Hermann Fegelein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hermann Otto Fegelein
Hermann Fegelein in de Sovjet-Unie (1942)
Hermann Fegelein in de Sovjet-Unie (1942)
Bijnaam Flegelein
Geboren 30 oktober 1906
Ansbach, Duitse Keizerrijk
Overleden 29 april 1945
Berlijn, Nazi-Duitsland
Land/partij Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of Weimar Republic (war).svgReichswehr
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1925 - 1945
Rang Militaire rang SS-Gruppenführer 1925-1945 SS-Gruppenführer en luitenant-generaal van de Waffen-SS
Eenheid Flag Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Leiding over SS-Kavallerie-Brigade
8th SS Division Logo.svg 8. SS-Kavallerie-Division Florian Geyer
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden

Hermann Otto Fegelein (Ansbach, 30 oktober 1906 - Berlijn, 29 april 1945) was een Duits SS-officier.

Levensloop[bewerken]

In de jaren twintig en dertig deed Fegelein, een begenadigd ruiter, mee aan diverse Europese ruitertoernooien.

Op 1 augustus 1932 trad Fegelein toe tot de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) en de Sturmabteilung (SA). Bij de SA werd hij ingezet bij de Reiter-SA, dat - na de machtsovername van de SS ten opzichte van de SA in 1934 - in de Reiter-SS veranderde. Binnen de SS maakte Fegelein snel carrière en in 1937 werd hij directeur van de Opperste rijschool van de SS. In 1942 werd Fegelein SS-Oberführer (brigadegeneraal) en trad tevens toe tot de Waffen-SS. In 1943 werd hij SS-Brigadeführer (generaal-majoor) en generaal-majoor van de Waffen-SS. Na zijn huwelijk in juni 1944 met Gretl Braun (31 augustus 1915 – Steingaden, 10 oktober 1987), de jongere zus van Eva Braun, werd hij gepromoveerd tot SS-Gruppenführer (luitenant-generaal) en Gruppenführer van de Waffen-SS. Hij werd tevens toegevoegd aan de staf van Heinrich Himmler, de leider van de SS. In die functie trad hij op als verbindingsman van Himmler in Berlijn (Himmler verbleef zelf even buiten Berlijn).

Tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog verbleef hij met onder anderen Hitler, Eva Braun, Joseph Goebbels, Martin Bormann in de ondergrondse Führerbunker. Op 29 april 1945 bleek Fegelein echter spoorloos verdwenen. Hitler zond SS'ers om hem te zoeken. Die vonden hem in burgerkleding bij zijn huis. Hij werd gearresteerd en naar de bunker teruggebracht. Aannemelijk is dat Fegelein probeerde te vluchten. Zijn vlucht werd door Hitler uitgelegd als onderdeel van Heinrich Himmlers plan om vrede te sluiten met de Westerse geallieerden. Fegelein werd gedegradeerd tot soldaat en later die dag door een 'krijgsraad' ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Het lot van Fegelein[bewerken]

Over de zekerheid aangaande Fegeleins dood wordt in historische geschriften echter verschillend gedacht. In The Last Days of Hitler, merkt historicus Hugh Trevor Roper op dat: “De werkelijke situatie omtrent de executie van Fegelein een van de weinige onderwerpen in dit boek is waarover geen absolute zekerheid is te vergaren.”

Journalist James O’Donnell ontdekte in zijn onderzoek dat er verschillende theorieën zijn over wat er precies met Fegelein gebeurd is. Veel van de theorieën spreken elkaar tegen. Er is zelfs een theorie dat het Adolf Hitler zelf was die Fegelein doodschoot. Lange tijd was de theorie dominant dat Fegelein is geëxecuteerd na een veroordeling door een tribunaal. Generaal Wilhelm Mohnke, die voorzitter was van het tribunaal, vertelde O’Donnell het volgende:

