Aquileia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aquileia
Gemeente in Italië Vlag van Italië
Aquileia
Aquileia
Situering
Regio Friuli-Venezia Giulia (FVG)
Provincie Udine (UD)
Coördinaten 45° 46′ NB, 13° 22′ OL
Algemeen
Oppervlakte 36,8 km²
Inwoners (31 dec. 2012) 3.398 (92 inw/km²)
Hoogte 5 m
Overig
Postcode 33051
Netnummer 0431
Beschermheilige Santi Ermacora e Fortunato
Naam inwoner aquileiesi
ISTAT-code 030004
Portaal  Portaalicoon   Italië
Het forum van Aquileia
Muntstukken uit Aquileia

Aquileia (Friulaans: Acuilee, Sloveens: Oglej), is een Italiaanse gemeente en Oud-Romeinse stad in de provincie Udine (regio Friuli-Venezia Giulia). De stad ligt aan het hoofd van de Adriatische Zee, grenzend aan de lagunes, zo’n 6 kilometer van de zee, aan de rivier de Natiso (Italiaans: Natisone) die enigszins van haar vroegere loop is afgeweken in de loop der eeuwen. De basiliek van Aquileia en de archeologische zone staan op de UNESCO Werelderfgoedlijst

Geschiedenis[bewerken]

Aquileia is gesticht in het jaar 181 v.Chr. als een grensfort in het noordoosten, niet ver van de plek waar twee jaar daarvoor de Gallische Carni binnengevallen waren en een poging gedaan hadden een nederzetting te bouwen. Drie mannen leidden de kolonie, twee magistraten van het consul en één praetoriaan. De 3000 pedites (infanterie) vormden de ruggengraat van de nederzetting. Enkele geleerden geloven dat Aquileia al ver voor de Romeinse tijd het centrum van Venetië vormde.[bron?]

Communicatie was mogelijk over de in 173 v.Chr. aangelegde weg naar Bonania en daarna met Genua in 148 v.Chr. langs de Via Postumia, een weg die door Cremona, Badriacum en Altinum liep. Verbeterde communicatie was mogelijk dankzij de in 132 v.Chr. aangelegde Via Popilia van Ariminum naar Ad Portum vlak bij Altinum.

Vele belangrijke wegen naar het noordoosten van het Romeinse Rijk begonnen hier, zoals de (Via Iulia Augusta) door Iulium Carnicum naar Veldidena (het huidige Wilten, vlak bij Innsbruck), vanwaar het afsplitste naar Noricum langs Virunum (Klagenfurt) naar Laurieum (Lorch (Italië)) aan de Donau, de weg naar Pannonia, langs Aemona (Ljubljana)[1] en Sirmium (Mitrowitz, Sremska Mitrovica), en de route naar Tergeste (Triëst) en de Istrische kust.

In 169 v.Chr. vestigden 1300 families zich hier ter versterking van het garnizoen. De ontdekking van goudaderen in het huidige Klagenfurt in 130 v.Chr. [2] versterkte de belangrijke positie van Aquileia, het was niet langer slechts een strategische plek, maar ook een centrum voor de handel, voornamelijk in agrarische producten.

Het was oorspronkelijk een Romeinse kolonie maar werd in het jaar 90 v.Chr. een municipium. Tijdens de heerschappij van Augustus werd de stad geplunderd, maar daarna wist het zichzelf weer op te bouwen. Augustus bezocht de stad tijdens de Pannonische oorlogen.

In 167 kwam de stad onder zware druk te liggen tijdens de oorlog tegen de Marcomanni; langdurige vrede had verloedering van de fortificaties met zich meegebracht. In 238 werden de fortificaties snel verstevigd De stad koos de zijde van de Senaat tegen keizer Maximinus. De muren hielden maanden stand tot aan de moord op Maximus.

De vierde eeuw was de bloeiperiode van Aquileia; het werd een marinebasis en waarschijnlijk de zetel voor de corrector Venetiarum et Histriae. Een muntgebouw werd in Aquileia gebouwd; hier zijn vele munten geslagen. De bisschop verkreeg de titel patriarch en in 381 werden de Raden van Aquileia opgezet, die in de latere eeuwen nog vaak bijeen kwam om te vergaderen.

Een keizerlijk paleis werd hier gebouwd, waar de keizers na Diocletianus vaak verbleven; de stad speelde een rol in de strijd tussen de Romeinse heersers in de 4e eeuw. Tegen het einde van de vierde eeuw vernoemde Ausonius de stad als de negende stad van de wereld, na o.a. Rome, Mediolanum en Capua en hij noemde Aquileia moenibus et portu celeberrima.

In 452 werd Aquileia echter vernietigd door Attila, de aanvoerder van de Hunnen. Toch bleef de stad bestaan tot de invasie van de Lombarden in 568. Hierna werd het patriarchaat verplaatst naar Grado.

In 606 was het diocees verdeeld tussen twee patriarchaten. Dat van Aquileia, beschermd door de Lombarden, werd nieuw leven ingeroepen, en dat van Grado, beschermd door de exarch van Ravenna en later door de doges van Venetië. In 1027 en 1044 werd Grado geplunderd door patriarch Poppo van Aquileia, die er in 1031 de Basiliek van Aquileia liet bouwen.

De zetel van de patriarch van Aquileia werd in 1238 verplaatst naar Udine, in 1420 kreeg Aquileia zijn zetel weer terug omdat Venetië Udine geannexeerd had. In 1751 werd de zetel uiteindelijk gesplitst tussen Udine en Gorizia.

Zie ook: patriarchaat Aquileja

Opgravingen[bewerken]

De gebouwen van Aquileia dienden in de loop der eeuwen als steengroeven. Opgravingen hebben een straat uit de Romeinse tijd op de noordwestelijke hoek van de stadsmuren blootgelegd. Iets verder buiten de stad is de begraafplaats, de sepolcreto, want in de Romeinse tijd mochten de doden niet in de stad begraven worden. Ook zijn er uitgebreide restanten van een haven gevonden (kademuur en opslagruimten), die nog zichtbaar zijn.
Het plaatselijke museum bezit naast standbeelden en overig antiek meer dan 2000 inscripties.

Aquileia wordt tegenwoordig gezien als een van de best uitgegraven Romeinse steden tot nu toe, en staat op de lijst van Werelderfgoed.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een gedetailleerde beschrijving van deze weg staat in het Jahreshefte des Österr. Arch. Inst. v. (1902), Beiblatt, pp. 139 seq. door O. Cuntz.
  2. Strabo iv. 208