Achttiendaagse veldtocht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Achttiendaagse Veldtocht)
Ga naar: navigatie, zoeken
Achttiendaagse Veldtocht
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Datum 10 mei 1940 tot 28 mei 1940
Locatie België
Resultaat Duitse overwinning
Strijdende partijen
Flag of Belgium (civil).svg België

Flag of France.svg Frankrijk
Flag of the United Kingdom.svg Groot-Brittannië

Flag of the NSDAP (1920–1945).svg nazi-Duitsland
Commandanten
Flag of Belgium (civil).svg Koning Leopold III
Flag of Belgium (civil).svg General Van Overstraeten
Flag of France.svg Maurice Gamelin (tot 19 mei 1940)
Flag of France.svg Maxime Weygand (vanaf 19 mei 1940)
Flag of the United Kingdom.svg Lord John Gort (British Expeditionary Force)
Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Gerd von Rundstedt (Legergroep A)
Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Fedor von Bock (Legergroep B)
Flag of the NSDAP (1920–1945).svg Wilhelm von Leeb (Legergroep C)
Troepensterkte
Flag of Belgium (civil).svg ong. 600,000
Verliezen
Flag of Belgium (civil).svg ong 6,500
Westfront (Tweede Wereldoorlog)

Nederland · België · Frankrijk · Duinkerke · Engeland · Dieppe · Normandië · Cobra · Parijs · Dragoon · Market Garden · Hürtgenwald · Overloon · Aken · Schelde · Siegfriedlinie · Elzas · Ardennen · Colmar Pocket · Plunder · Operatie Lumberjack

De Achttiendaagse veldtocht van het Belgisch leger vond plaats in mei 1940, toen België onder de voet gelopen werd door het Duitse leger in zijn uitvoering van het Duitse aanvalsplan Fall Gelb. De veldtocht liep van 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, tot 28 mei 1940, toen de Belgen de strijd staakten en capituleerden.

Inhoud

[bewerken] Voorgeschiedenis

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog voerde België een neutraliteitspolitiek. Hoewel het steeds duidelijker werd dat de enige dreiging vanuit Duitsland kwam, weigerde de Belgische regering steeds dat Franse en Britse troepen hun grondgebied betraden als voorzorg tegen een Duitse invasie. Als compromis werd evenwel wel toegestaan dat de Franse en Britse bondgenoten konden oprukken naar de KW-stelling indien Duitsland de Belgische neutraliteit zou schenden. Intussen bouwde het Belgische leger een strategisch verdedigingsplan uit die bestond uit vijf stellingen waarbij vanaf november 1939 alle beschikbare Belgische soldaten werden gemobiliseerd. Doch, door de veelvuldige alarmoefeningen en loze alarmen tussen november 1939 en januari 1940 dacht men dat er geen invasie meer zou komen.

1rightarrow.png Zie ook Schemeroorlog

[bewerken] De Duitsers zijn daar!

1rightarrow.png Zie Operatie Fall Gelb voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De invasie van de Lage Landen zou oorspronkelijk op 17 januari 1940 van start zijn gegaan — de Duitse legereenheden waren al daadwerkelijk begonnen zich in hun verzamelgebieden te concentreren — ware het niet dat op 10 januari 1940 een Messerschmitt Bf 108 Taifun een noodlanding moest maken op Belgisch grondgebied. Belgische grenswachters konden hiermee een deel van de Duitse invasieplannen bemachtigen, doch bij de geallieerden bestond onduidelijkheid of de plannen echt waren of een afleidingsmanoeuvre. Na de oorlog werd duidelijk dat Hitler na het vernemen van dit incident de invasie voor onbepaalde tijd uitstelde, zodat de Belgische beproeving van het lange wachten in de koude wintermaanden nog verder doorging.

Ook via de diplomatieke kanalen ontvingen de Belgen en Nederlanders informatie dat een Duitse invasie op til was. De Belgische en Nederlandse militaire attachés te Berlijn, respectievelijk kolonel Goethals en majoor Sas, werden getipt door de toenmalige kolonel Hans Oster, een Duitse officier uit de Abwehr die al sinds de Nacht van de Lange Messen in 1934 het nazibewind niet goed meer gezind was. Deze informatie werd doorgespeeld doch nooit op waarde geschat. Op 9 mei 1940, om 23u30, stuurde kolonel Goethals vanuit Berlijn een gecodeerd bericht dat de aanval in de vroege ochtend van 10 mei 1940, om 4u35 van start zou gaan. Het bericht werd op veel ongeloof onthaald. Een vergelijkbaar bericht van majoor Sas aan de Nederlandse regering werd evenmin serieus genomen.

