Operatie Seelöwe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Landingsvaartuigen in Wilhelmshaven

Operatie Seelöwe (Nederlands: Zeeleeuw) was de Duitse campagne tegen het Verenigd Koninkrijk in het tweede jaar van de Tweede Wereldoorlog. Doel was dit land tot vrede te dwingen of te bezetten. De Battle of Britain vormde de eerste fase van Operatie Seelöwe, die de Duitsers van de heerschappij in de lucht moest verzekeren.

In 1940 waren België, Nederland en Frankrijk gevallen. Hitler deed Groot-Brittannië een vredesvoorstel, maar werd door Churchill hiermee niet eens serieus genomen. Hij besloot tot een invasie: een invasievloot werd klaargemaakt en de onderzeeërs van Dönitz vielen zo veel mogelijk Britse schepen aan om de bevoorrading te verstoren.

De strategie[bewerken]

De Duitse plannen tegen Engeland stuitten op twee keiharde feiten. Ten eerste beheerste Engeland de zee en was de kleine Duitse vloot geen partij voor de Britse. Hierdoor veranderde het Kanaal in een enorme waterlinie, bemand door de Britse vloot en beschermd door de luchtmacht. Ten tweede bezat Duitsland niet de vereiste landingsvoertuigen, en was de kust zeer ongunstig om te landen. Om onder deze voorwaarden de overwinning te behalen bestonden slechts twee kansen:

  • Groot-Brittannië en de Britse maatschappij zodanig uit te putten dat het zelf om vrede zou vragen;
  • De Britse luchtmacht vernietigen, waardoor de Luftwaffe het Kanaal en de Britse kust zou beheersen en de vloot op afstand kon houden, zodat de Duitse landingen ongestoord plaats kon vinden. Eenmaal op Britse bodem, zou het veel zwakkere Britse leger de Duitsers hooguit een beetje kunnen vertragen.
Plan van Operatie Seelöwe.

De Duitse invasiemacht zou in drie "Gruppen" (groepen) worden verdeeld:

Gruppe B zou in ieder geval uit twee "Panzerdivisionen" (tankdivisies) moeten bestaan, terwijl Gruppe A er slechts één kreeg. Gruppe C zou hoofdzakelijk uit infanteriedivisies worden samengesteld. Behalve drie tankdivisies schatten de Duitsers nog minimaal tien tot vijftien infanteriedivisies nodig te hebben, eventueel gesteund door een luchtlandingsdivisie ("Fallschirmjäger"). Het luchttransport vormde echter een probleem: door de grote verliezen in Nederland in mei 1940 (zeker de helft van de 480 boven Nederland ingezette transportvliegtuigen gingen verloren) was er een chronisch tekort aan transportvliegtuigen ontstaan.

Feit was dat in ieder geval de Britse Royal Air Force eerst moest worden uitgeschakeld. Dit zou moeten gebeuren door de RAF uit de tent te lokken met het bombarderen van doelen die ze wel moesten verdedigen. Wanneer de RAF de bommenwerpers aanvielen, zou deze door de Duitse jagers worden aangevallen. De veel grotere Duitse Luftwaffe zou deze uitputtingsslag uiteindelijk moeten winnen.

De Britten, die dit zagen aankomen, voerden hun vliegtuigproductie op tot het maximum, en trachtten zo veel mogelijk piloten op te leiden. Een niet onbelangrijke hulp voor de Britten was dat ook veel uitgeweken piloten van bezette landen als Polen en Frankrijk zich bij de RAF meldden. En ook veel vrijwilligers uit de Verenigde Staten vlogen voor de RAF. Zuidoost-Engeland werd overdekt met een netwerk van vliegvelden en radarstations. Radar was een belangrijk voordeel: de Duitsers beschikten hier nog niet over. Ook werden voorbereidingen voor een eventuele invasie getroffen: wegwijzers werden onleesbaar gemaakt, mosterdgas werd klaargemaakt, en 35 divisies concentreerden zich in Zuidoost-Engeland.

In eerste instantie wilde Hitler Engeland al op 5 juli 1940 aanvallen, maar omdat de Royal Air Force nog niet uitgeschakeld was, werd die datum keer op keer verschoven. Uiteindelijk, in mei 1941, volgde uitstel voor onbepaalde tijd. Hitler had zijn oog inmiddels op de Sovjet-Unie laten vallen.

De Slag om Engeland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Slag om Engeland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Heinkel He-111-bommenwerpers boven Het Kanaal

Op 10 juli 1940 begon de Luftwaffe de RAF te provoceren met aanvallen op de scheepvaart in het Kanaal. Toen de Britten het Kanaal voor scheepvaart sloten, kozen zij een ander doel. Op 27 juli werden torpedojagers te Dover aangevallen, maar wederom verplaatsen de Britten het doel. Dit kat- en muisspelletje ging door tot Raeder en Göring er genoeg van kregen.

