Bestuursorgaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip bestuursorgaan is een van de kernbegrippen in de Algemene wet bestuursrecht.

Een bestuursorgaan is volgens de definitie van artikel 1:1 lid 1 Awb een: "orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld", of "een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed". Uitzonderingen staan vermeld in art. 1:1 lid 2 Awb.

Om te kunnen vaststellen of een 'orgaan' een 'orgaan' is van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon moet er worden gekeken in artikel 2:1 BW. In dit artikel is onder andere opgenomen dat de Staat, de provincie, de gemeente en de waterschappen rechtspersoonlijkheid bezitten.

Daarnaast is erin opgenomen dat specifieke wetten kunnen bepalen dat andere lichamen, misschien kun je beter zeggen 'entiteiten', rechtspersoonlijkheid bezitten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Dienst Uitvoering Onderwijs of het Commissariaat voor de Media.

Indien wordt vastgesteld dat het om een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon gaat, moet er voor de beantwoording van de vraag welke organen bestuursorganen zijn worden gekeken naar de (organieke) wet. (In het geval van de gemeente de Gemeentewet). Alle personen en colleges die in de desbetreffende wet worden genoemd zijn bestuursorganen, te weten a-organen. Dit betekent dat zij in al hun doen en laten gebonden zijn aan de Algemene wet bestuursrecht.

Bestuursorganen van de staat zijn: regering, minister, staatssecretaris.

Bestuursorganen van de provincie zijn (art. 6 Provinciewet): de commissaris van de Koningin (CvdK), Provinciale Staten (P.S.) en het college van Gedeputeerde Staten (G.S.).

Bestuursorganen van de gemeente zijn (art. 6 Gemeentewet): de burgemeester, de gemeenteraad en het college van B&W. De wethouder is geen bestuursorgaan.

Bestuursorganen van het waterschap zijn (art. 10 Waterschapswet): een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

In het geval van een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed moet er sprake zijn van 'openbaar gezag'. Er is sprake van openbaar gezag indien de persoon of college eenzijdig de rechten en plichten van burgers kan wijzigen en deze bevoegdheid ontleent aan een publiekrechtelijke basis. Is hiervan sprake, dan spreekt men over een b-orgaan. Een voorbeeld hiervan is de APK-keurder. De keurder is op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd tot het keuren van auto's. Een b-orgaan is enkel ten aanzien van het nemen van besluiten in de zin van de Awb gebonden aan de Awb.

In artikel 1:1 lid 2 Awb is onder meer opgenomen dat rechters, de wetgevende macht en de Eerste en Tweede Kamer niet worden aangemerkt als bestuursorgaan. De uitzonderingen gelden niet voor besluiten en handelingen ten aanzien van een ambtenaar als zodanig.

Een aparte categorie bestuursorganen zijn de zelfstandige bestuursorganen. Deze bestuursorganen vallen niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Dit brengt met zich mee dat enkel b-organen en a-organen die bij een speciale wet zijn opgericht een Zelfstandig bestuursorgaan kunnen zijn. (merk op dat de term zelfstandig hier in bestuurskundige zin wordt gebruikt, de Awb kent het onderscheid niet.)

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren