Menselijk ras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Egyptische voorstelling van verschillende menselijke uiterlijken

Met menselijk ras wordt de groepering van mensen in verschillende categorieën bedoeld, op basis van uiterlijke en genetische kenmerken.

Achtergrond[bewerken]

In de menselijke situatie heeft in de loop van de geschiedenis een natuurlijke selectie plaatsgevonden waardoor geografisch geïsoleerde bevolkingsgroepen verschillende uiterlijkheden en verschillende socioculturele eigenschappen hebben gekregen.

In de antropologie sprak men vroeger, met name in navolging van het werk van Johann Friedrich Blumenbach (1752-1840), over "menselijke rassen". Blumenbach vond ook de indertijd gebruikelijke namen uit, waaronder de termen Kaukasisch (vaak Europide of blanke ras genoemd), Mongolide, Amerikaans en Ethiopisch (later Negroïde), slechts op geografische en fenotypische eigenschappen gebaseerd.

Relativiteit van het begrip menselijk ras[bewerken]

Kaart uit Meyers Konversations-Lexikon (1885-90) met indeling van Hongaren, Finnen, indianen en Turkse volkeren bij het "Mongolide ras" en de Perzen, Semieten en Hamieten bij het "blanke ras"
Kaart van Lothrop Stoddard (1920) met de verspreiding van zogenaamde "menselijk rassen".

Een groot probleem met de indeling van bevolkingsgroepen in rassen is de onnauwkeurigheid ervan. Van sommige bevolkingsgroepen is de komaf niet duidelijk, en vrijwel alle groepen hebben zich in meer of mindere mate vermengd in de loop van de geschiedenis. Een tweede probleem is dat de grenzen tussen de vermeende rassen soms heel anders komen te liggen wanneer naar andere dan uiterlijke eigenschappen gekeken wordt. In het bijzonder heeft de wetenschap aangetoond dat tussen negroïde bevolkingsgroepen een grote genetische diversiteit aanwezig is.

In de geschiedenis is het rassenbegrip vaak aangepast aan de wensen van de heersende macht. Soms werden hiervoor pseudowetenschappelijke argumenten gebruikt.

Beladen term[bewerken]

Illustratie uit 1796 van William Blake. Drie continenten (van links naar rechts: Afrika, Europa, Amerika) worden telkens voorgesteld door een lid van een menselijk ras

Het begrip "menselijk ras" is in Europa sinds de opkomst van nazi-Duitsland uiterst beladen. Het idee van raciale superioriteit is niet door de nazi's uitgevonden; het was zowel in tsaristisch Rusland als in de westerse koloniale mogendheden in de loop van de 19e eeuw gemeengoed geworden. Een dergelijke beoordeling van mensen op basis van hun ras wordt tegenwoordig in de westerse wereld algemeen veroordeeld als racisme. Een verwant begrip is rassensegregatie, waarbij iemands ras of etnische achtergrond beïnvloedt welke rechten hij heeft. In de 20e eeuw kwam rassensegregatie, gesanctioneerd en gestimuleerd door de overheid, in diverse samenlevingen voor, zoals Zuid-Afrika, Duitsland en de Verenigde Staten. Sociale segregatie komt nog steeds voor.

De beladenheid van het begrip menselijk ras is deels toe te schrijven aan de extreme consequenties die er in nazi-Duitsland uit getrokken werden, namelijk dat bepaalde "minderwaardige rassen" ("rassisch minderwertig"[1]) uitgeroeid moeten worden. Het trauma van de Holocaust speelt buiten de westerse wereld echter veel minder. In India is het in huwelijksadvertenties niet ongebruikelijk reclame te maken met een lichte huidskleur; Ian Buruma constateerde rond 1991[2] dat Japanners nog steeds volop denken in raciale termen over internationale en historische kwesties. De arabist Marcel Kurpershoek kwam er tijdens zijn veldwerk onder nomaden in Saoedi-Arabië achter dat hij als schoonzoon goed zou scoren met zijn erfelijk bepaalde inbreng.[3] In China wordt nog steeds op middelbare scholen onderwezen dat alle Chinezen afstammen van de Homo erectus (de Pekingmens), en dus een ander "ras" (lees: soort) zouden zijn.

Genografie[bewerken]

De Italiaanse wetenschapper Luigi Luca Cavalli-Sforza (1922) kwam na uitgebreid genetisch onderzoek aan het menselijk haploïde DNA tot de conclusie dat er genetische verschillen bestaan tussen de veronderstelde rassen. Elk volk heeft met de zogenaamde haplogroepen eigen genetische kenmerken. Hij concludeert onder meer dat de Nederlanders genetisch het meest verwant zijn met de Denen, gevolgd door de Engelsen. De naaste verwanten van de Belgen zijn de Duitsers, Zwitsers en Oostenrijkers. Met het onderzoek kon Cavalli-Sforza een stamboom opstellen met de meest waarschijnlijke verwantschap tussen volkeren en de migraties van de moderne mens in de laatste 150.000 jaar. Zijn beeld van de migraties komt overeen met dat van de paleontologie.

In het boek The History and Geography of Human Genes (1994) onderscheidt Cavalli-Sforza acht hoofdrassen: Zwart-Afrika, Kaukasisch, Noordoost-Azië, Arctica (Noordpoolgebied), Amerika, Zuid-oost-Azië, Stille Oceaan en Australië. De zeven niet-zwarte rassen hebben een relatief grote verwantschap en het ras in Zwart-Afrika staat het genetisch het verst weg van de andere zeven rassen. Na de uitgave van het boek brak er een storm van verontwaardiging los. Inmiddels is de genografie een jonge tak van wetenschap die onderzoek doet naar de afstammingsgeschiedenis van de mens.

Het kan in een aantal contexten wel degelijk zinvol zijn om aan te geven wat de etnische achtergrond van een persoon is:

  • Medicijnen werken soms anders bij mensen van verschillende herkomst.
  • Vele ziekten hebben een verschillende kans om voor te komen bij mensen van verschillende herkomst. (De resistentieontwikkeling bij mensen is een evolutionair proces waarbij aanraking met een ziekte, en dus de geografische locaties van de voorouders een grote rol spelen. Een goed voorbeeld in de geschiedenis is bijvoorbeeld de teloorgang van het Incarijk veelal door toedoen van epidemieën van ziekten die door Europeanen naar Zuid-Amerika werden gebracht.)
  • Sommige erfelijke eigenschappen komen in de ene groep (NB: een groep kan een zeer variabele grootte hebben, van een geïsoleerde gemeenschap in Noord-Zweden tot heel het Incarijk) vaker voor dan in een andere.
  • De culturele identiteit wordt vaak ook door een persoon zelf ontleend aan de etnische achtergrond.
  • De vraag naar cosmetische producten hangt sterk af van huidskleur en haartype.[4]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. dhm.de
  2. Ian Buruma: Het loon van de angst Contact, 1994 (orig. titel: The wages of guilt)
  3. Marcel Kurpershoek: Wie luidt de doodsklok over de Arabieren? Meulenhoff, Amsterdam, 2001
  4. Britain's beauty industry accused of ignoring black and Asian women