Martin Bormann
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Martin Bormann | |
|---|---|
| Algemeen | |
| Geboortedatum | 17 juni 1900 |
| Sterfdatum | 2 mei 1945 (?) |
| Geslacht | Man |
| Geboorteplaats | Halberstadt |
| Plaats van overlijden | Berlijn (?) |
| Functie | |
| Zijde | Nazi-Duitsland |
| Organisatie | NSDAP |
| Speciale functie | Secretaris v. Adolf Hitler |
| Rang | Partijsecretaris |
Martin Bormann (Halberstadt, 17 juni 1900 - Berlijn, 2 mei 1945) was een Duits nationaal-socialistisch politicus en secretaris van dictator Adolf Hitler.
Inhoud |
[bewerk] Jeugd en carrière
Zijn vader, Theodor Bormann, was trompettist in een regiment en later klerk bij een postkantoor. Later zei Martin Bormann wel eens dat zijn vader een 'inspecteur van de posterijen was.' Zijn vader overleed toen hij drie jaar oud was. Zijn moeder, Louise Gröbler, huwde daarop haar zwager Albrecht Bormann, die bankdirecteur was. Martin Bormann kon goed leren, maar aangezien school hem niets kon schelen koos hij er in 1918 voor om dienst te nemen in het Duitse Leger. Hij was oorlogsvrijwilliger gedurende de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hij behoefde echter niet te vechten: hij zorgde ervoor dat hij een administratief baantje kreeg in het leger.
Na de oorlog sloot hij zich aan bij een extreem-rechtse politieke club en vanaf 1922 was hij lid van het Vrijkorps Rossbach, een extreem-nationalistisch en antisemitisch korps, tevens gericht tegen de Weimar Republiek. Toen een lid van het vrijkorps, Leo Schlageter, werd vermoord door toedoen van verraad, besloten Martin Bormann en Rudolf Höss, ook een lid van het vrijkorps, met nog 2 anderen om de dader, Walter Kadow te vermoorden. Of Bormann daadwerkelijk de moord had gepleegd of dat alleen Höss het 'vuile werk' moest opknappen staat niet vast. In ieder geval werden alle 4 veroordeeld. Höss kreeg 10 jaar dwangarbeid, Bormann en de anderen kregen 12, 10, en 8 jaar gevangenisstraf. Höss werd na 5 jaar vrijgelaten, in 1940 werd hij kommandant van Auschwitz-Birkenau. Bormann zat maar een jaar vast, daarna werd hij rentmeester van een landgoed in Mecklenburg. Later, toen hij een belangrijke nazi was, presenteerde hij zich als een landbouwexpert.
Op 17 februari 1927 sloot Martin Bormann zich aan bij de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) van Adolf Hitler. Binnen de partij werkte hij zich spoedig op in de partij-hiërarchie. In 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Sturmabteilung (SA - Storm Afdeling). In 1933, na Hitlers machtsovername, werd Bormann door hem benoemd tot partij-organisator (Reichsleiter) en schatkistbewaarder van de partij.
[bewerk] Partijsecretaris en secretaris van Hitler
In tegenstelling tot andere nazi's gaf Bormann er niets om om op de voorgrond te treden. Hij had alle tijd en wachtte geduldig op zijn volgende promotie. In de tussentijd zorgde hij er wel voor dat hij een riant huis kreeg op de Obersalzberg, waar hij dicht bij de Führer was. Als partijorganisator was Bormann in feite secretaris van Rudolf Hess, de tweede man in de nazi-partij en tevens Hitlers plaatsvervanger. Hij probeerde zich al snel onmisbaar te maken voor Hess en wist een aantal belangrijke functies die eigenlijk aan Hess toekwamen, naar zich toe te trekken.
Als penningmeester gedroeg Bormann zich als een sluwe vos. Hij wist op allerlei wijze aan geld voor de partij te komen. Er gaan geruchten dat Bormann ook geld in eigen zak stak.
Na de 'vlucht' van Hess naar Groot-Brittannië in 1941 werd zijn positie versterkt en in 1942 werd hij privé-secretaris van Hitler. Hitler vertrouwde Bormann volledig. Zijn geweldige geheugen en zijn stiptheid waren Bormanns topkwaliteiten. Daarnaast was hij een slaafs volgeling van de Führer. In 1943 werd Bormann tevens partijsecretaris.
Na de mislukte aanslag op Hitler door kolonel Claus von Stauffenberg in juli 1944, waarbij een groot aantal Wehrmacht-officieren betrokken waren, vertrouwde Hitler het leger niet meer. Hij geloofde nog slechts in de loyaliteit van de SS en van de partij. Bormann, als partijsecretaris de machtigste man binnen de NSDAP, werd nu samen met de Reichsführer-SS Heinrich Himmler één van de machtigste mannen van het Derde Rijk.
[bewerk] Dood
Bormann, die Hitler overal volgde, volgde hem ook naar zijn laatste verblijfplaats: de Führerbunker in Berlijn. Toen nazi's als Himmler en Göring Hitler in april 1945 in de steek lieten, bleef Bormann Hitler tot het einde trouw. In zijn op 29 april 1945 opgestelde testament noemde Hitler Bormann 'mijn loyaalste partijgenoot' en stelde hem aan tot executeur van het testament. Hitlers chauffeur, Erich Kempka, had van een van Hitlers adjudanten, Otto Günsche, opdracht gekregen om meerdere jerrycans met benzine te brengen. Na de zelfmoord van Hitler hielp Bormann met het naar buiten brengen van de lichamen van Hitler en zijn vrouw Eva Braun. De lichamen werden doordrenkt met benzine. In een van de zeer schaarse interviews die Otto Gunsche na de oorlog heeft gegeven, meldde hij dat het Bormann niet lukte de benzine te laten ontvlammen met een stuk brandend papier. Gunsche slaagde er later wel in, door een stuk brandende stof in de plas te werpen.
Terug in de bunker besloot Bormann - met medeweten van Goebbels (de nieuwe rijkskanselier) - om te onderhandelen met de Russen. Bormann redeneerde dat hij zou capituleren voor de Russen en vervolgens zou hij er voor zorgen dat er een pro-Russische regering aan de macht zou komen in Duitsland. In die regering zou hij dan een belangrijke rol spelen. Bormann stuurde generaal Krebs om het plan aan de Russen voor te leggen, die het echter afwezen. Bormann besloot om op 2 mei 1945 samen met enkele getrouwen, een uitbraakpoging te doen om zo naar Flensburg te vluchten (zie: Flensburgregering) en zich daar bij Dönitz te voegen - de nieuwe president -. Via de onderaardse riolen bereikte men de Friedrichstraße, waar men aan de oppervlakte kwam. Daarna ontstond er verwarring: door het geweervuur en de granaatontploffingen raakte men elkaar kwijt. Waarschijnlijk kwam Bormann bij een granaatontploffing om het leven.
Onder de laatste personen die Bormann op dat moment zagen, behoorde de Hitlerjugend-leider Arthur Axmann. Axmann bevestigde later in Neurenberg dat hij het dode lichaam van Bormann zag liggen. Erich Kempka verklaarde dat hij Bormann na de ontploffing niet meer zag, hij nam aan dat - gezien de aard van de ontploffing - Bormann dood moest zijn.
Desondanks werd zijn lichaam - nog - niet gevonden.
Bormann werd in absentia berecht tijdens het Proces van Neurenberg. Hij werd ter dood veroordeeld op 1 oktober 1946. Ondanks het feit dat men weken achtereen op de Duitse radio oproepen deed aan Bormann om zich te melden bij justitie en er geld werd uitgeloofd aan degene die wist waar Bormann was, was er geen spoor van hem te bekennen.
Sommigen menen dat Bormann via Italië naar Zuid-Amerika was uitgeweken. Anderen menen dat hij door de Russen gevangen was genomen en naar Moskou was overgebracht. Weer anderen menen dat hij in de VS of in Groot-Brittannië verbleef.
Op 8 december 1972 werden er tijdens werkzaamheden bij de Berlijnse Tiergarten twee stoffelijke overschotten aangetroffen. Een tandarts vergeleek het gebit met dat van oude gebitsfoto's en concludeerde dat dit het gebit van Bormann was. Het andere lichaam zou dat van Hitlers lijfarts zijn. Er werden op de plek van de vondst ook resten van cyaankalicapsules gevonden. Dit kan er op wijzen dat Bormann zelfmoord heeft gepleegd om niet in handen van de geallieerden te vallen. Er werd echter ook rode aarde gevonden. Deze soort aarde treft men aan in Zuid-Amerikaanse landen. Desondanks werd Bormann officieel dood verklaard. Een tweede onderzoek in 1998 bevestigde dat het gevonden stoffelijk overschot van Bormann was. Op verzoek van familie werden de stoffelijke resten gecremeerd en verstrooid.
[bewerk] Literatuur
- Jochen von Lang; The secretary. Martin Bormann: The man who manipulated Hitler. Random House, New York, 1979, ISBN 0-394-50321-X
- Joseph Wulf; Martin Bormann, Hitlers schaduw, Uitgeverij De goudvink pvba Antwerpen,

