Bestuursorgaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip bestuursorgaan is één van de kernbegrippen in de Algemene wet bestuursrecht.

Een bestuursorgaan is volgens de definitie van artikel 1:1 lid 1 Awb een: "orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld" (a-orgaan), of "een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed" (b-orgaan). Uitzonderingen staan vermeld in art. 1:1 lid 2 Awb.

Om te kunnen vaststellen of een 'orgaan' een 'orgaan' is van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon moet worden gekeken in artikel 2:1 BW. In dit artikel is onder andere opgenomen dat de Staat, de provincie, de gemeente en de waterschappen rechtspersoonlijkheid bezitten. De publiekrechtelijke aard van provincies, gemeenten en waterschappen vloeit voort uit de instelling van deze lichamen door de grondwet (art. 123 en 133). Omdat de Staat (vanzelfsprekend) niet bij wet is ingesteld, wordt verondersteld dat artikel 2:1 BW de publiekrechtelijke aard van dit lichaam bevestigt.

Naast de genoemde openbare lichamen is in art. 2:1 BW opgenomen dat specifieke wetten kunnen bepalen dat andere lichamen, misschien kun je beter zeggen 'entiteiten', rechtspersoonlijkheid bezitten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Dienst Uitvoering Onderwijs en het Commissariaat voor de Media.

Indien wordt vastgesteld dat het om een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon gaat, moet voor de beantwoording van de vraag welke organen bestuursorganen zijn worden gekeken naar de (organieke) wet: in het geval van de gemeente de Gemeentewet, in het geval van de provincie de Provinciewet, enz. Alle personen en colleges die in de desbetreffende wet worden genoemd en enige mate van zelfstandigheid hebben bij het maken van besluiten zijn bestuursorganen, te weten a-organen. Dit betekent dat zij in al hun doen en laten gebonden zijn aan de Algemene wet bestuursrecht. Ambtenaren zijn dus, hoewel ze wel in de wet genoemd kunnen zijn, geen bestuursorganen, maar de burgemeester weer wel.

In het geval van een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed moet er sprake zijn van 'openbaar gezag'. Er is sprake van openbaar gezag indien de persoon of college eenzijdig de rechten en plichten van burgers kan wijzigen en deze bevoegdheid ontleent aan een publiekrechtelijke basis. Is hiervan sprake, dan spreekt men over een b-orgaan. Een voorbeeld hiervan is de APK-keurder. De keurder is op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd tot het keuren van auto's. Hij is alleen in zijn hoedanigheid van APK-keurder een b-orgaan. Een b-orgaan is enkel ten aanzien van het nemen van besluiten in de zin van de Awb gebonden aan de Awb.

In artikel 1:1 lid 2 Awb is onder meer opgenomen dat rechters, de wetgevende macht en de Eerste en Tweede Kamer niet worden aangemerkt als bestuursorgaan. De uitzonderingen gelden niet voor besluiten en handelingen ten aanzien van een ambtenaar als zodanig.

Een aparte categorie bestuursorganen zijn de zelfstandige bestuursorganen (ZBO's). Deze bestuursorganen vallen niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Dit brengt met zich mee dat enkel a-organen en b-organen die bij een speciale wet zijn opgericht een zelfstandig bestuursorgaan kunnen zijn. (merk op dat de term zelfstandig hier in bestuurskundige zin wordt gebruikt, de Awb kent het onderscheid niet.)