Oswald Spengler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oswald Spengler

Oswald Arnold Gottfried Spengler (Blankenburg, 29 mei 1880 - München, 8 mei 1936) was een Duits geschiedfilosoof en cultuurhistoricus.

Biografie[bewerken]

Spengler studeerde wiskunde en natuurwetenschappen in Halle, München en Berlijn en promoveerde in 1904 in Halle op een filosofisch proefschrift ("Der metaphysische Grundgedanke der Heraklitischen Philosophie").

Na leraar te zijn geweest aan een gymnasium in Hamburg, waar hij wiskunde, natuurkunde, Duits en geschiedenis doceerde, vestigde Spengler zich te München als zelfstandig schrijver over cultuur. Hij schreef monarchistische en antiparlementaire stukken. In 1918 en 1922 werd zijn voornaamste tweedelige werk De ondergang van het Avondland gepubliceerd, waarin hij zijn pessimistische kijk op de westerse geschiedenis ontvouwde. Hiermee werd hij een van de grondleggers van het cultuurpessimisme. Aanvankelijk stond hij achter het opkomende nationaalsocialisme, waarmee hij de afkeer van de Republiek van Weimar deelde, maar later wees hij dit af, evenals het antisemitisme. Hoewel hij in 1933 in de Duitse academie van wetenschappen werd gekozen, mochten zijn werk en ideeën niet meer worden genoemd op de Duitse radio.

Het avondland[bewerken]

Spengler zag in het nooit in het Nederlands vertaalde de Ondergang van het Avondland af van iedere vooruitgangsidee, wat de nationaalsocialisten hem kwalijk namen. In de plaats stelde hij een cultuurgenese waarin culturen net als individuen opgroeien, volwassen worden en sterven. Dit liet hij zien aan de hand van de acht wereldbeschavingen: De Babylonische, de Egyptische, de Chinese, de Indische, de Indiaans-Mexicaanse, de klassieke of Grieks-Romeinse en de Magiaanse beschaving. Onder deze laatste beschaving situeert Spengler de Arabische, Joodse en Byzantijnse beschaving. De vormgeving van zijn culturenpalet is origineel en is gezien als een reactie tegen de traditionele 'maakbare' Europese cultuur- en geschiedsopvattingen van de verlichting, de renaissance en het Christendom. In zijn morfologische denken over cultuurvorming onderging Spengler invloeden van Goethe en Nietzsche. De rationele samenleving en wetenschap waren de triomf van de westerse wil geweest. Die zou volgens Spengler stuk lopen op een sterkere wil van Duitsland omdat zij een sterker 'wij-gevoel' hadden en hun voeling met de innerlijke geest. Het boek werd onmiddellijk een succes, ook commercieel. Elisabeth Förster-Nietzsche, de zus van Friedrich Nietzsche, vond het zo goed, dat Spengler op haar initiatief de Nietzscheprijs kreeg en beroemd werd.

Spengler leefde de laatste jaren van zijn leven vereenzaamd en teruggetrokken in München, waar hij duizenden boeken kocht en een verzameling antieke wapens aanlegde. Kort voor zijn dood schreef hij aan een vriend (Hans Frank[1]), dat het Duitse rijk binnen tien jaar zou ophouden te bestaan. Hij stierf kort voor zijn 56e verjaardag aan een hartaanval.

Publicaties[bewerken]

  • Konservativ und liberal (1911)
  • Römer und Preußen (1916, 1918)
  • Der Untergang des Abendlandes (1918, 1922)
  • Preußentum und Sozialismus (1920)
  • Neubau des Deutschen Reiches (1924)
  • Der Mensch und die Technik. Beitrag zu einer Philosophie des Lebens (München 1931)
  • Politische Schriften (1932)
  • Jahre der Entscheidung (1933)

Referenties[bewerken]

  1. Leon N. Goldensohn, Neurenberg Gesprekken, Meulenhoff, 2004, p. 61