Operatie Bagration

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Operatie Bagration
Onderdeel van Tweede wereldoorlog (Oostfront)
Verlaten voertuigen van het Duitse 9e Leger op een weg nabij Babroejsk (Wit-Rusland)
Verlaten voertuigen van het Duitse 9e Leger op een weg nabij Babroejsk (Wit-Rusland)
Datum 22 juni - 19 augustus 1944
Locatie Wit-Rusland
Resultaat Overwinning voor de Sovjet-Unie
Strijdende partijen
Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-Unie Vlag van Duitsland Duitsland
Commandanten
Flag of the Soviet Union.svg Georgi Zjoekov Vlag van Duitsland Ernst Busch
Vlag van Duitsland Walter Model
Troepensterkte
2.330.000 ca 500.000
Het oostfront van augustus 1943 tot december 1944

Operatie Bagration (Russisch: Oперация Багратион; Operatsia Bagration) was de codenaam voor een offensief door het Rode Leger op het oostfront tussen 22 juni en 19 augustus 1944. De operatie resulteerde in de herovering van Wit-Rusland en het oosten van Polen. De naam verwijst naar Pjotr Bagration, een Russisch generaal ten tijde van de invasie van Rusland door Napoleon Bonaparte.

Achtergrond[bewerken]

Na de val van Stalingrad op 2 februari 1943 werd het Duitse leger door het Rode Leger steeds verder richting Duitsland teruggedreven. Vooral in het zuiden (Oekraïne) waren ze ver teruggeslagen. In het centrum van de frontlijn hadden de Duitsers nog wel een groot deel van Russisch territorium in handen.
Op 1 mei 1944 informeerde Stalin zijn generale staf over zijn plannen om Wit-Rusland te bevrijden. Het plan omvatte enkele afleidingsmanoeuvres en één hoofdaanval. In het noorden zouden de Russen een aanval beginnen op Finland, een bondgenoot van Duitsland, om zo te vermijden dat de Duitse Legergroep Noord te hulp zouden komen. De aanval in het zuiden moest de Duitsers laten geloven dat de hoofdaanval tegen Roemenië en Hongarije gericht was.
De Duitse veldmaarschalk Ernst Busch, opperbevelhebber van de Legergroep Midden, moest zijn stellingen ter hoogte van Minsk verdedigen en tegelijkertijd versterkingen naar het zuiden sturen. Dit werd bemoeilijkt omdat de Russen het luchtoverwicht hadden en zo de Duitse verkenningsvliegtuigen aan de grond konden houden.

Operatie Bagration[bewerken]

Op 22 juni 1944 vielen de Russen eerst aan ten noorden van de stad Vitebsk. De volgende dag begon een aanval ten zuiden van Vitebsk. Op die manier werd getracht de stad af te sluiten. Op hetzelfde ogenblik startte ook de aanval op Orsja; deze was minder succesvol. Een dag later werd de zuidelijke sector van de saillant rond Bobruisk aangevallen. Omdat Busch de Russen nu langs alle richtingen zag naderen, vroeg hij Hitler om toestemming zich te mogen terugtrekken. Het Derde Pantserleger mocht zich terugtrekken maar er moesten eenheden achterblijven om Vitebsk te verdedigen. De stad viel een paar dagen later.
De terugtrekking was echter veel te laat ingezet en op 28 juni werd het 3e Pantserleger vernietigd. Het 4e Pantserleger probeerde zich nog terug te trekken naar Minsk maar liep net als het 9e Leger in de Russische val.
Hitler verving hierna Busch door Walter Model, aanvoerder van Legergroep Noord. Ook Georg Lindemann werd ontslagen omdat hij de terugtrekking wilde voortzetten. Op 3 juli werd Minsk ingenomen; zes dagen later was het gebied rond Brody aan de beurt. De Legergroep Midden bleef uiteenvallen en op 20 juli werd de Boeg bereikt. Na 300 km opmars was het Rode Leger door zijn voorraden heen, zodat een pauze moest worden ingelast. Model reorganiseerde zijn troepen maar kon de Russische oorlogsmachine niet tegenhouden. Op 31 juli gingen de Russen ter hoogte van Warschau in de verdediging. Het zou nog duren tot januari 1945 vooraleer de stad zou vallen.

Gevolgen[bewerken]

De gevechten leidden tot de grootste Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog, want hierbij verloren zij veel meer aan manschappen, materieel en terrein dan in de slag om Stalingrad of in de tegelijkertijd woedende slag om Normandië. De Legergroep Centrum werd nagenoeg volledig vernietigd. De Duitsers verloren 2.000 tanks en 57.000 andere voertuigen. De menselijke verliezen aan de Duitse kant worden geschat op 290.000 doden, 120.000 gewonden en 150.000 gevangenen. Aan Sovjet-zijde waren de verliezen: 178.507 doden en vermisten, 590.848 gewonden en zieken.