Afrikakorps

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deutsches Afrikakorps
Embleem van het Afrikakorps
Embleem van het Afrikakorps
Oprichting 12 februari 1941
Ontbinding 13 mei 1943
Land Duitse Vlag 1933 nazi-Duitsland
Krijgsmachtonderdeel Balkenkruis Heer
Organisatie Korps
Aantal 100,000 (1942)
140,000 (1943)[1]
Motto Ritterlich im Kriege, wachsam für den Frieden
(Ridderlijk in de oorlog, waakzaam voor de vrede)
Kleur Geel, bruin
Veldslagen Noord-Afrikaanse veldtocht
Slag om Tobroek
Slag bij Gazala
Tweede slag om El Alamein
Commandanten Erwin Rommel
Ludwig Crüwell
Walther Nehring
Fritz Bayerlein
Wilhelm von Thoma
Aankomst van Rommel in Tripoli (1941)
Messerschmitt Bf 109's boven Noord-Afrika
Een Tiger tank buitgemaakt in Tunis, 1943

Het Deutsches Afrikakorps (DAK) was een legereenheid die in de Tweede Wereldoorlog onder leiding van Erwin Rommel in Noord-Afrika opereerde.

Op 12 februari 1941 vertrok de kort tevoren gepromoveerde luitenant-generaal Erwin Rommel met een expeditieleger, waarvan de Vijfde Lichte Divisie de hoofdmacht vormde, uit Berlijn naar Tripoli, om daar de gedemoraliseerde Italiaanse troepen te steunen in hun strijd tegen het Britse leger. Het was een strijd waarin de Italiaanse troepen de ene nederlaag na de andere leden, maar het tij zou gekeerd worden ten gunste van de asmogendheden door Rommel, die al eerder bewezen had dat hij moeilijke opdrachten tot een goed einde kon brengen (zoals tijdens de Slag om Frankrijk, waar hij en zijn Zevende Pantserdivisie de bijnaam “Spookdivisie” verwierven, omdat hij sneller oprukte dan zijn eigen opperbevel kon bijhouden). Aangekomen in Tripoli, merkte Rommel, die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Slag bij Caporetto nog tègen de Italianen gevochten had, dat hij op weinig steun kon rekenen van de Italiaanse troepen. Van communicatie tussen hem en de Italiaanse bevelhebbers was dan ook geen sprake.

Op 11 april 1941 had Rommel de Britten over een aanzienlijke afstand teruggedreven en kwam hij tot aan de stad Tobroek, aan de Egyptisch-Libische grens, maar slaagde er niet in ze te veroveren. Deze krachttoer leverde Erwin Rommel bij vriend en vijand de bijnaam Woestijnvos op, omdat hij constant improviseerde en trucs gebruikte om zijn vijanden te slim af te zijn.

Het Afrikakorps werd midden augustus 1941 gereorganiseerd en kreeg ook een andere naam: de Panzergruppe Afrika. De vijf Italiaanse divisies die zich in Noord-Afrika bevonden werden ook onder het bevel geplaatst van Rommel. De vijfde lichte divisie werd de 21ste pantserdivisie. Daarnaast behoorden de 15e Pantserdivisie en de 90e Lichte Divisie tot deze Panzergruppe Afrika.

In de nacht van 17 november 1941 ondernamen Britse commando’s een poging om Rommel te vermoorden, maar Rommel was niet op de veronderstelde plaats.

Eind 1941 startten de Britten een offensief. Dit leidde tot het ontzet van Tobroek. Rommel werd teruggedreven tot in El Agheila. Na korte tijd ging Rommel weer in het offensief. Op 21 juni 1942 zag hij kans om Tobroek te veroveren, ondanks fel verzet van de Britten. Als beloning hiervoor werd hij op 22 juni gepromoveerd tot veldmaarschalk en werd hij op vijftigjarige leeftijd de jongste Duitse veldmaarschalk ooit.

Rommel bereikte aan het einde van juni 1942 El Alamein, bijna 500 km ten oosten van Tobroek, nog maar ruim 100 km van de Egyptische havenstad Alexandrië en 230 km van de hoofdprijs van de hele Afrika-campagne: het Suezkanaal, dat als de 'luchtpijp van het Britse Rijk' beschouwd werd. De Duitse troepen waren echter compleet uitgeput en de vitale aanvoerlijnen vanuit Italië waren extreem lang geworden; vooral op de Middellandse Zee waren die kwetsbaar voor aanvallen van de Britse marine en voor luchtaanvallen vanaf Malta. Bovendien was al in juni 1941 het voor de Duitsers veel belangrijkere oostfront geopend tegen de Sovjet-Unie, waarmee de woestijnoorlog tot een zijtoneel werd gedegradeerd. Toch lanceerden de Duitsers op 1 juli 1942 de eerste slag om El Alamein, maar die werd afgeslagen; ze werden in het defensief gedrongen door de alsmaar sterker wordende Britten onder leiding van generaal Auchinleck. Bernard Montgomery nam vervolgens het bevel over het Britse Achtste Leger over. Na een mislukt laatste offensief richting Suezkanaal in de eerste week van september in de Slag om Alam el Halfa ging Rommel op ziekteverlof naar Duitsland. Hij kwam pas in oktober terug terug toen Montgomery een offensief begon, dat de geschiedenis zou ingaan als de tweede slag om El Alamein. Dit leidde ertoe dat de Duitse linies begin november werden doorbroken. Het Afrikakorps had toen alleen al vanwege ernstig brandstoftekort geen keuze dan zich alsmaar verder terug te trekken en tot overmaat van ramp landden er op 8 november 1942 geallieerde troepen in Noordwest-Afrika (‘Operatie Toorts’). Op 19 februari 1943 lanceerde Rommel zijn laatste offensief in Noord-Afrika. Het was de eerste directe confrontatie van de Duitsers met Amerikaanse troepen in Afrika en die liep heel slecht voor de Amerikanen af. De volgende dag wist hij de Kasserine-pas te heroveren. De Amerikanen leerden echter van hun fouten en majoor-generaal George Patton, een expert in pantsertactiek, nam het bevel over. De Duitsers bleven niet lang in het bezit van de pas; daarna werd het Afrikakorps steeds verder teruggedreven, totdat het in Tunis capituleerde op 13 mei 1943. De ongeveer 200.000 manschappen gaven zich op die dag over aan de geallieerden. Veldmaarschalk Erwin Rommel was toen al door Hitler teruggeroepen naar Duitsland om diens reputatie te sparen.

Het Afrikakorps is, dankzij de persoonlijkheid van Rommel, het ontbreken van rassenkwesties en zo goed als onbewoonde gebieden waarin de veldslagen werden uitgevochten, nooit beschuldigd van oorlogsmisdaden.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties