Guanchen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Guanchesculptuur in Las Palmas (terracotta)
Rotstekeningen in Cueva de Belmaco
Miniatuurvoorstelling in Pueblo Chico in La Orotava, Tenerife
Reconstructie van een Guancheheiligdom op La Gomera
Cueva de Buracas, La Palma
Mummie van een Guanche (Tenerife)

Guanchen (ook: Guanchis of Guanchos of Igwanciyen in het Berbers) is de aanduiding voor de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden. De benaming komt van Guanchinet wat een samentrekking is van twee woorden uit de taal van de oorspronkelijke inwoners: Guan (mens) en Chinet (Tenerife) en betekent dus mens van Tenerife. Volgens Núñez de la Peña hebben de Spanjaarden dit verbasterd tot Guancho.

De Spanjaarden beschreven hen als lange mensen (rond 1,80 meter lang), met enigszins dikke lippen, blond haar en blauwe ogen. Ook leefden de Guanches volgens de oudste beschrijvingen nog in het stenen tijdperk, met een neolithische cultuur met weinig ontwikkelde landbouw en met slechts een rudimentair pictoraal schrift. De taal die gesproken werd staat nu bekend als Guanche. Als overblijfselen van de Guanchecultuur zijn onder meer bewaard gebleven: grotten, aardewerk, petroglieven en de gefloten taal Silbo.

Herkomst[bewerken]

Vanwege hun afwijkende fysiologie en uiterlijk ten opzichte van de mensen uit Spanje of Noord-Afrika was de oorsprong van de Guanchen lange tijd onderwerp van speculatie en discussie.

Vikingen[bewerken]

Een vroegere theorie was dat het hier afstammelingen betrof van verdwaalde Vikingen, die dezelfde haar, ogen en lange bouw hadden. Uit archeologische opgravingen bleek echter dat er al Guancho-koningen waren in de achtste eeuw, ver voor de periode van rooftochten door de Vikingen.

Cro-Magnon[bewerken]

Een andere theorie is dat zij afstamden van cro-magnonmensen uit Noord-Afrika, die daar mogelijk al tijdens het Ibéromaurusien aangekomen zouden zijn. Plinius de Oudere stelt echter, op grond van het relaas van Juba II, koning van Mauretanië, dat de archipel onbewoond was toen de Carthagers er onder bevel van Hanno (de Zeevaarder) voet aan wal zetten. Wel zouden ze de ruïnes van grote gebouwen hebben gezien. Dit suggereert dat de Guanchen niet de eerste bewoners zouden zijn geweest. Uit het ontbreken van ieder spoor van de islam onder de volkeren die de Spanjaarden in de archipel aantroffen zou de conclusie kunnen worden getrokken dat de migratie van deze mensen naar het uiterste westen heeft plaatsgevonden tussen de tijd waarover Plinius schreef en de verovering van noordelijk Afrika door de Arabieren.

Berbers[bewerken]

Omdat de Guanchen een soort verre variant van het Berbers spraken, rees het vermoeden dat zij een zijtak vormden van de Imazighen, oftewel Berbers uit de pre-islamitische tijd, die vanaf de vroegste geschiedenis geheel Noord-Afrika bewoonden van Egypte tot de Atlantische Oceaan. Wellicht waren deze Berbers vroeger blond. Nu zijn zij, na de Arabische kolonisatieperiode door de vermenging met Arabieren en andere volkeren, eerder donker van huid en hebben zij donkere haren.

Hoewel de Guanchen dus mogelijk afstammen van Berbers maar in het algemeen geen Berbertalen meer spreken, zijn er toch mensen die voor de Amazighiteit opkomen, in samenwerking met Berberactivisten in Noord-Afrika.

Voor de Spaanse verovering[bewerken]

De eerste Guanchen verzamelden eetbare gewassen en vingen vis. In de loop der tijd begonnen deze mensen hun gedragspatroon te veranderen: zij begonnen omstreeks het jaar 0 de grond te verbouwen en gingen in groepen wonen. In de jaren die volgden ontwikkelden zij allerlei technieken zoals het cultiveren van gewassen (bonen, erwten, gerst en tarwe), het houden van vee (geiten, schapen en varkens), landirrigatie en pottenbakken. Het gebruik van het wiel was hen onbekend en dus werd al het aardewerk met de hand gevormd; bovendien kenden zij geen metaal en textiel. Zij hulden zich in geitenvellen. Al hun gebruiksvoorwerpen werden gemaakt van aardewerk, steen en hout. Incidenteel werd het aardewerk met eenvoudige hulpmiddelen versierd.

Op de wanden van een aantal grotten op Gran Canaria hebben de Guanchen decoraties aangebracht in de vorm van eenvoudige schilderingen. De Guanchen waren hun kennis omtrent zeevaart kwijtgeraakt en dus was er weinig contact tussen de groepen Guanchen op de verschillende eilanden; iedere groep ontwikkelde zich op zijn eigen wijze. Men vermoedt dat de Berberstammen uit Noord-Afrika in rieten boten naar de eilanden zijn gevaren. Toen deze boten rot werden kon men niet meer naar het Afrikaanse continent terugvaren; op de Canarische Eilanden groeit namelijk geen riet. Bovendien wisten de Berbers niet dat je van hout schepen kon bouwen.

Toen de eerste Spanjaarden op de eilandengroep verschenen woonden de meeste eilandbewoners in grotten; slechts enkele families op Gran Canaria woonden in hutten.

Integratie met de Spaanse overheersers[bewerken]

Veel Guanchen sneuvelden in het verzet tegen de Spanjaarden. Anderen werden gevangen genomen en verkocht als slaven. Velen bekeerden zich tot de rooms-katholieke Kerk en mengden zich door huwelijk met de Spaanse overheersers. Tegenwoordig zijn er echter nog steeds inwoners van de Canarische Eilanden die met trots vermelden dat zij nakomelingen zijn van de Guanchen.

In strikte zin waren de Guanchen alleen de oorspronkelijke bewoners van Tenerife, maar in de loop van de tijd werd deze naam als pars pro toto gebruikt voor de oorspronkelijke bewoners van alle zeven eilanden. De oorspronkelijke bewoners van La Palma hebben echter wel een eigen naam, namelijk de Benahoarieten (Spaans: Benahoares).

Musea en archeologische vindplaatsen[bewerken]

Op verschillende plaatsen kan men de overblijfselen van de cultuur van de Guanchen bestuderen:

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Guanche.