Slag om Berlijn
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Slag om Berlijn was de hevige strijd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog om de Duitse hoofdstad eind april/begin mei 1945. Minstens 300.000 personen zijn hierbij om het leven gekomen, met inbegrip van Adolf Hitler zelf, die op 30 april 1945 zelfmoord pleegde. De film Der Untergang speelt zich af tegen de achtergrond van deze slag.
Inhoud |
[bewerk] Voorbereiding
Het Sovjetoffensief in centraal Duitsland - wat na de verovering Oost-Duitsland (DDR) werd genoemd - had twee doelen. Stalin geloofde er niet in dat zijn westerse bondgenoten het door hun bezette grondgebied na de oorlog aan de Sovjet-Unie zouden overhandigen, daarom startte hij een breed en snel offensief om hen zo westelijk mogelijk te ontmoeten. De belangrijkste doelstelling was echter de inname van Berlijn. Deze twee doelstellingen vulden elkaar aan omdat de inname van Berlijn noodzakelijk was voor de macht over de regio. Een andere overweging was dat Berlijn zelf nuttige naoorlogse strategische activa had, met Adolf Hitler en het Duitse atoombomprogramma.
Op 6 maart benoemde Hitler Luitenant Generaal Helmuth Reymann tot bevelhebber van het Berlijnse verdedigingsgebied. Reymann verving Generaal Bruno Ritter von Hauenschild.
Op 20 maart werd Generaal Gotthard Heinrici benoemd tot bevelhebber van de Weichsel-verdedigingsgroep. Hij verving Reichsführer-SS Heinrich Himmler. Heinrici was één van beste verdedigers in het Duitse leger. Hij begon onmiddellijk om verdedigingsplannen te maken.
Heinrici oordeelde correct dat de belangrijkste Sovjet-aanval over de rivier de Oder en langs de belangrijkste oost-west-autobahn van Breslau naar Berlijn zou worden gemaakt. Hij besliste om de oevers van de Oder met niet meer dan een dun scherm van soldaten te verdedigen. In plaats daarvan, gaf Heinrici zijn ingenieurs de opdracht om de Seelowhoogten te versterken, die de Oder op het punt overzagen waar de Autobahn het kruiste. Dit was zowat 17 kilometer ten westen van de Oder en 90 kilometer ten oosten van Berlijn. Heinrici dunde de linies in andere gebieden uit om de beschikbare mankracht op de hoogtes te verhogen.
Duitse ingenieurs begonnen de Oder, reeds gezwollen door de lentedooi, in een moeras te veranderen, door de wateren in een reservoir stroomopwaarts vrij te geven. Hierachter bouwden de ingenieurs drie verdedigingsstellingen. Deze stellingen gingen door tot aan de rand van Berlijn (de linies dichtbij Berlijn werden Wotan-stelling genoemd). Deze linies bestonden uit anti-tankgeschut, anti-tankkanonnen en een uitgebreid netwerk van loopgraven en bunkers.
Op 9 april viel Koningsbergen in Oost-Pruisen definitief in handen van het Rode Leger, na de capitulatie door Festungskommandant Lasch. Dit gaf het 2de Wit-Russische Leger van generaal Konstantin Rokossovski de mogelijkheid om westwaarts naar de oostelijke over van de Oder te trekken.
Tijdens de eerste twee weken van april voerde het Rode Leger haar snelste hergroepering van de oorlog uit. Generaal Georgi Zjoekov hergroepeerde zijn 1ste Wit-Russische Leger, dat langs de Oder van Frankfurt in het zuiden tot aan de Oostzee was opgesteld, naar enkel een gebied voor de Hoogten van Seelow. Het 2de Wit-Russische Front werd verplaatst naar de posities die door het 1ste Wit-Russische Leger, noordelijk van de Seelow Hoogtes werden vrijgemaakt.
Tijdens deze hergroepering ontstonden er openingen in de linies en de resten van Generaal Dietrich von Sauckens 2de Duitse Leger, dat dichtbij Danzig was geconcentreerd, slaagde erin om naar de Weichsel te ontsnappen. In het zuiden verplaatste Maarschalk Ivan Konev het belangrijkste gewicht van de 1ste Oekraïense Front(Sovjet-eenheid) uit het noordwestelijke Opper-Silezië naar de Neisse. Men ontweek hierbij het gebied rond de Festung Breslau, omdat Breslau strijdgebied was gebleven en tot 6 mei 1945 zou worden verdedigd door fanatieke Duitse eenheden van onder andere de Hitlerjugend en Volkssturm.
