Duitse Arbeiderspartij
| Deutsche Arbeiterpartei | ||||
| Afbeelding gewenst | ||||
| Partijleider | Anton Drexler | |||
| Opgericht | 5 januari 1919 | |||
| Opgegaan in | NSDAP | |||
| Opheffing | 24 februari 1920 | |||
| Actief in | Beieren | |||
| Hoofdkantoor | München | |||
| Ideologie | nationalisme, antisemitisme | |||
| Kleuren | Bruin | |||
|
||||
De Duitse Arbeiderspartij, afgekort DAP (Duits: Deutsche Arbeiterpartei) werd opgericht op 5 januari 1919 door Anton Drexler, een arbeider die het ambacht machinebankwerker uitoefende. De DAP was de voorloper van de NSDAP (Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei).
De DAP was één van de vele naoorlogse Duitse politieke partijen. Het was een klein partijtje met radicaal-antisemitische en nationaalsocialistische denkbeelden. De kracht lag echter niet in hun denkbeelden maar was te danken aan beschermer en geheime geldschieter: het Thule-Gesellschaft welke was gesticht volgens de vrijmetselarij principes.
In september 1919 besloot Adolf Hitler lid te worden van deze partij. Na verloop van tijd stak hij al zijn beschikbare tijd in de partij. Op 24 februari 1920 probeerde de DAP de eerste massabijeenkomst te organiseren, deze was een schamel succes met een geringe opkomst van 2000 mensen. De bevolking liep echter warm voor de nationaalsocialistische toespraken van Hitler en de partij, waarvan de naam inmiddels veranderd was in NSDAP, werd in de volgende jaren snel groter.