Decimus Magnus Ausonius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ausonius: let op de foutieve data!

Deci(m)us Magnus Ausonius (Burdigala (Bordeaux), circa 310 – aldaar. circa 393) was een in zijn tijd gevierd Latijns dichter.

In zijn geboortestad oefende hij het beroep uit van leraar in de grammatica en de welsprekendheid. Een van zijn leerlingen was Paulinus van Nola, met wie hij ook brieven wisselde. Zijn reputatie was zo groot dat hij rond 365 naar Trier werd geroepen om er privé-leraar te worden van de latere keizer Gratianus. Na diens troonsbestijging in 379 kreeg Ausonius het consulaat toegewezen en werd aangewezen als legatus Augusti pro praetore van de provincia Gallia. Na de moord op Gratianus (383) keerde hij terug naar Bordeaux, waar hij zich voortaan geheel aan de studie en de dichtkunst wijdde.

Ausonius was in feite christen, maar stond in cultureel opzicht nog met beide voeten in het heidendom. Met eminente Romeinse aristocraten onderhield hij een drukke correspondentie, onder meer met Quintus Aurelius Symmachus. Uit zijn talrijke werken blijkt zijn perfecte beheersing van de vorm; daarnaast verstrekken zij belangrijke inlichtingen over zijn omgeving en zijn tijd. De poëtische waarde is echter vrij gering, met uitzondering van zijn bekendste gedicht Mosella, een beschrijving in episch-didactische stijl van het Moezeldal tussen Trier en Koblenz.

Overzicht van zijn werken:

  • Idyllia ("kleinere" gedichten, onder andere Mosella)
  • Parentalia (grafschriften op gestorven familieleden)
  • Commemoratio professorum Burdigalensium (gelegenheidsgedichten op hoogleraren uit Bordeaux)
  • Van zijn hand ook onder andere de Ephemeris en de Ordo Nobilium Orbium.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]