[bewerken] Belgisch leger

[bewerken] Samenstelling op 10 mei 1940

Op 10 mei 1940 bestond het gemobiliseerde Belgische leger uit 22 divisies van ongeveer elk 17.000 manschappen. Er waren achttien infanteriedivisies (waarvan zes actieve divisies, zes divisies van de eerste reserve en zes divisies van de tweede reserve), twee divisies Ardense Jagers (waarvan een volledig gemotoriseerd) en twee cavaleriedivisies (allebei gemotoriseerd) en een gemotoriseerde brigade. Deze tweeëntwintig divisies waren op 10 mei 1940 verdeeld over zeven legerkorpsen, één Cavaleriekorps en de groep Keyaerts. Deze laatste groep, genaamd naar z'n bevelhebbende generaal, had als taak om de Duitse opmars ten Zuiden van de Maas zoveel mogelijk te vertragen. In totaal was het Belgisch leger ongeveer 600.000 manschappen groot, en was daarmee in verhouding tot het totaal aantal inwoners één van de grootste Europese legers van het moment (8% van de Belgische bevolking). Het Belgische leger bestond uit beroepsmilitairen en de veertien militieklassen (tussen 1926 en 1939). Elke militieklas bestond uit ongeveer 47.000 manschappen. Een gedetailleerd overzicht:

  • 4.929 beroepsmilitairen
  • 16.614 reserveofficieren
  • 12.000 beroepsonderofficieren
  • 46.000 reserveonderofficieren
  • 10.000 beroepskorporaals en beroepssoldaten
  • De overige manschappen waren soldaten

Tijdens de Achttiendaagse veldtocht zullen een aantal divisies overgaan van het ene Legerkorps naar het andere, naargelang de operationele toestand.

[bewerken] Belgische verdedigingsstrategie

Op 10 mei 1940 bestond het Belgische strategisch verdedigingsplan tegen een Duitse invasie uit vijf stellingen. Elke stelling had als taak een Duitse opmars te detecteren, te vertragen, tegen te houden of terug te dringen.

[bewerken] Alarmstelling

Deze linie had als hoofddoel om elke grensoverschrijding te detecteren en onmiddellijk te melden. Het was deze stelling die op 10 januari 1940 de noodlanding van een Duits jachtvliegtuig detecteerde en daarmee Duitse invasieplannen onderschepte (zie Operatie Fall Gelb lekt uit). De Alarmstelling liep langs de grens met Nederland (Nederlands Limburg) en langs de grens met Duitsland. Deze stelling werd bemand door territoriale brigades van de Rijkswacht en gedetacheerde manschappen van de Vooruitgeschoven Stelling. Na het verlaten van strategische punten (zoals bruggen) moesten de manschappen zich terugtrekken.

[bewerken] Vooruitgeschoven stelling

Deze stelling had als hoofdtaak om de sterkte van de Duitse troepen te testen en weerstand bieden zodat men tijd kon winnen voor het bemannen van de Dekkingsstelling. Verder zouden ze hoofdwegen versperren en onbruikbaar maken. De Vooruitgeschoven stelling liep langs de grens van Antwerpen tot Aarlen, via Maaseik. In de Kempen liep ze achter het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, het Kempisch kanaal en het Belgische deel van de Zuid-Willemsvaart. Deze stelling werd bemand door de Ardense Jagers en de Grenswielrijders.

[bewerken] Dekkingsstelling

Deze stelling werd bemand door 14 divisies, meer dan de helft van het Belgisch leger. De Dekkingsstelling liep langs het Albertkanaal, de Maas tot Namen. Langs het Albertkanaal stond om de 600 meter een bunker met twee mitrailleurs (ter hoogte van de waterspiegel). Alle bruggen werden ondermijnd met springladingen, velden werden onder water gezet en tankversperringen opgebouwd.

