Taalverwantschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Taalverwantschap is de in de historische en de vergelijkende taalkunde gebruikelijke benaming voor het feit dat twee of meer taalvariëteiten die in hun huidige vorm als afzonderlijke talen worden beschouwd uiteindelijk uit dezelfde vooroudertaal zijn voortgekomen, al dan niet met een andere taalvorm als tussenstadium. Wanneer verwante talen rechtstreeks uit dezelfde proto-taal zijn voortgekomen, worden dit zustertalen genoemd.

Het Nederlands en Frans zijn voorbeelden van verwante talen die geen zustertalen zijn. Beide hebben uiteindelijk het Proto-Indo-Europees als gemeenschappelijke voorouder, hoewel het Nederlands niet zoals het Frans is voortgekomen uit het vulgair Latijn. In linguïstisch jargon wordt ook wel gezegd dat dergelijke talen alleen op "grootouderlijk" niveau verwant zijn.

Het al dan niet aanwezig zijn van een zekere mate van genetische verwantschap tussen twee of meer talen kan worden aangetoond of weerlegd aan de hand van taalreconstructie en de vergelijkende methode. Wanneer blijkt dat twee of meer talen zowel op het fonologische, morfologische en/of grammaticale als wat betreft de uiterlijke vorm en betekenis van de woorden dusdanig veel overeenkomst vertonen dat dit onmogelijk kan berusten op toeval, is de taalverwantschap bewezen. Op deze manier zijn de meeste talen van de wereld al onderverdeeld in een van de ca. 250 erkende taalfamilies. Alleen naar de precieze classificatie van alle Austronesische talen wordt nog onderzoek verricht.

Taalverwantschap speelt daarentegen geen rol in de creolistiek, aangezien creooltalen niet op de voor talen natuurlijke manier zijn ontstaan. Hetzelfde geldt voor kunsttalen.

Zie ook[bewerken]