2006 aangesteld als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook bij bedrijven, zoals Overland van de Wageningse historisch geograaf en auteur Jan Neefjes en RAAP Archeologisch Adviesbureau, wordt advisering in de Wageningse traditie bedreven door afgestudeerde Wageningse wetenschappers. De Wageningse school richt zich wel op hoog- als laag-Nederland.

Amsterdamse School[bewerken]

Aan de basis van de Amsterdamse School staan Marcus Willem Heslinga aan de Vrije Universiteit en Elisabeth Gottschalk aan de Universiteit van Amsterdam. De studie naar de beheersing van het binnenwater en de ontginning van de veengebieden van Nederland en noordwest-Duitsland waren het centrale thema binnen deze school. Guus Borger zette als hoogleraar aan beide universiteiten deze lijn voort. Toen de VU stopte met haar opleiding, werden de onderzoekers (Aad de Klerk, Albert Thurkow, Taeke Stol) bij de vakgroep van Guus Borger geplaatst. Hier waren ook Jan Beenakker en de promovendi Wim Ligtendag en Henny Kaag van der Boom werkzaam. Aan de VU was Adriaan de Kraker zijn naaste medewerker.

De historisch-geografen aan de Universiteit Utrecht waren vanouds sterk met hun Amsterdamse collega's verbonden, al ontbreekt hier de specifieke nadruk op laag-Nederland. Hans Harten en Hans Renes, waarbij de laatste een promovendus van Vervloet uit de Wageningse School is, hebben vormgegeven aan het vakgebied van de historische geografie in Utrecht.

Vlaanderen[bewerken]

Aan de Universiteit Gent werkt binnen deze onderzoekswetenschap een team onder historicus prof. dr. Erik Thoen en geograaf prof. dr. Marc Antrop. Ze werken verder in de lijn van historicus Adriaan Verhulst.

Zie ook[bewerken]