Vanaf 12 augustus begon de Luftwaffe radarstations en vliegvelden aan te vallen. De RAF verdedigde deze en wist de Duitsers enorme verliezen toe te brengen, terwijl het radarnet intact bleef. Zelf leden de Engelsen echter ook verliezen, die zelfs de Duitse verliezen benaderden. Deze pyrrusoverwinningen brachten de RAF aan de rand van de afgrond. Niet zozeer een gebrek aan vliegtuigen, maar een gebrek aan piloten begon de beperkende factor te worden. De opleidingsscholen konden begin september maar de helft leveren van het aantal dat was uitgevallen door oververmoeidheid of was gesneuveld.

Begin september gebeurde er echter iets dat de loop van de oorlog zou veranderen. In de veronderstelling een strategisch doel te bombarderen, bombardeerde een aantal Duitse bommenwerpers per ongeluk een Londense woonwijk. De Britten, woedend over deze "oorlogsmisdaad", betaalden met gelijke munt terug en bombardeerden Berlijn. Göring, die had verzekerd dat geen bom op Duitsland zou vallen, leed gezichtsverlies en werd door een woedende Hitler op het matje geroepen. De Britten moesten worden gestraft voor deze brutaliteit! De Britse vliegvelden waren nu niet meer het eerste doel maar de steden zouden nu worden aangevallen. De Britten kregen opeens de tijd om hun militaire vliegvelden te herstellen en om meer piloten op te leiden. Grote vloten bommenwerpers begonnen vanaf 7 september Londen en andere steden als Birmingham, Manchester en Coventry te bombarderen. De Luftwaffe hoopte hiermee de Britten bovendien zodanig te terroriseren dat ze om vrede zouden smeken. De Britten smeekten echter helemaal niet om vrede, maar herstelden hun RAF, die de Duitsers steeds grotere verliezen toebracht. De invasievloot werd gebombardeerd. Uiteindelijk moesten Hitler, Göring en Raeder Operatie Seelöwe voor onbepaalde tijd uitstellen. Weliswaar werd Londen nog weken gebombardeerd, maar de Duitse belangstelling verplaatste zich uiteindelijk naar Rusland.

Gevolgen[bewerken]

Duitse parachutisten springen uit Junkers Ju-52 boven Kreta

De Duitsers bleven Groot-Brittannië bombarderen, maar durfden dit alleen nog maar 's nachts, en vanaf grote hoogte. De RAF bleef de bommenwerpers, samen met het luchtafweergeschut, grote schade toebrengen. De Luftwaffe begon brandbommen te gebruiken, maar het moreel van de Engelsen bleef overeind, terwijl de RAF aansterkte. Op 31 oktober erkende Göring zijn nederlaag en stopte met de pogingen de luchtheerschappij te verkrijgen, hoewel bombardementen op Engeland nog wel voorkwamen en doorgingen tot 1941. De Luftwaffe zou zich hier nooit meer geheel van herstellen.

Göring bleef aan, maar leed een gevoelig gezichtsverlies. Hoge legerleiders, als Raeder, bevolen nu de Perifere Strategie aan: het treffen van de Britten in hun steunpunten en koloniën. Operaties tegen Gibraltar, Malta, Kreta en Egypte zouden gevolgd worden door een penetratie in het Midden-Oosten, waar de Arabische bevolking hen goed gezind was. Eventueel kon in samenwerking met Japan India worden aangevallen. Hierdoor zou Stalin het benauwd krijgen wegens het risico van meerdere kanten aangevallen te worden, en zou Engeland zo geïsoleerd raken dat een nieuwe poging met een herstelde Luftwaffe kon slagen tegen het murw gebeukte land.

Drie factoren verhinderden dit echter:

  • In november 1940 was Mussolini zijn oorlog in Griekenland begonnen, die hij echter dreigde te verliezen. Deze zaak eiste de primaire aandacht van Duitsland op, aangezien het zich niet kon permitteren de Balkan te verliezen.
  • Daarnaast begonnen de Russische eisen steeds onredelijker te worden, terwijl stukken van Finland, de Baltische staten, en Oost-Moldavië door de Russen werden ingepikt.
  • Ten derde was Hitlers primaire doel eigenlijk altijd al geweest om Lebensraum in het oosten te verwerven en niet om Engeland en West-Europa te bezetten.[1] Dat deed hij eerder om in de rug gedekt te zijn als hij zijn aandacht aan Rusland ging wijden.

Aangezien de Britten binnen afzienbare tijd niet tot overgave of vrede te dwingen waren, begon Hitler zijn geduld te verliezen en was bang dat de Russen te veel de tijd kregen om hun leger op peil te brengen. Hitler besloot daarom tot een directe aanval tegen Rusland in 1941, en liet Engeland voorlopig met rust. Hierdoor zouden echter vanuit Engeland duizenden luchtraids tegen Duitsland volgen. Bovendien konden de geallieerden de zeeroute naar Moermansk blijven gebruiken om Stalin te bevoorraden met militair materieel. Dit hielp in aanzienlijke mate mee dat het Rode leger kon doorvechten in 1941. Uiteindelijk zou Engeland als springplank dienen voor de invasie in Normandië.

Noten
  1. Hermann Göring, de opperbevelhebber van de Luftwaffe zei op 2 september 1940 tegen Kurt Student, bevelhebber van de luchtlandingstroepen: „De Führer wil helemaal niet naar England, Student!“