Martin Bormann
| Martin Bormann | ||||
| Algemeen | ||||
| Geboortedatum | 17 juni 1900 | |||
| Sterfdatum | 2 mei 1945 | |||
| Geslacht | Man | |||
| Geboorteplaats | Halberstadt | |||
| Plaats van overlijden | Berlijn | |||
| Functie | ||||
| Zijde | Nazi-Duitsland | |||
| Organisatie | NSDAP | |||
| Speciale functie | Secretaris v. Adolf Hitler | |||
| Rang | Partijsecretaris | |||
|
||||
Martin Bormann (Halberstadt, 17 juni 1900 - Berlijn, 2 mei 1945) was een Duits nationaalsocialistisch politicus en secretaris van dictator Adolf Hitler.
Inhoud |
[bewerken] Jeugd en carrière
Zijn vader, Theodor Bormann, was trompettist in een regiment en later klerk bij een postkantoor. Later zei Martin Bormann wel eens dat zijn vader een 'inspecteur van de posterijen was'. Zijn vader overleed toen hij drie jaar oud was. Zijn moeder, Louise Gröbler, huwde daarop haar zwager Albrecht Bormann, die bankdirecteur was. Martin Bormann kon goed leren, maar aangezien school hem niets kon schelen koos hij er in 1918 voor om dienst te nemen in het Duitse Leger. Hij was oorlogsvrijwilliger gedurende de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hij hoefde echter niet te vechten; hij kreeg een administratief baantje in het leger.
Na de oorlog sloot hij zich aan bij een extreem-rechtse politieke club en vanaf 1922 was hij lid van het Vrijkorps Rossbach, een extreem-nationalistisch en antisemitisch korps, tevens gericht tegen de Weimarrepubliek. Toen een lid van het vrijkorps, Leo Schlageter, door de Franse autoriteiten tijdens de Ruhrbezetting werd geëxecuteerd op beschuldiging van sabotage, besloten Martin Bormann en Rudolf Höss, ook een lid van het vrijkorps, met nog twee anderen om de vermeende dader Walter Kadow te vermoorden. Of Bormann daadwerkelijk de moord heeft gepleegd of dat alleen Höss het 'vuile werk' moest opknappen staat niet vast. In ieder geval werden alle vier veroordeeld. Höss kreeg 10 jaar dwangarbeid, Bormann en de anderen kregen 12, 10, en 8 jaar gevangenisstraf. Höss werd na 5 jaar vrijgelaten en in 1940 werd hij commandant van Auschwitz-Birkenau. Bormann zat een jaar vast, daarna werd hij rentmeester van een landgoed in Mecklenburg. Later, toen hij een belangrijke nazi was, presenteerde hij zich als een landbouwexpert.
Op 17 februari 1927 sloot Martin Bormann zich aan bij de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) van Adolf Hitler. Binnen deze partij werkte hij zich spoedig op in de partijhiërarchie. In 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Sturmabteilung (SA - stormafdeling). In 1933, na Hitlers machtsovername, werd Bormann door hem benoemd tot partijorganisator (Reichsleiter) en schatkistbewaarder van de partij. Eind 1933 kwam hij in de Rijksdag terecht.
[bewerken] Partijsecretaris en secretaris van Hitler
In tegenstelling tot andere nazi's gaf Bormann er niets om om op de voorgrond te treden. Hij had alle tijd en wachtte geduldig op zijn volgende promotie. In de tussentijd zorgde hij er wel voor dat hij een riant huis kreeg op de Obersalzberg, waar hij dicht bij de Führer was, die daar woonde in het Berghof. Als partijorganisator was Bormann in feite secretaris van Rudolf Hess, de tweede man in de nazipartij en tevens Hitlers plaatsvervanger. Hij probeerde zich al snel onmisbaar te maken voor Hess en wist een aantal belangrijke functies die eigenlijk aan Hess toekwamen, naar zich toe te trekken.
Als penningmeester gedroeg Bormann zich als een sluwe vos. Hij wist op allerlei wijze aan geld voor de partij te komen. Er gaan geruchten dat Bormann ook geld in eigen zak stak.
Na de 'vlucht' van Hess naar Groot-Brittannië in 1941 werd Bormanns positie versterkt en in 1942 werd hij privésecretaris van Hitler. Hitler vertrouwde hem volledig. Bormanns grootste kwaliteiten waren zijn geweldige geheugen en zijn stiptheid. Daarnaast was hij een slaafse volgeling van de Führer. In 1943 werd Bormann tevens partijsecretaris.
