Dolomieten
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Dolomieten | |
|---|---|
| Hoogste punt | Marmolada (3342 m) |
| Locatie | Noord-Italië |
|
|
|
| Werelderfgoed natuur | |
|
|
|
| Land | |
| UNESCO-regio | Europa en Noord-Amerika |
| Criteria | vii, viii |
|
|
|
| UNESCO-volgnr. | 1237 |
| Inschrijving | 2009 (33e sessie ) |
|
|
|
De Dolomieten zijn een bergketen in Italië, die deel uitmaakt van de Zuidelijke Kalkalpen. Typisch voor de Dolomieten zijn de gletsjers, steile rotswanden en pieken, die zijn ontstaan door erosie en verwering.
Deze bergketen is opgesplitst in twee delen: het oostelijke en het westelijke. De oostelijke zijn de indrukwekkendste, waar zich bij zonsopgang adembenemende taferelen afspelen.
De hoogste top van de Dolomieten, de Marmolada, is 3343 meter hoog. Nog ongeveer 15 andere bergen bereiken de grens van 3000 meter.
Inhoud |
[bewerken] Geologie
De Dolomieten zijn geologisch gezien deel van de Zuidelijke Alpen. De Zuidelijke Alpen liggen op de Apulische Plaat, een kleine tektonische plaat die naar het noorden beweegt en daarbij op de Europese Plaat botst, een beweging waardoor de Alpen zijn ontstaan. Het gesteente dat nu de Dolomieten vormt, is zo'n 60 miljoen jaar (Ma) geleden gevormd door de lithificatie van riffen van koraal. Deze kalksteen ligt op een Paleozoïsche sokkel.
[bewerken] Vorming
De oude, Paleozoïsche gesteenten werden aangetast door erosie en verwering, waarna er overheen een pakket van rode zandsteen werd afgezet in het Perm. Deze werden onder invloed van de hoge temperatuur bij vulkanisme gemetamorfoseerd tot kwartsieten. Het ganggesteente dat bij de vulkanische activiteit van is nog steeds waarneembaar. De Dolomieten lagen in het Mesozoïcum in een ondiep zeegebied aan de zuidkant van de Tethysoceaan, waar kalken en evaporieten (tegenwoordig te vinden als gips en steenzout) werden afgezet.
In het Trias was de zee ondiep en werden voornamelijk kalk en zand afgezet. Specifiek voor de Dolomieten waren de koraalriffen die groeiden in een zee ondieper dan 1,5 meter, wat plaatshad in het Vroege Jura. Door een continue tektonische daling van de zeebodem bleef het relatieve zeeniveau stijgen waardoor het koraal kon blijven groeien zodat dikke pakketten gesteente gevormd werden. Dit proces wordt aggradatie genoemd. Verdere vulkanische activiteit zorgde voor de vorming van dikes door het koraal en een laag lava over de koraalkalk heen. Hierdoor verhardde de koraalkalk en ontstonden er competente pakketten van maximaal 400 meter dik.
Tijdens de Alpiene orogenese in het Paleogeen kwamen de gesteenten omhoog. De lava is weg geërodeerd door gletsjers en de inslijting van rivierdalen. Het gedolomitiseerde koraal vormde vanwege de grote competentie een verhoging in het landschap en verkreeg door erosie de grillige vormen waar de Dolomieten bekend om zijn. De dalen in dit gebied zijn U-vormig, typisch voor gletsjerdalen.
[bewerken] Dolomitisatie
Er zijn een aantal mogelijke manieren waarop in de natuur calciet kan worden omgezet naar dolomiet. Welke daarvan in de natuur dominant is is echter niet duidelijk. Vermoedelijk ontstond de dolosteen van de Dolomieten door inwerking van zeewater op het nog niet verharde kalksediment. Het mineraal dolomiet komt ook in evaporietrijke lagen voor, waar calciet uit kalksediment en magnesiumzouten uit de evaporieten door diagenese tot dolomiet reageren.
