Ludwig Wittgenstein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ludwig Wittgenstein, 1910

Ludwig Josef Johann Wittgenstein (Wenen, 26 april 1889Cambridge, 29 april 1951) was een Oostenrijks-Britse filosoof. Hij heeft veel bijgedragen aan de taalfilosofie en aan de grondvesten van de logica. Hij leverde ook bijdragen aan de filosofie van de wiskunde en de filosofie van de geest. Hij wordt gezien als een pionier in de analytische filosofie en geldt als een van de grootste filosofen van de twintigste eeuw. Zijn late werk wordt daarnaast verbonden met de school van de Ordinary language philosophy.

Levensloop[bewerken]

Wittgenstein was het jongste kind van een extreem rijke Oostenrijkse industrieel. Het was zelfs de rijkste familie van het land. In zijn lagere schooltijd zat Adolf Hitler bij hem op school. Hij is opgeleid tot werktuigbouwkundig ingenieur en onderzocht en verbeterde een tijdje het ontwerp van vliegtuigen. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich als vrijwilliger voor het Duits-Oostenrijkse leger. Hij had een boekje van Tolstoj over de evangeliën in zijn rugzak. Hij maakte aan het front aantekeningen waaruit later de Tractatus Logico-Philosophicus zou groeien.

Wittgenstein hield in sommige periodes van zijn leven dagboeken bij en voerde uitgebreide correspondentie met allerlei mensen. Die schriftelijke bronnen werden belangrijk bij de interpretatie van zijn filosofie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Wittgenstein als ambulancebroeder en in een medisch onderzoekslaboratorium. Na de oorlog keerde hij terug naar Cambridge, maar in 1947 gaf Wittgenstein zijn leerstoel op. Hij overleed in 1951.

Wittgenstein heeft in zijn filosofische ontwikkeling een belangrijke ommezwaai gemaakt. Zo zeer zelfs dat men spreekt van Wittgenstein I en Wittgenstein II, al staat dat onderscheid uiteraard ook ter discussie.

Een uitgebreide biografie van Wittgenstein, zowel persoonlijk als filosofisch, werd geschreven door Ray Monk, en verscheen in 1991 onder de titel The Duty of Genius, in het Nederlands vertaald als Het heilige moeten.

Wittgenstein I[bewerken]

Wittgensteins aantekeningen uit 1914

Het eerste hoofdwerk van Wittgenstein I is de Tractatus Logico-Philosophicus. Dit werk verscheen in 1921/1922 en werd als onbegrijpelijk en onverkoopbaar ervaren. Bertrand Russell, met wie Wittgenstein in die tijd een zeer goed contact had, heeft zich voor de uitgave ervan ingespannen en een voorwoord bij het boek geschreven - waarover Wittgenstein trouwens totaal niet tevreden was. De Tractatus - zoals het boek vaak wordt aangeduid - bestaat uit een serie genummerde stellingen. Het handelt over de taal ten opzichte van het domein van de kennis, ethiek, esthetiek en religie. Volgens Wittgenstein I kan met taal alleen zinvol worden omgegaan als daarmee "standen van zaken" worden beschreven (hierin volgt hij zijn voorbeeld Augustinus, wiens werk hij later sterk zal bekritiseren). Over het overige zegt hij: "Waarover men niet spreken kan, daarover kan men niet anders dan zwijgen." (Duits: Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.) Het is een open deur en geen gebod (dat in het Duits met "sollen" weergegeven wordt.) Het boek werd in de Wiener Kreis zeer populair en leverde Wittgenstein uiteindelijk de doctorstitel op.

Hoewel er volgens Wittgenstein weliswaar over ethiek en dergelijke niets zinnigs gezegd kan worden, vindt hij deze transcendentale zaken wel heel belangrijk. De uiteindelijke levensvervulling vindt juist hierdoor plaats. Hij heeft een soort van categorische imperatief: "ervaar de wereld zoals hij is". Overigens beschouwde Wittgenstein I de Tractatus ook als niet zinvolle taal. Maar het was de ladder die nodig was om dat inzicht te bereiken. Daarna kon hij worden weggegooid.

Wittgenstein dacht dat hij met de Tractatus alle problemen van de filosofie had opgelost. Onder andere daarom stopte hij met filosofie. Hij schonk zijn fortuin aan zijn zuster (die was zelf toch al schatrijk en kon dus niet in negatieve zin worden beïnvloed door het geld) en werd een paar jaar onderwijzer op een lagere school en ook even tuinman in een klooster - waar hij een intrede heeft overwogen. Van 1926 tot 1928 werkte hij mee als architect aan een huis voor een van zijn zusters.

Wittgenstein II[bewerken]

In 1929 keerde hij terug tot de filosofie. Hij werd hoogleraar in Cambridge. In 1953 verscheen postuum het tweede hoofdwerk Filosofische onderzoekingen (Philosophische Untersuchungen), eigenlijk een verzameling van notities die Wittgenstein jaren had gepoogd voor te bereiden voor uitgave, iets waarin hij wegens doorgedreven perfectionisme nooit geslaagd was. De lessen die hij aan zijn studenten dicteerde en andere notities zijn postuum uitgegeven als Het Blauwe en het Bruine Boek.

Critici zijn het er nog niet over eens of het een radicale ommekeer is in Wittgensteins' denken, of een evolutie van zijn gedachten uit de Tractatus. Wittgenstein is gaandeweg tot de conclusie gekomen dat taal te complex is om de wereld in een één-op-één verhouding te beschrijven. Zo is het onmogelijk om bijvoorbeeld een minachtend zuchten binnen het taalsysteem een duidelijke plaats te geven. In plaats daarvan spreekt hij van taalspelen. De verschillende taalspelen zijn toepasbaar op verschillende situaties, waarbij telkens een "familiegelijkenis" optreedt. Hoewel er voor elke situatie specifieke kenmerken zijn vast te stellen, zijn niet alle kenmerken toepasbaar op alle situaties, zoals leden van eenzelfde familie op elkaar lijken, zonder dat ze precies dezelfde gezichtstrekken hebben. Het is met deze nieuwe visie van taal dat hij veel invloed uitoefende op andere filosofen, voornamelijk in de Ordinary language philosophy. Een bekend criticus van deze latere Wittgensteiniaanse filosofie was de filosoof en antropoloog Ernest Gellner, voornamelijk in zijn boek Words and Things (1959).

Wittgensteins filosofie in het Nederlands[bewerken]

In Nederland werd het denken van Wittgenstein geïntroduceerd door de schrijver W.F. Hermans, die het pamflet Wittgenstein in de mode (1967) schreef, en de Tractatus vertaalde (1975); niet geheel tot genoegen van vakfilosofen.

Andere werken van Wittgenstein die in het Nederlands zijn verschenen:

  • Over zekerheid (Über Gewißheit), vertaald door Sybe Terwee (Meppel: Boom, 1977)
  • Colleges over ethiek, esthetica, psychologie en religieus geloof (Wittgenstein's Lectures on Ethics en Lectures and Conversations on Aesthetics, Psychology and Religious Belief), vert. Henriët Plantenga (Meppel: Boom, 1979)
  • Losse opmerkingen (Vermischte Bemerkungen, in het Engels verschenen als Culture and Value), een keuze uit het nalatenschap door G.H. von Wright, vertaald door Willem de Ruiter en Wim Stange (Baarn: Wereldvenster, 1979)
  • Opmerkingen over de kleuren (Bemerkungen über die Farben), vert. Paul Wijdeveld (Amsterdam: Tabula, 1982)
  • Filosofische onderzoekingen (Philosophische Untersuchungen), vert. Maarten Derksen en Sybe Terwee (Amsterdam: Boom, 1992)
  • Knipsels (Zettel), vert. Wilfred Oranje (Amsterdam: Boom, 1995)
  • Het blauwe en het bruine boek (The Blue and Brown Books), vert. Wilfred Oranje (Amsterdam: Boom, 1996)
  • Filosofische beschouwingen: over ethiek, esthetica, psychoanalyse, geloof en antropologie (Lectures and Conversations on Aesthetics, Psychology, and Religious Belief, Lecture on Ethics en Bemerkungen über Frazers Golden Bough), vert. Wilfred Oranje (Amsterdam: Boom, 1998)
  • Denkbewegingen: Dagboeken 1930-1932/1936-1937 (Denkbewegungen), vert. Wilfred Oranje (Amsterdam: Boom, 2000)

Externe links[bewerken]

Logo Wikiquote
Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Ludwig Wittgenstein.