Objectificatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Objectificatie is een begrip dat vooral in de psychologie, sociologie en de moraalwetenschappen gebruikt wordt. Objectificatie duidt het denigrerend proces aan waarbij een mens of dier louter als een object beschouwd wordt.

Kenmerken[bewerken]

Volgens de filosoof Martha Nussbaum heeft objectificatie van mens en dier één of meer van de volgende kenmerken:

  • instrumentalisatie - behandeling als gebruiksobject uit eigenbelang
  • ontkenning van het zelfbeschikkingsrecht
  • inertie - ontkenning van de handelingsbekwaamheid of het zelfbeheersingsvermogen
  • eigendom - als bezit zien
  • fungibiliteit (?) - vervangbaar achten
  • gewelddadigheid - denken dat men persoon of dier fysiek mag schaden
  • ontkenning van de subjectiviteit - gevoelens, ervaringen en de algemene ontwikkeling van persoon of dier negeren.[1]

Vormen van objectificatie kunnen naar doel worden ingedeeld. De belangrijkste vormen van objectificatie zijn seksuele, economische, politieke, raciale en sociale objectificatie. In de praktijk gaan deze verschillende vormen van objectificatie vaak samen.

Seksuele objectificatie[bewerken]

Seksuele objectificatie van vooral mensen komt voor wanneer iemand wordt beschouwd als een seksueel lustobject. Alleen het seksuele voorkomen en de fysieke aantrekkelijkheid van iemand telt dan. De persoon dient uitsluitend het seksueel genot van iemand anders.[2][3] Het begrip seksuele objectificatie, in het bijzonder de seksuele objectificering van vrouwen, is een belangrijk onderwerp voor het feminisme en van het feminisme afgeleide psychologische theorieën.[4][5] De term seksuele objectificatie werd gelanceerd tijdens de tweede feministische golf en de publicaties van die beweging wezen met klem op dit gevaar.[6] Vele feministen beschouwen de seksuele objectificatie als verwerpelijk en benadrukken dat het een belangrijke rol speelt in de ongelijkheid van de geslachten.[2]

Seksuele objectificatie is ook van belang in de vakgebieden seksuele ethiek en filosofie van de seksualiteit.[7] De toenemende zichtbaarheid van seksuele objectificatie in het dagelijkse leven wordt vaak aangeduid met de populaire term pornoficatie van de samenleving.[8] [9]

Nuvola single chevron right.svg Zie Prostitutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Objectificatietheorie[bewerken]

De objectificatietheorie is een theorie in de ontwikkelingspsychologie en het feminisme. Zij stoelt op het principe dat meisjes en vrouwen hun primaire beeld van hun lichaam ontwikkelen door de blik van anderen. Dit kan via de media of door de directe blik van anderen.[10] Door een verwarring van het verwachte en het echte voorkomen, worden meisjes gesocialiseerd tot het objectificeren van hun eigen lichamelijk eigenschappen vanuit de perceptie van derden.[11] De objectificatietheorie speelt een belangrijke rol in het hedendaagse feminisme en in van het feminisme afgeleide psychologische theorieën. Het proces beschreven in deze theorie zou belangrijk zijn in de ontwikkeling van jonge vrouwen en meisjes - vooral tijdens en rond de puberteit - en een belangrijke invloed uitoefenen op de sociale genderrollen en de ongelijkheid tussen de geslachten.[12]

Psychologische gevolgen[bewerken]

Onderzoek toont aan dat de objectificatietheorie tot beter begrip leidt van de invloed van vaak voorkomende afbeeldingen in de media op de persoonlijke ontwikkeling en de geestelijke gezondheid van de kijker.[13] In de literatuur worden de volgende psychologische gevolgen van objectificatie in de media beschreven: het toenemen van lichaamsangst, laag zelfbeeld, klinische depressies, vormen van stereotypes, seksuele typering, verslechteringen van motoriek en prestatie, idealiseren van een bepaald lichaamstype, anorexia nervosa, boulimie, verandering van het seksuele bewustzijn en seksuele afwijkingen.[13][14]

Economische objectificatie[bewerken]

Economische objectificatie van werknemers komt voor wanneer de menselijkheid van werknemers ontkend wordt onder invloed van ver doorgedreven kapitalisme en bureacratisering. Een werknemer wordt dan louter nog als een middel in het productieproces beschouwd. De eigenheid en het welzijn van de werknemer wordt ondergeschikt gemaakt aan de economische belangen van het bedrijf.

