Marija Gimbutas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marija Gimbutas
Marija Gimbutas bij steen 52, Newgrange, Ierland, in september 1989
Marija Gimbutas bij steen 52, Newgrange, Ierland, in september 1989
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Marija Birutė Alseikaitė
Geboortedatum 23 januari 1921
Geboorteplaats Vilnius
Sterfdatum 2 februari 1994
Sterfplaats Los Angeles
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Archeologie
Onderzoek Neolithische en bronstijdculturen van het "Oude Europa"
Publicaties Zie lijst
Bekend van Koerganhypothese

Marija Gimbutas (Litouws: Marija Gimbutienė, geboren als Marija Birutė Alseikaitė) (Vilnius (Litouwen), 23 januari 1921 - Los Angeles (Verenigde Staten), 2 februari 1994) was een Litouws-Amerikaans archeologe en als zodanig een onderzoekster van de neolithische en bronstijdculturen van het "Oude Europa", een door haar ingevoerde term. Haar tussen 1946 en 1971 uitgegeven werken introduceerden nieuwe zienswijzen door traditioneel veldwerk te combineren met linguïstische en mythologische interpretaties. Veel van haar werk wordt tegenwoordig echter niet meer geaccepteerd.[1][2]

Levensloop[bewerken]

Gimbutas kwam in 1949 als vluchtelinge uit Litouwen in de Verenigde Staten, na een promotie in de archeologie aan de universiteit van Tübingen in Duitsland. Haar Litouwse afkomst is ze echter nooit vergeten. Ze kon direct aan het werk bij de Harvard-universiteit, waar ze Oost-Europese teksten over archeologie vertaalde en ze werd docent op de faculteit antropologie. In 1955 werd ze Fellow van het aan Harvard verbonden Peabody Museum.

In 1956 introduceerde Gimbutas haar "koerganhypothese", die archeologisch onderzoek naar de typische "koergans" of grafheuvels combineerde met linguïstiek om problemen in het onderzoek naar de Proto-Indo-Europese talen sprekende volkeren op te lossen, namelijk waar ze vandaan kwamen en langs welke wegen ze Europa binnenkwamen. Deze hypothese en haar interdisciplinaire aanpak had grote invloed op Indo-Europese studies.

Van 1963 tot 1989 was Marija Gimbutas hoogleraar archeologie aan de UCLA. Tussen 1967 en 1980 leidde ze grote opgravingen van neolithische vindplaatsen in Zuidoost-Europa. Ze haalde een overweldigende hoeveelheid kunst- en gebruiksvoorwerpen boven de grond door dieper te graven dan haar tijdgenoten hadden gedaan, in lagen die naar men toen veronderstelde ouder waren dan het neolithicum in Europa. In de loop van haar carrière onderzocht en beschreef ze een enorm aantal archeologische vondsten.

Werk[bewerken]

Tijdens de jaren '50 en het begin van de jaren '60 verwierf Gimbutas een reputatie als topspecialist op het gebied van de Indo-Europese bronstijd, Litouwse volkskunst en de prehistorie van de Baltische en Slavische volkeren, gedeeltelijk samengevat in haar definitieve werk Bronze Age Cultures of Central and Eastern Europe (1965).

Met haar drie laatste boeken werd ze onverwachts beroemd - in de ogen van sommige critici berucht: The Goddesses and Gods of Old Europe (1974), The Language of the Goddess (1989), die een overzicht bieden van haar speculaties over neolithische culturen in Europa. Ze zag een scherpe tegenstelling tussen het "Oude Europa" en de Indo-Europese dragers van de koergancultuur. Het oude Europa was volgens haar vredelievend, matriarchaal, had een godsdienst met een godin aan het hoofd, men streefde naar sociale gelijkheid, homoseksuelen stonden in aanzien. De androcentrische, strijdlustige en hiërarchische Indo-Europeanen veroverden Europa en drongen hun systeem aan de inheemse volkeren op.

Critici[bewerken]

Volgens Bernard Wailes, professor antropologie aan de Universiteit van Pennsylvania, beschikte Gimbutas over een enorme kennis, maar was ze niet erg kritisch ingesteld. Ze verzamelde een massa gegevens en trok dan volgens hem vergaande conclusies die niet door argumenten geschraagd werden maar die ze heel stellig formuleerde, alsof er geen reden voor twijfel was. Volgens David Anthony, professor antropologie aan Hartwick College, is er niets dat wijst op een matriarchale cultuur voor de invasie door de koergancultuur en hij wijst ook op de heuvelforten en wapens in het Europa van voor die tijd[3].