[bewerken] Weerstandstelling

De stelling is ook gekend als de KW-stelling of de Dijle-linie en liep van Koningshooikt (Lier), Leuven, Waver, Gembloers tot Rhisnes waar ze aansloot op het versterkte fort van Namen. De Weerstandsstelling was de linie naar waar de Franse en Britse troepen zouden bewegen indien België werd aangevallen door Duitsland. De Weerstandsstelling omvatte een onafgebroken lijn van tankversperringen (Cointet-elementen, Tetraëders, spoorwegvelden, anti-tankgrachten, ... ), gevechtsbunkers en communicatiebunkers. De opstelling werd aangevuld met loopgrachten, anti-tankkanonnen, mitrailleurs, prikkeldraadversperringen. Op 10 mei 1940 staat alleen de 10e Belgische Infanteriedivisie opgesteld langs de Weerstandsstelling te Leuven. Een paar dagen later staan in de Belgische sector (tussen Lier en Antwerpen) het 2e Belgische Legerkorps (met de 6e, 9e en 11e Infanteriedivisies) en het 6e Legerkorps (met de 2e, 5e en 10e Infanteriedivisies) opgesteld. Het Brits expeditieleger zou plaatsnemen in de streek van Leuven en de Fransen in de omgeving van Waver.

[bewerken] Binnenlandse stellingen

Deze stellingen omvatte onder andere de linie Waver-Ninove, een onafgebroken tankhindernis met bunkers, het Nationaal Bolnetwerk langs het kanaal Gent-Terneuzen (dat nog niet was afgewerkt), de kustverdediging en geplande vernielingen langs de Franse grens (Semois, Samber, kanalen van Henegouwen).

Tussen de kust en de KW-linie bevond zich nog Bruggenhoofd Gent, in die tijd beter gekend onder zijn Franse naam Tête de Pont de Gand. Deze stelling werd aanzien als een laatste zware stelling waar de vijand gedurende langere tijd tegengehouden zou moeten kunnen worden. Het was een bunkergordel die zich uitstrekte van Astene aan de Leie tot Kwatrecht aan de Schelde. Hij bevatte in het totaal 228 gebetonneerde bunkers. Deze bunkergordel is gelijkaardig opgebouwd als de latere gebouwde KW-linie, ook niet te verbazen als men weet dat deze linie als bouwmodel diende. De bunkers van bruggenhoofd Gent waren op één gebied zeer opmerkelijk, namelijk hun extreem goede camouflage. Zo waren velen volledig ingewerkt in het landschap of gecamoufleerd als huisjes of stallingen bij huizen. Ze kregen hierbij zelfs nepdaken en puntgevels aangemeten. Ook zaten er vaak valse ramen op zij- en achterkanten. De schietgaten waren vaak verborgen achter luiken of valse deuren.

Hetgeen dat ook nog opmerkelijk is bij deze bunkergordel is het feit dat deze linie één van de weinige plaatsen is waar gedurende drie dagen de Duitse aanvaller kon worden tegengehouden. Er vielen aanzienlijk meer doden en gewonden onder de aanvallende troepen dan aan Belgische zijde. Het is ook de enige maal geweest tijdens de Duitse opmars dat er op de Duitse radio sprake is geweest van een zwaar oponthoud tijdens de Duitse invasie. De stelling is uiteindelijk verlaten omdat Duitse troepen hadden weten door te breken in de buurt van Oudenaarde aan de Schelde, een sector juist naast het bruggenhoofd die verdedigd werd door Britse troepen. De Belgische troepen liepen aan het bruggenhoofd het risico afgesneden en omsingeld te geraken en verlieten Tête de Pont de Gand in de nacht van 22 op 23 mei 1940. Opnieuw zou een duidelijk verdedigbare stelling worden verlaten en teruggetrokken naar een volgende verdedigingslijn, namelijk de leie. Het vervolg van de strijd zal in het verloop van de veldtocht omschreven worden als de slag aan de Leie

[bewerken] Slagorde op 10 mei 1940

[bewerken] Vooruitgeschoven stelling

De vooruitgeschoven stelling werd ingedeeld in twee sectoren; sector Noord liep van Antwerpen tot Lanaken. Sector Zuid liep van Hendrikskapelle tot Aarlen.

