Menselijk ras
Het begrip menselijk ras veronderstelt dat de mens op basis van uiterlijke en genetische kenmerken in grote en duidelijk omschreven groepen kan ondergebracht worden. De moderne wetenschappelijke ontdekkingen laten echter zien dat de verschillen tussen deze zogenaamde "rassen" soms kleiner zijn dan de verschillen binnen deze groepen. Anderzijds kunnen relatief kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke verschillen, wel degelijk significante functionele betekenis hebben voor de overlevings- en voorplantingskansen van groepen en individuen binnen die groepen.
Bij mensen kan aan de relevantie van deze verschillen getwijfeld worden, door het gebruik van technologie waarmee de mens zich niet meer aan de omgeving aanpast maar de omgeving aan zichzelf aanpast (overigens veelal niet zonder gevolgen voor de natuur). Ook heeft diezelfde technologie de mobiliteit van mensen zodanig vergroot dat daardoor natuurlijke barrières zijn overbrugd, hetgeen de verschillen tussen bevolkingsgroepen door de tijd heen zodanig kan vervagen dat veel oorspronkelijke verschillen tussen lokale groepen verdwijnen, en nog slechts als individuele of familiale kenmerken aanwezig zijn.
Inhoud |
Achtergrond [bewerken]
Ras is per definitie een biologisch begrip. Sociaal-culturele aspecten horen derhalve niet in deze definitie thuis. Hooguit zou men kunnen stellen dat bepaalde raciale kenmerken de ontwikkeling van bijpassende sociaal-culturele kenmerken stimuleren of afdwingen. In de biologie is een ras elke groep die een eigen specifieke functionele combinatie van genetisch overdraagbare kenmerken binnen die groep heeft ontwikkeld en weet te behouden.
Dit wordt bereikt door te voorkomen dat deze groep zich in zodanige mate vermengt met andere levensvormen, dat die kenmerken niet meer de kans krijgen zich tot afwijkend van die andere levensvormen te ontwikkelen. Een dergelijke afscheiding van groepen, en dus ook rasvorming is op zichzelf een volstrekt natuurlijk proces, wat in de natuur wordt gestimuleerd door het ontstaan van natuurlijke barrières zoals bijvoorbeeld waterwegen, bergen en klimaatzones. Echter ook culturele barrières zoals taal, rijkdom, (adellijke) titels, religie en landsgrenzen kunnen eraan bijdragen.
In de antropologie sprak men vroeger, met name in navolging van het werk van Johann Friedrich Blumenbach (1752-1840), over "menselijke rassen". Blumenbach vond ook de indertijd gebruikelijke namen uit, waaronder de termen Kaukasisch (vaak Europide of blanke ras genoemd), Mongoloïde, Amerikaans en Ethiopisch (later Negroïde), slechts op geografische en fenotypische eigenschappen gebaseerd.
Relativiteit van het begrip menselijk ras [bewerken]
Er bestaan gegronde bezwaren tegen de onderverdeling van mensen in rassen. Een ervan is dat de indeling niet nauwkeurig is. Niet alleen wordt dan het concept "gemengd bloed" gehanteerd, ook zijn er hele bevolkingsgroepen waarbij het volstrekt onduidelijk is waartoe ze gerekend zouden moeten worden. Een tweede probleem is dat de grenzen tussen de vermeende rassen soms heel anders komen te liggen, wanneer naar andere dan uiterlijke eigenschappen gekeken wordt. In het bijzonder heeft de wetenschap aangetoond dat bijvoorbeeld tussen negroïde bevolkingsgroepen een grote genetische diversiteit aanwezig is.