Werken[bewerken]

  • Gimbutas, Marija 1946. Die Bestättung in Litauen in der vorgeschichtlichen Zeit. Tübingen: In Kommission bei J.C.B. Mohr.
  • Gimbutas, Marija: Ancient symbolism in Lithuanian folk art. Philadelphia: American Folklore Society, 1958. Memoirs of the American Folklore Society 49.
  • Gimbutas, Marija, 1961. "Notes on the chronology and expansion of the Pit-grave culture", in J. Bohm & S. J. De Laet (eds), L’Europe à la fin de 1’Age de la pierre: 193-200. Prague: Czechoslovak Academy of Sciences.
  • Gimbutas, Marija 1963. The Balts. London : Thames and Hudson, Ancient peoples and places 33.
  • Gimbutas, Marija 1965. Bronze Age cultures in Central and Eastern Europe. The Hague/London: Mouton.
  • Colin Renfrew, Marija Gimbutas and Ernestine S. Elster 1986. Excavations at Sitagroi, a prehistoric village in northeast Greece. Vol. 1. Los Angeles : Institute of Archaeology, University of California, 1986, Monumenta archaeologica 13.
  • Marija Gimbutienė 1985. Baltai priešistoriniais laikais : etnogenezė, materialinė kultūra ir mitologija. Vilnius: Mokslas.
  • Gimbutas, Marija 1974. The Goddesses and Gods of Old Europe
  • Marija Gimbutas (ed.) 1976. Neolithic Macedonia as reflected by excavation at Anza, southeast Yugoslavia. Los Angeles: Institute of Archaeology, University of California, 1976. Monumenta archaeologica 1.
  • Marija Gimbutas 1977. "The first wave of Eurasian steppe pastoralists into Copper Age Europe", Journal of Indo-European Studies 5: 277-338.
  • Marija Gimbutas 1980. "The Kurgan wave #2 (c.3400-3200 BC) into Europe and the following transformation of culture", Journal of Indo-European Studies 8: 273-315.
  • Marija Gimbutas 1989. The Language of the Goddess.
  • Marija Gimbutas, Shan Winn, Daniel Shimabuku, 1989. "Achilleion: a Neolithic settlement in Thessaly, Greece, 6400-5600 B.C." Los Angeles: Institute of Archaeology, University of California, Los Angeles. Monumenta archaeologica 14.
  • Marija Gimbutas 1991. The Civilization of the Goddess
  • Gimbutas, Marija 1992. Die Ethnogenese der europäischen Indogermanen. Innsbruck: Institut für Sprachwissenschaft der Universität Innsbruck, Innsbrucker Beiträge zur Sprachwissenschaft, Vorträge und kleinere Schriften 54.
  • Dexter, Miriam Robbins and Karlene Jones-Bley 1997 (eds), The Kurgan culture and the Indo-Europeanization of Europe. Selected articles from 1952 to 1993 by M. Gimbutas. Journal of Indo-European Studies monograph 18, Washington DC: Institute for the Study of Man.
  • Gimbutas, Marija, edited and supplemented by Miriam Robbins Dexter, 1999 The Living Goddesses. Berkeley/Los Angeles: University of California Press.
  • Dexter, Miriam Robbins and Edgar C. Polomé, eds. 1997, "Varia on the Indo-European Past: Papers in Memory of Marija Gimbutas." Journal of Indo-European Studies Monograph #19. Washington, DC: The Institute for the Study of Man.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Through numerous publications in English, Gimbutas constructed an image of a Neolithic, agrarian, unified, and highly conservative Eastern European religion, combining through ‘archeomythology’ the relevant matriarchal, ‘Goddess’ evidence with folklore data, especially from the Baltic area (Gimbutas 1982, 1991). Her theory of the kurgan (Rus. ‘hillock’) invasion (namely, Indo-European migration) and of the subsistence of the matriarchal religion and culture of ‘Old Europe’ can now be understood as an instance of a common, major flaw in Eastern European approaches to the theme of the religious substratum, shared by many folklorists and mythologists who still see prehistoric deities, symbols, and myths in the slightly Romanticized folk traditions of illiterate societies that were recorded in the nineteenth century. Gimbutas eventually became personally interested in Neopaganism (Iwersen 2005), and much of her scholarly legacy is not accepted nowadays. Alles, G.D. (2008)
  2. This effort to establish credible feminist approaches to archaeology has been threatened by Gimbutas’s work, with her claims to archaeological credentials. The enormous enthusiasm for the work of Gimbutas and her followers in the popular culture and the disdain in which it is nonetheless held by most professional archaeologists put feminist archaeologists between a rock and a hard place. They needed to make clear their own critique of such work as professional archaeologists, while at the same time defending the appropriateness of raising feminist questions in archaeology, albeit in a way that would not be confused with Gimbutas’s approach. [...] Much of Gimbutas’s reconstruction of the Goddess religion seems eisegesis - that is, it involves reading into ancient artifacts a predetermined worldview in which she already has come to believe.Ruether, R.R. (2006)
  3. [1] Idyllic Theory of Goddess Creates Storm
  • Alles, G.D. (2008): Religious Studies. A Global View, Routledge,
  • John Chapman 1998. "The impact of modern invasions and migrations on archaeological explanation. A biographical sketch of Marija Gimbutas." In M. Díaz-Andreu/M.-L. Stig Sørensen (eds.), Excavating Women (London:Unwin) pp 295-314,
  • A. Häusler 1995. "Über Archäologie und den Ursprung der Indogermanen." In M. Kuna/N. Venclová (eds), Whither archaeology? Papers in honour of Evzen Neustupny (Prague, Akademie) pp 211-229,
  • Lynn Meskell 1995, "Goddesses, Gimbutas and 'New Age' Archaeology", Antiquity 69:74-86,
  • Ruether, R.R. (2006): Goddesses and the Divine Feminine. A Western Religious History, University of California Press.