Na de mislukte aanslag op Hitler door kolonel Claus von Stauffenberg in juli 1944, waarbij een groot aantal Wehrmacht-officieren betrokken was, vertrouwde Hitler het leger niet meer. Hij geloofde nog slechts in de loyaliteit van de SS en van de partij. Bormann, als partijsecretaris de machtigste man binnen de NSDAP, werd nu samen met de Reichsführer-SS Heinrich Himmler één van de machtigste mannen van het Derde Rijk.
[bewerken] Dood
Bormann, die Hitler overal volgde, volgde hem ook naar zijn laatste verblijfplaats: de Führerbunker in Berlijn. Terwijl nazi's als Himmler en Göring Hitler in april 1945 in de steek lieten, bleef Bormann Hitler tot het einde trouw. In zijn op 29 april 1945 opgestelde testament noemde Hitler Bormann 'mijn loyaalste partijgenoot' en stelde hem aan tot executeur van het testament. Hitlers chauffeur, Erich Kempka, had van een van Hitlers adjudanten, Otto Günsche, opdracht gekregen om meerdere jerrycans met benzine te brengen. Na de zelfmoord van Hitler hielp Bormann met het naar buiten brengen van de lichamen van Hitler en diens vrouw Eva Braun. De lichamen werden doordrenkt met benzine. In een van de zeer schaarse interviews die Otto Günsche na de oorlog heeft gegeven, meldde hij dat het Bormann niet lukte de benzine te laten ontvlammen met een stuk brandend papier. Günsche slaagde er later wel in, door een stuk brandende stof in de plas te werpen.
Terug in de bunker besloot Bormann, met medeweten van de nieuwe rijkskanselier Goebbels, om te onderhandelen met de Sovjettroepen. Bormann redeneerde dat hij zou capituleren voor de Sovjets en vervolgens een pro-Sovjet regering aan de macht zou helpen, waarin hij dan een belangrijke rol zou kunnen spelen. Bormann stuurde generaal Krebs om het plan aan de Sovjets voor te leggen, die het echter afwezen. Op 1 mei 1945 pleegden Goebbels en Krebs zelfmoord.
Bormann besloot op 2 mei 1945 samen met enkele getrouwen, een uitbraakpoging te doen en zich zo bij de nieuwe president Dönitz te voegen in Flensburg. Via de onderaardse riolen bereikte men de Friedrichstraße, waar men aan de oppervlakte kwam. Daarna ontstond verwarring: door het geweervuur en de granaatontploffingen raakte men elkaar kwijt. Waarschijnlijk kwam Bormann bij een granaatontploffing om het leven.
Onder de laatste personen die Bormann op dat moment zagen, behoorde de leider van de Hitlerjugend Arthur Axmann. Axmann bevestigde later in Neurenberg dat hij het dode lichaam van Bormann zag liggen. Kempka verklaarde dat hij Bormann na de ontploffing niet meer zag, hij nam aan dat - gezien de aard van de ontploffing - Bormann dood moest zijn.
Bormann werd in absentia berecht tijdens het Proces van Neurenberg. Hij werd ter dood veroordeeld op 1 oktober 1946. Hoewel men weken achtereen op de Duitse radio oproepen deed aan Bormann zich te melden bij justitie en een beloning werd uitgeloofd aan tipgevers, was er geen spoor van hem te bekennen.
Sommigen meenden dat Bormann via Italië naar Zuid-Amerika was uitgeweken. Anderen vermoeddden gevangenschap door de Sovjets en dat hij naar Moskou was overgebracht. Weer anderen dachten aan een verblijf in de VS of Groot-Brittannië.
Op 8 december 1972 werden tijdens werkzaamheden bij de Berlijnse Tiergarten twee stoffelijke overschotten aangetroffen. Een tandarts vergeleek het gebit met dat van oude gebitsfoto's en concludeerde dat dit het gebit van Bormann was. Het andere lichaam zou toebehoren aan Hitlers lijfarts. Voorts werden resten van cyaankalicapsules gevonden, hetgeen wees op zelfmoord, om niet in handen van de geallieerden te vallen. Er werd echter ook rode aarde gevonden, van het soort dat men aantreft in Zuid-Amerikaanse landen. Desondanks werd Bormann officieel dood verklaard. Een tweede onderzoek in 1998 bevestigde dat het gevonden stoffelijk overschot van Bormann was. Op verzoek van diens familie werden de stoffelijke resten gecremeerd en verstrooid.
[bewerken] Literatuur
- Jochen von Lang; The secretary. Martin Bormann: The man who manipulated Hitler. Random House, New York, 1979, ISBN 0-394-50321-X
- Joseph Wulf; Martin Bormann, Hitlers schaduw, Uitgeverij De goudvink pvba Antwerpen,
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Martin Bormann op Wikimedia Commons. |
| Wikiquote heeft een collectie Engelse citaten gerelateerd aan: Martin Bormann |