Volgens Marx treedt er vervreemding (Entfremdung of Entäusserung) op wanneer het product van arbeid niet langer eigen is aan de werknemer. Arbeid wordt in het kapitalisme verkocht als een waar, waarna het product wordt onteigend door de kapitaalbezitter, die de meerwaarde als winst incasseert of herinvesteert. Arbeid geeft dan geen bevrediging meer en geen gevoel van controle over de materie.[15]Slachtoffers van illegale orgaanhandel en mensenhandel ondergaan een vorm van economische objectificatie.

Nuvola single chevron right.svg McDonaldisering en vervreemding

Sociale objectificatie[bewerken]

Lijfeigenschap[bewerken]

Lijfeigenschap of slavernij is een vorm van onvrijwillige dienst waarbij iemand wordt behandeld als het eigendom van iemand anders.

Nuvola single chevron right.svg Zie Slavernij voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Objectificatie binnen het huwelijk[bewerken]

Soms wordt een (doorgaans vrouwelijke) partner gezien als eigendom van de andere (doorgaans mannelijke) partner in een huwelijk. Dit kan als een vorm van sociale objectificatie worden gezien. Zo'n ongelijke behandeling volgens geslacht binnen het huwelijk komt vaak voort uit traditie, cultuur of religie.

Noten
  1. Martha C. Nussbaum, “Objectification”, Philosophy and Public Affairs, 24 (4), pp. 279-83
  2. a b Bartky, Sandra Lee, Femininity and Domination: Studies in the Phenomenology of Oppression (Routledge, 1990), ISBN 9780415901864, p. 26
  3. LeMoncheck, Linda, Loose Women, Lecherous Men: A Feminist Philosophy of Sex (Oxford University press, 1997), ISBN 9780195105551, p. 133
  4. Barry, Kathleen, Female Sexual Slavery (NYU Press, 1994), ISBN 9780814710692, p.247
  5. Goldenberg, Jamie L., en Tomi-Ann Roberts, 'The Beast within the Beauty: An Existential Perspective on the Objectification and Condemnation of Women' in Jeff Greenberg, Sander Leon Koole, Thomas A. Pyszczynski en Tom Pyszczynski (eds) Handbook of Experimental Existential Psychology (Guilford Press, 2004), ISBN 9781593850401
  6. Sex and the City: klankbord van het postfeminisme?http://www.rosadoc.be/site/nieuw/pdf/uitgelezen/ug13nr4sexandthecity.pdf
  7. Zie bijvoorbeeld Soble, Alan, (ed). 1997. Sex, Love and Friendship: Studies of the Society for the Philosophy of Sex and Love 1977–1992. Amsterdam: Rodopi. ISBN 9042002271. Chapters 13–16.
  8. Artikel in het Nederlands Dagblad, 12 oktober 2007
  9. Artikel pornoficatie in de Belgische krant 'De Morgen', 2 november 2008
  10. Bartky, Sandra Lee. (1990). Femininity and Domination: Studies in the Phenomenology of Oppression. Routledge. ISBN 9780415901864. p 26.
  11. Kaschak, Edward. (1992). Engendered Lives: A new Psychology of Women's Experience (Basic Books). ISBN 046501349X. p 12.
  12. Goldenberg, Jamie L., en Roberts, Tomi-Ann (2004). The beast within the beauty: An existential perspective on the objectification and condemnation of women. In: J Greenberg, SL Koole, T Pyszczynski (eds), Handbook of experimental existential psychology; p 71–85. (Guilford Press). ISBN 9781593850401.
  13. a b Fredrickson, Barbara L. en Roberts, Tomi-Ann (1997). "Objectification Theory: Toward understanding women's lived experiences and mental health risks". Psychology of Women Quarterly 21(2):173–206. DOI:10.1111/j.1471-6402.1997.tb00108.x. Geciteerd op 2009-4-11.
  14. Fredrickson, Barbara L. en Harrison, Kristen (2005). Throwing like a girl: Self-objectification predicts adolescent girl's motor performance. Journal of Sport and Social Issues 29(1):79–101. DOI:10.1177/0193723504269878. p 82.
  15. Marx' Parijse manuscripten 1844/2004