Adolf Hitler gaf me de opdracht een tribunaal op te zetten dat ik zelf moest gaan voorzitten. Ik besloot dat de beschuldigde (Fegelein) het recht had berecht te worden door een tribunaal dat bestond uit hoge officieren. De leden waren de generaals Wilhelm Burgdorf, Hans Krebs, Johann Rattenhuber en ikzelf. Op dat moment hadden we de intentie een rechtszaak te gaan houden. Het tribunaal vond plaats in een kamer in de buurt van mijn commandopost. Wij, de militaire rechters, namen plaats aan de tafel met het Duitse handboek voor militaire tribunalen voor ons. Toen we wilden gaan zitten, begon aangeklaagde Fegelein zich op zo’n woeste manier te gedragen dat de rechtszaak niet plaats kon vinden. Hij was stomdronken en keek vreemd uit zijn ogen. Fegelein betwistte de rechtsgeldigheid van het tribunaal en bleef roepen dat hij alleen maar verantwoording schuldig was aan Heinrich Himmler, en aan niemand anders dan Himmler. Ook niet aan Hitler. Hij weigerde zichzelf te verdedigen, trilde enorm en bibberde terwijl hij constant schreeuwde en vloekte. Hij haalde zelfs zijn penis uit zijn broek en begon op de vloer te urineren. De situatie was onmogelijk. Aan de ene kant was het – gebaseerd op het beschikbare bewijs, inclusief zijn eigen verklaring – duidelijk dat deze trieste officier gedeserteerd was. Aan de andere kant was het duidelijk voorgeschreven dat geen enkele Duitse soldaat berecht kon worden indien deze niet voldoende helder van geest en lichaam was, teneinde het aangevoerde bewijs te kunnen aanhoren. Ik bekeek de voorschriften nogmaals en overlegde met de andere rechters. Volgens ons was Hermann Fegelein niet in staat om voor het tribunaal te staan, hij kon letterlijk niet eens meer staan. Daarop sloot ik de procedure. Ik droeg Fegelein over aan SS-generaal Rattenhuber en zijn veiligheidsdienst. Ik heb de man daarna nooit meer gezien.” (O’Donnell, The Bunker, 1978)

Een aantal andere betrokkenen dat in de bunker aanwezig was, verklaart dat Wilhelm Mohnke loog en dat het Monhke zelf was die Fegelein vermoordde en dat hij met zijn verklaring probeerde zich zodoende van alle schuld te zuiveren. De situatie was gecompliceerd omdat Mohnke het enige lid was van het veronderstelde tribunaal dat de oorlog overleefde. Hans Krebs en Wilhelm Burgdorf pleegden zelfmoord op 2 mei. Alhoewel Johann Rattenhuber de oorlog overleefde – hij werd tot in de jaren 50 door het Rode Leger in gevangenschap gehouden – stierf hij kort na zijn vrijlating en kon dus niet meer ondervraagd worden omtrent Fegelein.

Hoewel O’Donnell opmerkt dat niemand daadwerkelijk getuige was van de executie van Fegelein (of als dat wel zo was, daarover zweeg), concludeert hij samen met veel andere historici dat Fegelein slachtoffer werd vanwege het verraad van zijn baas, Himmler, alsmede vanwege geruchten dat zijn maîtresse een spion zou zijn. Fegelein werd daardoor op bevel van Hitler geëxecuteerd zonder voor een tribunaal gestaan te hebben. Waarschijnlijk is hij opgehangen door leden van de SS in een nabijgelegen kelder. Verder merkte O’Donnell op dat Hitler zijn bruiloft met Eva Braun afhield totdat hij wist dat Fegelein vermoord was. Dit was bedoeld als middel om te voorkomen dat Hitler een verrader als zwager zou hebben.

Een enkele overlevende van de bunker zegt dat Eva Braun gesmeekt heeft of Hitler haar zwager wilde sparen. Anderen zeggen dat ze het helemaal niet voor hem opgenomen heeft. Wel is men het er over eens dat Eva Braun kort na de arrestatie van Fegelein aan Hitler vertelde dat haar zus zwanger van Fegelein was en dat Hitler daardoor aanvankelijk heeft overwogen hem zonder straf vrij te laten. Men is het er niet over eens of Braun geprobeerd heeft Fegelein vrij te krijgen nadat Hitler hem al ter dood veroordeeld had.

Opvallend is dat Fegeleins ouders – die de oorlog overleefden – beweerden via een derde persoon berichten te hebben ontvangen dat hun zoon na de oorlog ondergedoken was.

In 2006 gaf Rochus Misch een interview aan het Duitse weblog www.roland-harder.de over de zaak Fegelein. Misch was de laatste nog in leven zijnde getuige van gebeurtenissen in de Führerbunker kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op de vraag wat er gebeurde toen duidelijk werd dat Fegelein zonder toestemming uit de bunker was vertrokken, zei hij:

"Fegelein was niet in de bunker. Ik heb hem thuis geprobeerd te bellen, maar kreeg hem niet te pakken. Daarop kwam het Reichssicherheitskommando in actie. Die troffen hem in zijn woning aan. Fegelein vroeg zich onverschillig af wat hij nog in de bunker te zoeken had. Daarna is het commando weer vertrokken. Iemand vertelde me dat Fegelein een vrouw op bezoek had, toen het commando hem kwam opzoeken. Het zou gaan om een presentatrice van de Duitse radio. Of dat waar is weet ik niet, maar dat is wat ik te horen kreeg. Over wat er verder met Fegelein gebeurd is, kan ik alleen maar vertellen wat men me er over verteld heeft. Toen Bormann ervan hoorde, schreeuwde hij: 'Erheen, meteen, arresteren!' Later werd hij verhoord door generaal Krebs en generaal Burgdorf. Ik weet niet of er nog meer mensen aanwezig waren bij dat verhoor. Hoe dan ook, Fegelein werd ter dood veroordeeld omdat hij gedeserteerd was. Mensen van de Reichssicherheitsdienst vertelden me, dat de Kriminalrat Hogl, een lid van de Reichssicherheitsdienst, het bevel gaf Fegelein dood te schieten. Het gebeurde ergens in een deel van de bunker. Hij werd van achteren door die RSD-man neergeschoten. Men heeft me ook de naam verteld van degene die hem doodgeschoten zou hebben, maar die naam ga ik niet noemen."

Hoewel Rochus Misch een verklaring gaf die op details verschilt van andere verklaringen, leek ook hij er dus vanuit te gaan dat Hermann Fegelein geëxecuteerd is. Misch benadrukte daarbij wel duidelijk dat hij deze informatie van horen zeggen had.

Op claims van Fegeleins ouders na, wijst alles er op dat Hermann Fegelein stierf op 29 april 1945. Geen van de getuigen uit de bunker heeft ooit anders gesuggereerd.

Fegeleins vrouw, die waardevolle juwelen erfde van Eva Braun, overleefde de oorlog en kreeg op 5 mei 1945, zes dagen na de dood van haar man, een dochter die vernoemd werd naar haar tante; Eva Barbara Fegelein. Eva Fegelein pleegde in 1975 zelfmoord.

Militaire loopbaan[bewerken]

Registratienummers[bewerken]

  • NSDAP: 1 200 158
  • SS: 66 680 (15 mei 1933)

Decoraties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Berger, Florian. Mit Eichenlaub und Schwertern. Die höchstdekorierten Soldaten des Zweiten Weltkrieges. Wenen, Oostenrijk: Berger. 1999, ISBN 3-9501307-0-5.
  • Fellgiebel, Walther-Peer [1986]. Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes, 1939–1945: Die Inhaber der höchsten Auszeichnung des Zweiten Weltkrieges aller Wehrmachtteile. Friedberg, Duitsland: Podzun-Pallas. 2000, ISBN 978-3-7909-0284-6.
  • Krätschmer, Ernst-Günther. Die Ritterkreuzträger der Waffen-SS. Coburg, Duitsland: Nation Europa Verlag GmbH. 1999, ISBN 3-920677-43-9.
  • Miller, Michael. Leaders of the SS and German Police, Vol. 1. San Jose, CA: R. James Bender. 2006, ISBN 978-93-297-0037-2.
  • Patzwall, Klaus D.; Scherzer, Veit. Das Deutsche Kreuz 1941–1945 Geschichte und Inhaber Band II (in German). Norderstedt, Duitsland: Patzwall. 2001, ISBN 3-931533-45-X.
  • Scherzer, Veit. Ritterkreuzträger 1939–1945 Die Inhaber des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939 von Heer, Luftwaffe, Kriegsmarine, Waffen-SS, Volkssturm sowie mit Deutschland verbündeter Streitkräfte nach den Unterlagen des Bundesarchives. Jena, Duitsland: Scherzers Miltaer-Verlag. 2007, ISBN 978-3-938845-17-2.
  • Thomas, Franz. Die Eichenlaubträger 1939–1945 Band 1: A–K. Osnabrück, Duitsland: Biblio-Verlag. 1997, ISBN 3-7648-2299-6.

  1. Fellgiebel 2000, p.178
  2. Fellgiebel 2000, p.63, 477.
  3. Volgens Krätschmer, 157e Eikenloof als commandant van Kampfgruppe "Fegelein" (Krätschmer 1999, p.265).
  4. Fellgiebel 2000, p.44
  5. a b Thomas 1997, p.161
  6. Patzwall & Scherzer 2001, p.110
  7. a b c d Berger 1999, p.70
  8. a b c d e f Miller 2006, p.315
  9. a b c d e f g http://www.ritterkreuztraeger.info/rksc/f/SC083Fegelein.pdf