Rudolf Höss

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rudolf Höss

Rudolf Franz Ferdinand Höss (Duits: Höß) (Baden-Baden, 25 november 1900Auschwitz, 16 april 1947) was van mei 1940 tot december 1943 kampcommandant van het concentratiekamp Auschwitz. Hij moet niet worden verward met Rudolf Hess, een naaste medewerker van Adolf Hitler.

Höss vocht als minderjarige in het Duitse leger in Turkije gedurende de Eerste Wereldoorlog. In 1919 sloot hij zich aan bij het Freikorps Roßbach en in november 1922 werd hij lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) onder leiding van Hitler.[1] In 1923 werd Höss veroordeeld wegens de moord op Walter Kadow. Hij knuppelde hem dood samen met Martin Bormann en nog twee anderen. Höss kreeg tien jaar dwangarbeid maar werd na vijf jaar vrijgelaten. In 1928 werd Höss eveneens lid van de extreem-nationalistische Artamanen Vereniging die streefde naar annexatie van de Duitse gebieden in Polen. In juni 1934 sloot hij zich op advies van SS-leider Heinrich Himmler aan bij de Schutzstaffel. Van 1934 tot 1938 was Höss werkzaam in concentratiekamp Dachau.

In mei 1940 werd Höss kampcommandant van het concentratiekamp Auschwitz. Hij hielp in 1941 mee met het opzetten van een kamp bij Birkenau, dat naast Auschwitz lag en daarom ook wel Auschwitz II of Auschwitz-Birkenau werd genoemd. Vanaf de zomer van 1941 werd Auschwitz-Birkenau gebruikt als kamp voor de Endlösung der Judenfrage, dat wil zeggen voor de uitroeiing van het Joodse volk. Höss maakte van het kamp een 'modelvernietigingskamp' waar op grote schaal gebruik werd gemaakt van het gifgas Zyklon B. Höss leidde het kamp Auschwitz tot december 1943 toen hij, naar aanleiding van een onderzoek naar corruptie in het kamp, werd weggepromoveerd naar een administratieve functie in Berlijn. Höss nam tijdens zijn periode als kampcommandant geen deel aan de beruchte selecties[1]. Hij werd als kampcommandant opgevolgd door Arthur Liebehenschel.

In de zomer van 1944 leidde Höss Aktion Höss in Hongarije om de Joodse bevolking en andere minderheden weg te voeren naar de concentratie- en vernietigingskampen.

Na de oorlog wist Höss aanvankelijk te ontkomen. Hij deed zich voor als matroos en werd door de geallieerden vrijgelaten. Daarna ging hij aan de slag als boerenknecht onder de naam Franz Lang. In maart 1946 konden de geallieerden Höss arresteren. Zij hadden zijn vrouw Hedwig gevangen genomen die hen onder druk naar Höss leidde. Höss getuigde tijdens de processen van Neurenberg. Op 2 april 1947 veroordeelde het Hoogste Gerechtshof in Warschau Höss ter dood. Twee weken later, op 16 april, werd hij in het kamp Auschwitz opgehangen. Mensen die bij het proces van Höss aanwezig waren, memoreerden later dat Höss zeer zakelijk was en geen enkele emotie of berouw toonde.

De galg in Auschwitz I waar Höss werd geëxecuteerd

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe link


Referenties
  1. a b Hermann Weiß, Personenlexikon 1933 – 1945 (heruitgave), 1998/2002, pag. 229

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen