Altaïsche talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verspreiding van de Altaïsche talen.

Onder de naam Altaïsche talen worden verschillende Noord-Aziatische taalfamilies samengevat, waarvan de onderlinge verwantschap onder taalkundigen nog steeds een onderwerp van debat is. In hun structuur vertonen de talen grote overeenkomsten, maar een gemeenschappelijke woordenschat blijkt zeer moeilijk te reconstrueren. Een alternatieve verklaring voor de overeenkomsten is de Sprachbund, een geografisch gebied waarin meerdere talen met gemeenschappelijke structurele kenmerken voorkomen, niet door gemeenschappelijke herkomst maar als gevolg van taalcontact. In zijn grootste omvang kent de Altaïsche taalfamilie ongeveer 560 miljoen sprekers. De grootste taal binnen de (Macro-Altaïsche) familie is het Japans, met zo'n 130 miljoen sprekers, gevolgd door het Turks, met 80 miljoen.

Tot de Altaïsche talen worden in het geval van de Micro-Altaïsche theorie drie taalgroepen gerekend en in het geval van de Macro-Altaïsche theorie vijf taalgroepen:[1]

Micro-Altaïsch

Macro-Altaïsch

De meeste voorstanders van de Altaïsche taalfamilie rekenen alle vijf groepen hiertoe, maar enkelen plaatsen het Koreaans en/of het Japans daarbuiten.[bron?]

Alle hierboven genoemde taalfamilies vertonen klinkerharmonie en agglutinatie.

Er is ook verwantschap gesuggereerd tussen de Altaïsche talen en andere taalfamilies. Een oude theorie is die van de Oeral-Altaïsche taalverwantschap, dat wil zeggen met de Oeraalse talen (zie Fins-Oegrische talen), maar deze is nog minder gemeengoed dan die van de Altaïsche familie zelf. Zowel Oeraals als Altaïsch spelen een rol bij de reconstructie van de Euraziatische talen en het hypothetische Nostratisch.

Bronnen