De drie Sovjet fronten hadden samen 2,5 miljoen militairen (met inbegrip van 78.556 militairen uit het 1ste Poolse Leger), 6.250 tanks, 7.500 vliegtuigen, 41.600 artilleriestukken en mortieren, 3.255 op vrachtwagen opgezette Katyusha raketlanceerinrichtingen (bijgenaamd 'Stalinorgels'), en 95.383 motorvoertuigen, velen vervaardigd in de VS.
[bewerk] Russische opmars
In januari 1945 namen de Russen de Poolse hoofdstad Warschau in. Na een offensief dat resulteerde in het oversteken van de rivier Narew rukten ze snel op: 30-40 kilometer per dag. De rivier de Oder vormde even een nieuwe frontlijn.
Een tegenaanval van de Duitsers geleid door Himmler rond 24 februari mislukte. Boedapest viel op 13 februari na drie vergeefse Duitse ontzettingspogingen. Een Duitse aanval met het onmogelijke doel de Donau als front te herstellen faalde op 16 maart. Op 30 maart trokken de Russen Oostenrijk binnen en op 13 april viel Wenen.
[bewerk] Berlijn als frontstad
Op 16 april waren de Russen hun opmars naar Berlijn begonnen. Op 20 april 1945 werd Adolf Hitler gewekt door het gedonder van Russische artillerie. De Russen waren de Oder overgestoken en bevonden zich op een tiental kilometers van Berlijn. Hitler liet een speciale order uitgaan, waarin Berlijn als frontstad werd aangemerkt. De stad moest tot het uiterste verdedigd worden, en het bestuursapparaat zou zich met medeneming van de nodige en vernietiging van de overige documenten in Noord-Duitsland vestigen. Wellicht hoopte Hitler tijd te winnen om een bondgenootschap met de geallieerden te kunnen sluiten. Andere historici beweren dat Hitler zoveel mogelijk mensen met zich mee wilden slepen in zijn ondergang.
[bewerk] De omsingeling
Terwijl hoge nazi's als Hermann Göring en Himmler naar het noorden en zuiden vluchtten, en Hitler zijn officieren in zijn bunker onder de Rijkskanselarij afblafte, sloten de Russen onder generaal Zjoekov Berlijn steeds verder in. Felle tegenstand bemoeilijkte de omsingeling, maar de Russen zetten alles op alles om de stad te bezetten. Ze waren bang dat de Duitsers zich anders aan de westelijke geallieerden zouden overgeven. De burgers trachtten er het beste van te maken en ontweken zowel Russische als Duitse soldaten. In het bijzonder de "vliegende krijgsraden" waren gevreesd: doodseskaders die iedereen die ze verdachten van desertie executeerden en aan lantaarnpalen ophingen. De Wehrmacht, SS en Volkssturm moesten zich tot het uiterste verdedigen. Verbaasde Russische legereenheden die een mitrailleursnest of weerstandshaard hadden omsingeld, zagen soms dat die bestond uit huilende kinderen.
[bewerk] Het einde
29 april waren de Russen tot het centrum van Berlijn gevorderd. Terwijl Hitler trouwde en vervolgens zelfmoord pleegde, verdedigde een harde kern van (buitenlandse, vooral Franse) SS-mannen de kanselarij en omliggende gebouwen. Na de dood van Hitler en Goebbels besloten Wehrmachtsofficieren op 1 mei tot overgave, maar veel SS-ers bleven doorvechten. Zjoekov dreigde, wanneer de Franse SS-ers zich niet zouden overgeven, de Rijksdag op te blazen. Uiteindelijk wisten de Russen de ruïnes te bezetten, maar ten koste van tien- of misschien zelfs honderdduizenden mensenlevens aan beide zijden.
1940: Nederland · Grebbeberg · Frankrijk · Duinkerke · Engeland
1941: Joegoslavië· Sollum · Leningrad 1942: Stalingrad · Dieppe · Campagne in Noord-Afrika
1943: Italië · Koersk · Derde slag om Charkov 1944: Monte Cassino · Normandië ·Caen · Cherbourg · Carentan · Operatie Lüttich · Falaise · Warschau · Arnhem · Overloon · Schelde · Aken · Elzas · Capelse Veer · Ardennen · Bastogne · Hürtgenwald · Laplandoorlog
1945:Zak van Colmar · Berlijn