Een sociale reden om het onderscheid vooral niet te maken is dat in de geschiedenis gebleken is dat men meestal niet objectief, laat staan wetenschappelijk omgaat met het begrip "menselijk ras". Het is een begrip dat in de geschiedenis veel is misbruikt voor diverse, met name politieke, doeleinden. Desondanks worden rassen door sommigen als werkelijk bestaande entiteiten gezien.[1]
Wel wordt vaak aangeraden om afhankelijk van het doeleinde een bruikbaar synoniem te gebruiken om de enorme beladenheid van het woord ras te vermijden. (Bijvoorbeeld, genetische stam/belastheid, (lands of geografische naam +) volk/bevolking, of van ... afstamming)
Beladen term [bewerken]
Het begrip "menselijk ras" is sinds de opkomst van nazi-Duitsland uiterst beladen. Het idee van raciale superioriteit is niet door de nazi's uitgevonden; het was zowel in tsaristisch Rusland als in de westerse koloniale mogendheden in de loop van de 19e eeuw gemeengoed geworden. Een dergelijke beoordeling van mensen op basis van hun ras wordt tegenwoordig in de westerse wereld algemeen veroordeeld als racisme. Een verwant begrip is rassensegregatie, waarbij iemands ras of etnische achtergrond beïnvloedt welke rechten hij heeft. In de twintigste eeuw kwam rassensegregatie, gesanctioneerd en gestimuleerd door de overheid, in diverse samenlevingen voor, zoals Zuid-Afrika, Duitsland en de Verenigde Staten. Sociale segregatie komt nog steeds voor.
De beladenheid van het begrip ras is grotendeels toe te schrijven aan de extreme consequenties die er in nazi-Duitsland uit getrokken werden, nl. dat bepaalde minderwaardige rassen wel tot slaven gemaakt konden worden of zelfs uitgeroeid mochten worden. Het trauma van de Holocaust speelt buiten de westerse wereld echter veel minder; in de islamitische wereld is de ontkenning van de Holocaust niet eens taboe, evenmin als generaliserende uitspraken over allerlei etnische/raciale groeperingen.[2] In India is het in huwelijksadvertenties niet ongebruikelijk reclame te maken met een lichte huidskleur; Ian Buruma constateerde rond 1991[3] dat Japanners nog steeds volop denken in raciale termen over internationale en historische kwesties. De arabist Marcel Kurpershoek kwam er tijdens zijn veldwerk onder nomaden in Saoedi-Arabië achter dat hij als schoonzoon goed zou scoren met zijn erfelijk bepaalde inbreng.[4] In China wordt nog steeds op middelbare scholen onderwezen dat alle Chinezen afstammen van de Homo erectus (de Pekingmens), en dus een ander "ras" (lees: soort) zouden zijn.
Verschil in rasbegrip ten opzichte van mens en dier [bewerken]
Het verschil met het begrip ras zoals het bij dieren gebruikt wordt is essentieel: bij een menselijk ras is geen sprake van bewuste selectie om de raskenmerken te bewaren of te bewerken. Binnen een soort, in dit geval Homo sapiens, bestaan populaties die zich onderscheiden en die over de generaties als zodanig herkenbaar zijn.
Het kan in een aantal contexten wel degelijk zinvol zijn om aan te geven wat de etnische achtergrond van een persoon is:
- Medicijnen werken soms verschillend bij mensen van verschillende herkomst.
- Vele ziekten hebben een verschillende kans om voor te komen bij mensen van verschillende herkomst. (De resistentieontwikkeling bij mensen is een evolutionair proces waarbij aanraking met een ziekte, en dus de geografische locaties van de voorouders een grote rol spelen. Een goed voorbeeld in de geschiedenis is bijvoorbeeld de teloorgang van het Incarijk veelal door toedoen van epidemieën van ziekten die door Europeanen naar Zuid-Amerika werden gebracht.)
- Sommige erfelijke eigenschappen komen in de ene groep (NB: een groep kan een zeer variabele grootte hebben, van een geïsoleerde gemeenschap in Noord-Zweden tot heel het Incarijk) vaker voor dan in een andere.
- De culturele identiteit wordt vaak ook door een persoon zelf ontleend aan de etnische achtergrond.
- De vraag naar cosmetische producten hangt sterk af van huidskleur en haartype.[5]
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Race van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |