Eugenetica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De eugenetica of rasverbetering is het wetenschappelijk onderzoek naar het verbeteren van de genetische samenstelling van een populatie. Vaak heeft men hierbij het verbeteren van het mensenras op het oog. Het woord is gevormd naar het Grieks voor ̉εύ ("goed") en ̉γίγνομαι ("geboren").[1]

Het werd in 1883 voor het eerst gebruikt door Francis Galton, een halve neef van Charles Darwin, ter verwijzing naar het gebruik van selectief fokken (van dieren of mensen) om een soort in de loop van generaties te verbeteren, specifiek met betrekking tot erfelijke kenmerken. Binnen enkele jaren had Galton zijn definitie uitgebreid tot zowel positieve eugenetica (de meest geschikten aanmoedigen tot meer voortplanting) als negatieve eugenetica (het ontmoedigen of verhinderen van de minder geschikten om zich voort te planten).

Eugenetica is in strijd met de in de tweede helft van de 20ste eeuw ontwikkelde mensenrechten en antidiscriminatiewetgeving. Aangezien eugenetica in verband wordt gebracht met de Holocaust en het nazistische sterilisatiebeleid is het onderwerp in veel landen een politiek taboe. Tevens rijst altijd de vraag wie er bepaalt wat meer of minder geschikte erfelijke eigenschappen zijn.

Een eugeneticus kan vaag omschreven worden als iemand die een voorvechter, aanhanger of onderzoeker van eugenetica is.

Plato[bewerken]

Selectieve voortplanting werd in de oudheid al gesuggereerd door Plato, die graag zag dat menselijke voortplanting zou worden gecontroleerd door de autoriteiten en dat de meest begaafden de meeste kans kregen om zich voort te planten. Hij maakte de vergelijking met het fokken van jachthonden. Kinderen die niet voldoen aan de voorwaarden - kinderen met gebreken of van mensen die niet meer in de kracht van hun leven zijn - kunnen "niet worden grootgebracht" (p. 182). De regering zou "in het belang van de gemeenschap enorm veel fantasie en misleiding moeten gebruiken" (p. 180). Hij stelde voor dat de selectie zou worden uitgevoerd door middel van een neploting om koppels te vormen, zodat de onbegaafde mensen niet gekwetst zouden worden en de schuld aan het lot zouden geven.[2] Het verhaal wil dat de inwoners van de stadstaat Sparta zwakke baby’s buiten de stadsmuren achterlieten om te laten sterven.

Galtons formulering[bewerken]

De oorspronkelijke stelregels van Galton hadden een directe link met de leer en het werk van Darwin. Darwin zelf was weer sterk beïnvloed door Thomas Malthus. Volgens Galton[bron?] wordt het mechanisme van natuurlijke selectie gedwarsboomd door de menselijke beschaving. Een van zijn bezwaren tegen beschaving is het streven om mensen in een zwakke positie te helpen, welke indruist tegen de natuurlijke selectie waarbij juist de “zwakkeren” uitsterven. Eugenetici zijn daarom voor acties om de afnemende effecten van de natuurlijke selectie binnen de beschaving te compenseren. Dit basisprincipe vormde de inspiratie voor vele uiteenlopende filosofieën, (pseudo)wetenschappelijke theorieën en sociale praktijken.

Negatief eugenetisch beleid varieert van segregatie, gedwongen sterilisatie tot euthanasie. Wereldwijd is er een negatief eugenetisch beleid voor mensen met het syndroom van Down.[bron?]

Positief eugenetisch beleid bestaat uit beloningen of bonussen voor geschikt bevonden ouders die meer kinderen krijgen. Spermabanken hanteren maatstaven voor de genetische kwaliteit van de donors.

Voorstanders en politiek in de 20e eeuw[bewerken]

Een van de vroegste moderne voorstanders van eugenetische ideeën (voordat ze als zodanig werden benoemd) was Alexander Graham Bell, bekend als een van de uitvinders van de telefoon.

In 1881 onderzocht Bell het hoge percentage doven onder de bevolking van het Amerikaanse eiland Martha's Vineyard. Hij trok de conclusie dat doofheid een erfelijke eigenschap is en beval een trouwverbod voor doven aan. Zoals zovele andere vroege eugenetici was hij een voorstander van gecontroleerde immigratie uit eugenetisch oogpunt, en waarschuwde dat dovenscholen een broedplaats konden zijn voor een doof menselijk ras. Zijn bijzondere interesse voor doofheid is misschien verklaarbaar als men weet dat zowel zijn moeder als zijn vrouw doof waren.

De nazi's voerden talloze experimenten op mensen uit om hun genetische theorieën te testen. In de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw liet het naziregime honderdduizenden mensen die zwakzinnig werden bevonden gedwongen steriliseren, en doodde het tienduizenden gehandicapten die in instituten verbleven onder de noemer van een euthanasiebeleid. Ook de Joden werden gezien als inferieur aan het arische ras en werden daarom vermoord. Er waren speciale instellingen met als enige doel zo veel mogelijk arische baby's op de wereld te zetten. Dit zodoende om de Übermensch (in Hitlers ogen de ariërs) verder te helpen.

De natie met de op één na grootste eugenetische beweging was de Verenigde Staten. Vanaf 1896 werden in veel staten wetten bekrachtigd waarin het epileptische en zwakzinnige mensen verboden werd te trouwen. In 1924 werd de Immigration Restriction Act aangenomen, waarbij eugenetici voor het eerst een rol speelden bij debatten in het Congres als expert-adviseurs over de dreiging van de komst van volkeren uit Oost- en Zuid-Europa. Deze wet beperkte het aantal immigranten aanzienlijk en versterkte bestaande wetgeving die rassenvermenging verbood. Eugenetische beschouwingen vormden ook de grondslag bij de aanname van incestwetten in grote delen van de VS, en werden gebruikt om apartheidswetten te rechtvaardigen.

Tussen 1907 en 1963 werden in de VS onder eugenetische wetgeving meer dan 64 000 mensen gedwongen gesteriliseerd. Een positief rapport over de resultaten van de sterilisaties in Californië (waar verreweg de meeste sterilisaties werden uitgevoerd), werd door nazi-Duitsland aangegrepen als bewijs dat een uitgebreid sterilisatieprogramma uitvoerbaar is en humaan zou zijn. Toen nazi-beleidsmakers na de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg terechtstonden voor oorlogsmisdaden, rechtvaardigden ze hun grootschalige sterilisaties (meer dan 450 000 mensen in minder dan tien jaar) door de VS aan te wijzen als hun inspiratiebron.

Bijna alle niet-katholieke westerse naties namen tot op zekere hoogte eugenetische wetten aan, met uitzondering van onder meer Groot-Brittannië en Nederland. In Latijns-Amerika waren eugenetische wetten er vaak op gericht arme, zwarte of inheemse delen van de bevolking te steriliseren. Dit gebeurde onder andere in Peru, Brazilië, Argentinië en de Dominicaanse Republiek. Ook in de Mexicaanse deelstaat Veracruz werd een sterilisatiewet doorgevoerd, maar daar is voor zover is na te gaan nooit iemand gesteriliseerd.

In Zweden werden onder dwang 62 000 onderontwikkelde vrouwen uit arme (vaak niet-Zweedse) bevolkingsgroepen gesteriliseerd in een periode van veertig jaar. Soortgelijke dingen gebeurden met geestelijk gehandicapt verklaarde mensen in Canada, Australië, Noorwegen, Finland, Estland, Zwitserland en IJsland. In Singapore werd een bescheiden vorm van positieve eugenetica uitgevoerd door het aanmoedigen van huwelijken tussen hoog opgeleide mensen in de hoop dat dit zou leiden tot slimmere kinderen.

In deze tijden werd eugenetica door velen gezien als wetenschappelijk en vooruitstrevend. Na de Holocaust ontstond een taboe ten aanzien van eugenetica en werd het verworpen als mensonwaardig. Onderzoeken die een verschil in gemiddelde intelligentie tussen Aziaten, Europeanen en Afrikanen aantoonden werden op grond van methodische argumenten verworpen.

Een hedendaagse Nederlandse voorstander van eugenetica is de filosoof Wim Rietdijk.

Hedendaagse tegenstand[bewerken]

Eugenetica wordt om morele redenen door velen verworpen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en daarom hebben bewegingen en instellingen die zich inlieten met eugenetica hun naam veranderd.Zo werd de American Eugenics Society (AES), een organisatie die in 1922 eugenetica in Amerika promootte, in 1972 omgedoopt tot "The Society for the Study of Social Biology."

Al gauw na de Tweede Wereldoorlog realiseerden eugenetici in de VS zich dat de eugenetica snel aan populariteit verloor.[bron?] Ze werkten onder andere namen en noemers voort, soms in dezelfde, soms in andere minder verwante richtingen. Vele prominente eugenetici werden hooggerespecteerde antropologen, biologen en genetici. Hun tegenstanders bedachten daarvoor weer de term crypto-eugenetica om het gedachtegoed te kunnen bestrijden.

In vroegere schoolboeken zaten vaak hoofdstukken die de loftrompet staken over de wetenschappelijke vooruitgang die zou zijn gemaakt door het toepassen van eugenetische principes op de bevolking. Veel vroege wetenschappelijke tijdschriften gewijd aan de studie van erfelijkheid werden geleid door eugenetici. Na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste eugenetische verwijzingen weggelaten uit zowel de schoolboeken als latere edities van de tijdschriften.

Van tijd tot tijd worden bepaalde meningen over rassen, immigratie-beleid, armoede, misdaad of de geestelijke gezondheid bestempeld als "crypto-eugenetisch", ofschoon het een weinig gebruikte term is. Er rust bijvoorbeeld nog steeds een aanzienlijk taboe op onderzoek naar mentale verschillen tussen verschillende rassen. Vaak is het woord “eugenetica” al voldoende om iemand te beschuldigen.

De geschiedenis en het concept van eugenetica wordt de laatste jaren steeds meer en heftiger bediscussieerd nu de genetische kennis sterk aan het toenemen is. Ondernemingen zoals het Human Genome Project waarin het menselijk DNA wordt ontcijferd brengen de mogelijkheid tot genetische selectie en eventueel aanpassing van de menselijke soort dichterbij.

Hedendaagse eugenetische praktijken[bewerken]

Een van de bekendste pogingen om eugenetica in de praktijk toe te passen was een "genieënspermabank" (1980-1999), van waaruit ongeveer 230 kinderen werden verwekt. De meest bekende zaaddonor was Nobelprijswinnaar William Shockley, een van de uitvinders van de transistor.

Tegenwoordig zijn er nog maar een paar regeringen in de wereld die openlijk een eugenetisch beleid voeren. In 1994 nam China een "Moeder- en zuigelingen gezondheidszorg"-wet aan waarin een screening op "genetische ziektes van serieuze aard" voor het huwelijk verplicht werd gesteld. Als zo'n ziekte werd vastgesteld, mocht de persoon in kwestie niet trouwen of moest zich verplichten tot het gebruik van voorbehoedsmiddelen of sterilisatie.

Een screeningbeleid (waarbij ook abortus kan worden toegepast) wordt echter in veel landen toegepast op vrijwillige basis, zowel door het ongevraagd aan te bieden als op verzoek van (aanstaande) ouders. Op zowel het Griekse als het Turkse deel van Cyprus werd het uitgevoerd om thalassemie tegen te gaan, met als gevolg dat kinderen met deze erfelijke bloedziekte op het eiland bijna niet meer voorkomen.[3] In bepaalde bevolkingsgroepen (ashkenazi-joden) waarin de recessief erfelijke ziekte van Tay-Sachs veel meer voorkomt dan in de gemiddelde bevolking kan een paar zich alvorens te trouwen laten testen op het verantwoordelijke gen, desgewenst zonder de precieze uitkomst te vernemen, die dan wordt meegedeeld als 'de partners compatibel zijn' of 'de partners niet compatibel zijn'. Omdat onder gelovige joden in deze groep abortus wordt afgewezen kiest men er dan soms voor niet te trouwen.[bron?]

Ook in Europa komt het steeds meer voor dat mensen waarbij in de familie erfelijke ziekten voorkomen vroeg in de zwangerschap erfelijkheidsonderzoek bij de vrucht laten doen. Moeders boven de 35 jaar krijgen in Nederland standaard vruchtwateronderzoek aangeboden om zwangerschappen met het syndroom van Down op te sporen.[bron?] Of men hierop ingaat blijft echter vrijwillig.

Externe links[bewerken]

Websites anti eugenetica[bewerken]

Websites pro eugenetica[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Van Dalte: Eugenese
  2. Plato: De ideale staat. Politeia. Amsterdam: Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2010. ISBN 978-9025367381
  3. (en) Bozkurt,Gülsen: Results From The North Cyprus Thalassemia Prevention Program. In: Hemoglobin, 2007 (31, 2). pp. 257-264 (doi:10.1080/03630260701297204)