[bewerken] Sociale geografie van de Dolomieten
In het gebied van de Dolomieten, Zuid-Tirol of Alto Adige, worden 3 talen gesproken; Duits, Italiaans en Ladinisch. Daarnaast zijn er nog diverse dialecten waarneembaar, een zogenoemde mengelmoes tussen Italiaans en Duits. Aan het eind van de eerste wereldoorlog werd het gebied Tirol, toen nog horende bij het Habsburgse Rijk in tweeën gedeeld. Noord en Oost-Tirol bleven bij Oostenrijk en het deel Zuid-Tirol viel toe aan Italië en ging toen Alto Adige heten. De grens werd verlegd vanaf de reeds eerder lopende taalgrens in het zuidelijke gebied Trentino naar de noordelijk gelegen waterscheiding tussen de Donau en de Po: De Brenner. Van de ene op de andere dag viel een hele bevolkingsgroep van 200.000 mensen onder een nieuw bestuur met een andere taal en cultuur. Het gebied werd onder leiding van Benito Mussolini geitalianiseerd. De Duitssprekende bevolking vormde een minderheid en werd ook als zodanig behandeld. In de jaren tussen 1950 en 1960 ontstond hier tegen verzet waarbij er aanslagen plaatsvonden op Italiaanse eigendommen en objecten met doden tot gevolg. Na 1998 is de rust onverwacht wedergekeerd en leven de bevolkingsgroepen vredig naast elkaar. De verklaring hier voor is waarschijnlijk het groot aantal afspraken die zijn gemaakt: iedere groep heeft het recht zijn eigen taal te spreken, en iedere groep moet vertegenwoordigd zijn bij politieke partijen en verenigingen.
De Dolomieten lenen zich uitstekend voor sportieve vakanties (skiën, wandelen, klimmen en diverse autotochten). Cortina d'Ampezzo is het toeristencentrum van de Dolomieten. Met een bergbaan, een kabelbaan met liftjes waar men in moet staan, is het mogelijk om naar een van de mooiste uitzicht punten van de Dolomieten te gaan. Het punt Faloria ligt op 2340 meter hoogte. Rond het jaar 1850 kwamen de eerste bergbeklimmers uit Engeland, Duitsland en Oostenrijk naar dit gebied om de toppen voor het eerst te bedwingen. Rond de eeuwwisseling trokken de pioniers van de skisport naar de Dolomieten.
Het bovendal van de Piave is erg in trek bij voornamelijk Italiaanse toeristen.
Men kan in de stad Bolzano ook de in het ijs gevonden man Ōtzi bezichtigen, die circa 5000 jaar geleden is gestorven en in 1998 gevonden is door twee bergwandelaars. Verder kent het gebied een eigen folklore en wordt er veel hout bewerkt in dit gebied.
De Dolomieten hebben een uitgebreide fauna en flora. Fauna: Alpensneeuwhoenders, gemzen, reeën. Flora: gentiaanzaad, oranjelelie, rapunzel.
[bewerken] Naamgeving
Het gebergte de Dolomieten is net als het mineraal en gesteente dolomiet genoemd naar de Franse geoloog Déodat de Dolomieu. Voordien stond het gebergte bekend onder de naam Monti pallidi, "Bleke Bergen"
[bewerken] Bergtoppen van de Dolomieten
- Antelao
- Bosconero
- Cadini di Misurina
- Catinaccio (Rosengarten)
- Cinque Torri
- Col di Lana
- Cristallo
- Croda da Lago
- Croda dei Toni
- Dolomiti di Brentaa
- Dolomiti di Comelico-Dolomiti Carniche
- Dolomiti di Funes-Braies
- Dolomiti di Lienz
- Dolomiti di Sesto
- Dolomiti Friulane
- Gruppo del Sella
- Gran Vernel
- Gruppo delle Marmarole
- Gruppo dello Schiara
- Gruppo Odle-Puez
- Latemar
- Marmolada
- Monte Averau
- Monte Civetta
- Monte Pelmo
- Nuvolau
- Pale di San Martino
- Sassolungo
- Sciliar
- Settsass
- Sorapiss
- Tofane
- Vette Feltrine-Gruppo del Cimonega

