Vedisch Sanskriet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vedisch Sanskriet
Gesproken in India (IJzeren Tijperk), Maurya-dynastie, Groot-Iran
Uitgestorven in In de 6e eeuw v.Chr. overgegaan in het klassieke Sanskriet
Taalfamilie

Indo-Europese talen, Indo-Iraanse talen, Indo-Aryaanse talen

Taalcodes
ISO 639-1 -
ISO 639-2 -
ISO 639-3 -
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Vedisch Sanskriet is een taal die werd gesproken van het 2e tot het 1e millennium v.Chr., onder andere tijdens het Vedische tijdperk. De Veda's - de oudste Shruti-teksten die tussen het midden van het 2e en het 1e millennium voor Christus werden geschreven - zijn in deze taal opgesteld. Het Vedisch Sanskriet is de directe voorloper van het klassieke Sanskriet en waarschijnlijk een rechtstreekse dochtertaal van het Proto-Indo-Iranisch. De Śrauta-traditie heeft ervoor gezorgd dat het Vedisch Sanskriet ook in gesproken vorm bewaard is gebleven. Het Vedisch Sanskriet is nauw verwant aan het Avestisch.

Geschiedenis[bewerken]

Het Vedisch Sanskriet wordt diachronisch in vijf fasen onderverdeeld:

  1. De taal van de Rig-Veda. Deze Vedische teksten bevatten Indo-Iraanse taalelementen die elders niet aanwezig zijn, en waren rond de 12e eeuw v.Chr. waarschijnlijk grotendeels voltooid.
  2. De Mantra-taal, waarin onder andere de Atharva-Veda, de Khilani, de Sama-Veda en de Yajur-Veda zijn geschreven. In deze teksten is onder andere het woord viśva, "alle", veranderd in sarva. Ook wordt kuru- de nieuwe tegenwoordige tijd van het werkwoord kar-, "maken, doen". De periode van deze taal loopt tot de 12e eeuw v.Chr. en komt overeen met het IJzeren Tijdperk in Noord-West-Indië en met het tijdperk van het Kuru-koninkrijk.
  3. De taal van de Samhita-proza (11e - 8e eeuw v.Chr.). Ook het laatste deel van de Yajur-Veda is in deze periode geschreven.
  4. De taal van de Brahmana-proza (9e - 6e eeuw v.Chr.).
  5. De Sutra-taal, waarvan de periode ongeveer tot de 5e eeuw v.Chr. loopt. Deze periode omvat het grootste deel van de Shrauta- en Grhya-Sutra's en een deel van de Upanishad.

Na deze periode werd door stromingen als de Vedanta voor het schrijven boeddhistische teksten steeds meer overgeschakeld van het Vedisch Sanskriet naar het Pali. Rond de 4e eeuw v.Chr. legde Pāṇini de grammatica van het Vedisch Sanskriet vast.

Verschillen met het klassiek Sanskriet[bewerken]

Fonologie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vedisch accent voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Het Vedisch Sanskriet had bepaalde kenmerken van een toontaal; zo kende het een tonaal accent en hadden verschillende intonaties een betekenisonderscheidende functie, net als in bijvoorbeeld de hedendaagse Chinese talen. In de tijd van Pāṇini bestond dit systeem nog. In de tijd van de Rig-Veda kwamen "onafhankelijke" svarita 's en udātta 's voor.
  • Het Vedisch Sanskriet had een stemloze bilabiale fricatief [[ɸ]]? met de naam upadhmānīya en een velare fricatief [[x]]? met de naam jihvamuliya.
  • Het Vedisch Sanskriet had een retroflexe laterale approximant [/ɭ/]?) (ळ) en de geaspireerde [/ɭʰ/]? (ळ्ह). In het klassiek Sanskriet werden deze klanken vervangen door de overeenkomende plosieven [/ɖ/]? (ड) en [/ɖʱ/]? (ढ).
  • De klanken e (ए) en o (ओ) werden uitgesproken als de diftongen [/ai/]? en [/au/]?. In het klassiek Sansriet vond monoftongering van deze klanken tot [/eː/]? en [/oː/]? plaats.
  • De klanken ai (ऐ) en au (औ) werden uitgesproken als de hiaten [/aːi/]? (आइ) en [/aːu/]? (आउ). In het klassiek Sanskriet vond diftongering van deze klanken tot [/ai/]? (अइ) en [/au/]? (अउ) plaats.
  • Vermoed wordt dat dentale medeklinkers afhankelijk als alveolaren (dantamūlīya) werden gearticuleerd. De [/r/]?, werd later retroflex.
  • Het Vedisch Sanskriet kende trimoraïsche pluti-klinkers. Deze klinkers zijn gedurende de middenperiode van het Vedisch Sanskriet verdwenen.

Grammatica[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Grammatica van het Vedisch Sanskriet voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Tijdens de Mantra-periode verdwenen onder andere de conjunctief en injunctief uit de Sanskriete grammatica. In de beschrijvende grammatica van Pāṇini wordt al geen melding meer gemaakt van de conjunctief in het Sanskriet.
  • In de vroegste fasen van het Vedisch Sanskriet konden de conjunctief en optatief ook in alle tijden vervoegd worden, iets wat in latere fasen van het Sanskriet niet meer het geval was.
  • In de eerste fase van het Vedisch Sanskriet werd nog een duidelijk onderscheid gemaakt tussen imperfectum, perfectum en aoristus. In latere fasen van het Sanskriet is dit onderscheid vervaagd, de aoristus is zelfs helemaal verdwenen (in het Oudgrieks is deze vorm bewaard gebleven).
  • Het Vedisch Sanskriet kende niet minder dan twaalf infinitieven voor elk werkwoord. Het klassieke Sanskriet heeft hiervan slechts één vorm overgehouden.
  • Bij de overgang van het Vedisch naar het klassieke Sanskriet vond een proces plaats dat vergelijkbaar was met tmesis in het Oudgrieks; woorden die voorheen vrije morfemen waren die overal in de zin konden voorkomen werden vanaf toen als prefixen aan de werkwoorden vastgehecht.

Externe links[bewerken]