[bewerken] Sector Noord

Tussen Antwerpen en Turnhout liggen infanteriebataljons. In de rest van de regio zijn vooral lichte troepen (motorfietsen en wielrenners) gelegerd. Deze manschappen staan onder het commando van de bevelhebbers uit de Legerkorpsen die op de Dekkingsstelling staan. In kamp Leopoldsburg bevindt zich op 10 mei de 11e Infanteriedivisie (bestaande uit 14e, 20e en 29e Linieregiment) die er een opleiding vervolledigt.

[bewerken] Sector Zuid

In deze sector bevindt zich de Groep Keyaerts langs de grens en de Ourthe. Aan de grens staat de 1e Infanteriedivisie Ardense Jagers (bestaande uit 1e, 2e en 3e Jagerregiment) en langs de Ourthe bevinden zich

[bewerken] De invasie

In de nacht van 9 mei op 10 mei was er al een begin gemaakt door vliegtuigen van de 9.Flieger-Division: Zij legden magnetische mijnen aan in kustgebieden bij Oostende en Zeebrugge. Rond half 2 werd op grote schaal door het Belgische luchtruim gevlogen met Duitse vliegtuigen. Hieronder waren ook transportvliegtuigen. Belgische vliegvelden werden aangevallen, de geallieerden werden volkomen verrast. Ook werden militaire doelen, zoals luchtafweergeschut, bestookt. Na de grootschalige luchtaanvallen werden er luchtlandingen uitgevoerd.

De Duitse doorstoot in Noord-Frankrijk, mede mogelijk gemaakt door de snelle inname van het fort Eben-Emael, bracht de Belgische plannen in gevaar en dwong het Belgische leger tot een reeks van terugtochten om haar zuidelijke flank gedekt te houden. Toen de Duitse troepen op 20 mei het Kanaal bereikten, waren het Belgische leger, het Britse expeditieleger en een deel van de Franse troepen in België afgesneden.

De regering besloot naar Frankrijk en vervolgens naar Engeland te vluchten, terwijl Koning Leopold III op 28 mei 1940 capituleerde en verkoos in het land te blijven, naar zijn zeggen om het lot van zijn krijgsgevangen soldaten te delen. De afkeuring van zijn houding ten aanzien van de Duitse bezetter en zijn huwelijk in oorlogstijd met Lilian Baels zou na de Tweede Wereldoorlog aanleiding geven tot de Koningskwestie.

[bewerken] Ooggetuigenverslag van de veldtocht

Op woensdag 29 mei 1940, één dag na de Belgische capitulatie, schreef een Belgische krijgsgevangene uit Boorsem onder meer in een brief met aanhef: ergens in Vlaanderen aan zijn familie als volgt: Ik ben dus nu krijgsgevangen, maar stel het heel wel. De Duitschers zijn buitengewoon goed voor ons. Zij doen al wat ze kunnen voor ons. Maar natuurlijk, het schijnt dat er zoo maar een 500 à 550 duizend krijgsgevangenen voor het oogenblik in België zijn. Dat kan nog al tellen niet? Alle verbindingen zijn nog stuk, bruggen, telefoon, post...enz. Maar dat komt wel in orde. En binnenkort kom ik ook wel naar huis. Over de oorlog zelf, ja wat zou ik daarover vertellen? Oorlog is oorlog. Kameraden sneuvelen of worden gekwetst. Neven mij, voor mij en achter mij zijn er gevallen. Zij hadden minder geluk dan ik. Ik ben er door geraakt zonder letsel, zonder één enkele schram. Eens heb ik een stuk van een schrapnel op mijn rechterknie gehad. Zonder erg echter. Nog geen wonde, alleen maar een kleine blauwe plek die nu al weer weg is. Aan de Schelde en de Leie hebben wij verleden week in het vuur gezeten. Warm dat het er was. Ik denk dat er meer soldaten door de Belgische kogels en door de Belgische artillerie gedood zijn dan door de Duitsche. Ik zal dat allemaal beter zelf kunnen vertellen later...
De enveloppe draagt als poststempel: Gent 17 7 -40.17 en is ook voorzien van een stempel met: Rode Kruis van België, Ziekenhuisbibliotheken. Op donderdag 30 mei liet dezelfde krijgsgevangene het leven bij de scheepsramp op de Rhenus 127 nabij Willemstad aan het Hollandsch Diep.

[bewerken] Bibliografie

  • Bruno Comer, Mei '40. De onbegrijpelijke nederlaag, Uitg. Davidsfonds, 2010

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen