Martha Nussbaum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Martha Nussbaum
Martha Nussbaum
Martha Nussbaum
Persoonsgegevens
Naam Martha Nussbaum-Craven
Geboren New York City

6 mei 1947

Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Functie Filosoof
Oriënterende gegevens
Domein politieke filosofie

ethiek
feminisme

Stroming Analytische filosofie
Belangrijkste ideeën Vermogensbenadering (capability approach)
Reactie op Westerse traditie van het sociaal contract
Beïnvloed door Immanuel Kant

John Rawls

Levensbeschouwing joods
Functies
Hoogleraar recht en ethiek universiteit van Chicago
Website
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Martha Nussbaum (6 mei 1947), geboren als Martha Craven, is een Amerikaans filosofe en hoogleraar rechtsfilosofie en ethiek aan de University of Chicago. Ze is met name geïnteresseerd in klassieke filosofie, politieke filosofie en ethiek[1].

Leven[bewerken]

Martha Nussbaum is geboren in New York als dochter van de advocaat George Craven uit Philadelphia en Betty Warren. Ze studeerde in 1969 af in theaterwetenschappen en klassieke talen aan de New York University. Vervolgens ging ze aan Harvard studeren en bewoog zich geleidelijk aan in de richting van de filosofie waarin ze in 1972 afstudeerde. Ze promoveerde in 1975 bij G. E. L. Owen. In deze periode trouwde ze met Alan Nussbaum, van wie ze in 1987 weer scheidde, kreeg ze een dochter Rachel en bekeerde ze zich tot het jodendom.

In de jaren zeventig en begin jaren '80 doceerde ze filosofie en klassieke talen in Harvard. Hierna ging ze naar Brown University. In 1986 kwam haar boek The Fragility of Goodness uit dat handelt over de ethiek. Dit was een invloedrijk boek, waaraan zij in belangrijke mate haar bekendheid binnen de geesteswetenschappen heeft te danken.

In 1999 ontving ze een eredoctoraat in de Humanistiek van de Universiteit voor Humanistiek.

Nussbaum neemt regelmatig deel aan het publieke debat, waarbij ze in discussie gaat met mensen als Allan Bloom, John Finnis, Robert P. George en Judith Butler. Dit doet ze door middel van het schrijven van recensies of artikelen voor tijdschriften, maar ze treedt ook af en toe op als expert in rechtszaken.

Filosofie[bewerken]

Gedurende de jaren '80 werkte ze samen met de econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen op het vlak van economische ontwikkeling en ethiek. Samen staan zij de 'vermogensbenadering' (capability approach) voor. Zij beschouwen capabilities of 'vermogens' (in de zin van mogelijkheden) zoals de mogelijkheid hebben om oud te worden, om deel te kunnen nemen aan het economisch verkeer of aan de politiek als de basisvoorwaarde waarop ontwikkeling kan plaatsvinden. Het begrip armoede krijgt hierdoor ineens een andere betekenis, namelijk het ontnomen zijn van deze (fundamentele) mogelijkheden. Dit staat in contrast met de algemenere definitie van ontwikkeling, waarbij enkel gekeken wordt naar de groei van het BNP, en van armoede, als het ontberen van inkomen. Het is een (moreel) universalistische benadering die tegenover een relativistische benadering van ontwikkeling staat. Veel van haar werk komt voort uit het gedachtegoed van Aristoteles.

Terwijl Sen de menselijke vermogens toepast op de economie doet Nussbaum dat op de filosofie en de politiek. In dit kader werkte ze een minimale theorie van sociale rechtvaardigheid uit. Daarmee treedt ze in de voetsporen van Kant en Rawls. Nussbaum behoort tot de klassiek liberale denkers. Zij vertrekt vanuit de kantiaanse gedachte dat iedere mens een doel op zich is en geen middel. Voor haar is het individu het primaire subject binnen de politieke rechtvaardigheid.

Nussbaum heeft haar mogelijkhedenbenadering ook gebruikt bij haar herinterpretatie van John Rawls' A Theory of Justice. In haar ogen krijgt Rawls vrijheidsprincipe pas betekenis als het wordt uitgedrukt in termen van vrijheden en mogelijkheden gebaseerd op de persoonlijke en sociale omstandigheden. Op dezelfde manier kan ook ongelijkheid worden uitgedrukt in termen van mogelijkheden.

Capability approach (vermogensbenadering)[bewerken]

Nussbaum heeft deze theorie samen met Amartya Sen ontwikkeld, als alternatief voor de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls. Nussbaum en Sen gaan er van uit dat ieder mens recht heeft op een minmumniveau van tien vermogens. Met deze tien vermogens moet elke mens in staat zijn volwaardig te functioneren: leven, lichamelijke gezondheid, lichamelijke onschendbaarheid, zintuiglijke waarneming, verbeeldingskracht en denken, gevoelens, praktische rede, sociale banden, andere biologische soorten, spel en vormgeving van de eigen opgeving.[2] Nussbaum beargumenteert deze keuze van tien vermogens niet. Ze erkent dat de lijst een hoog intuitief karakter heeft. Een samenleving die deze rechten en vrijheden niet kan garanderen aan haar burgers is volgens haar geen volledig rechtvaardige samenleving.

Belangrijkste werk[bewerken]

De breekbaarheid van het goede: geluk en ethiek in de Griekse filosofie en literatuur.[bewerken]

Een geslaagd of gelukkig leven is, door binding aan anderen, hindernissen van feitelijke omstandigheden en de eigen passies, afhankelijk van zaken die buiten onze controle liggen. Nussbaum onderzoekt hoe in de oud-Griekse filosofie op dit gegeven wordt gereageerd. Ze onderscheidt twee strategieën om met deze kwetsbaarheid om te gaan. De eerste gaat uit van Plato en probeert het toeval zo veel mogelijk te controleren zodat het leven niet langer speelbal is van externe en interne factoren. De tweede strategie komt van Aristoteles. Zijn aanbeveling is om te accepteren wat ons kwetsbaar maakt en geluk niet te vergeestelijken, maar rekening te houden met het feit dat we een lichaam hebben. Een subliem boek; bevlogen geschreven; uitzonderlijk vanwege de geslaagde combinatie van filosofie en literatuur.[3]

Grensgebieden van het recht. Over sociale rechtvaardigheid[bewerken]

In dit boek doorbreekt Martha Nussbaum de traditionele scheiding tussen recht en ethiek door het thema van de rechtvaardige samenleving tegelijkertijd rechtsfilosofisch en sociaal-ethisch te doordenken. Zij denkt in de lijn van het sociaal contract (of maatschappelijk verdrag): een denkmodel waarin redelijke mensen met elkaar als het ware per contract vastleggen dat in de toekomst niet bruut geweld of bedrog maar wetgeving de samenleving zal bepalen. In de lijn van haar leermeester John Rawls constateert zij drie grote onrechtvaardigheden in de hedendaagse wereld: de achterstelling van gehandicapten, die van derdewereldvolken en die van dieren. Het is een geleerd, een actueel en prikkelend boek. Deze vertaling maakt het werk van Nussbaum voor een veel breder publiek toegankelijk en levert een wezenlijke bijdrage aan het debat over een rechtvaardige(r) wereld.[4]

Grensgebieden van het recht is een kritiek op de westerse traditie van het sociaal contract, met name op het werk van John Rawls. Rawls heeft zelf aangegeven dat de drie onrechtvaardigheden buiten het bestek van de sociale rechtvaardigheid vallen. Hij richt zich op de 'doorsnee' burger van de ontwikkelde democratische landen. De drie groepen achtergestelden hebben niet dezelfde sociale- en burgerrechten als de 'doorsnee' burger, maar zijn aangewezen op hun mededogen en welwillendheid.
Nussbaum geeft in haar kritiek op Rawls aan dat met deze tekortkoming zijn hele rechtvaardigheidstheorie faalt, dat er iets wezenlijk mis is met Rawls' theorie. Ondanks de bewondering voor Rawls verwerpt ze zijn theorie en vervangt het door een andere. Volgens Nussbaum zit het probleem in Rawls' 'sluier van onwetendheid', waarbij Rawls uitgaat van een globale gelijkheid van de contractanten. Daardoor vallen gehandicapten, armen en dieren buiten de boot. Zij denkt het probleem op te kunnen lossen met een nieuwe theorie die ze samen met Amartya Sen ontwikkelde: de 'vermogensbenadering' (capability approach).

Mogelijkheden scheppen: een nieuwe benadering van de menselijke ontwikkeling[bewerken]

Nussbaum hoort tot de belangrijkste vertegenwoordigers van een groeiende groep deskundigen die het onzin vinden de ontwikkeling van een land af te meten aan economische maatstaven zoals het bruto-nationaal product, de enige maatstaven waar instellingen als de Wereldbank en het IMF – van zo een cruciaal belang voor ontwikkelingslanden - van uitgaan. De ontwikkeling van een land – of liever zijn bevolking – hangt meer af van de mogelijkheden ('capabilities') die individuen hebben, die beslissend zijn voor de kwaliteit van het menselijk leven. Dit boek gaat hier diep op in, noemt standaarden, geeft voorbeelden. Geen lichte kost, wel heel dicht bij het leven zelf. Niet alleen van belang wegens de inhoud, maar vooral vanwege de enorme invloed van dit concept op zowel ontwikkelingslanden als de ontwikkeling van de bevolking in zogenaamde ontwikkelde landen.[5]

Bibliografie[bewerken]

Martha Nussbaum in 2010
  • Aristotle's De Motu Animalium (1978)
  • The Fragility of Goodness: Luck and Ethics in Greek Tragedy and Philosophy (1986)
  • Love's Knowledge (1990)
  • The Quality of Life (1993) (samen met Amartya Sen)
  • The Therapy of Desire: Theory and Practice in Hellenistic Ethics (1994)
  • Poetic Justice (1996)
  • For Love of Country (1996)
  • Cultivating Humanity: A Classical Defense of Reform in Liberal Education (1997)
  • Sex and Social Justice (1998)
  • Women and Human Development (2000)
  • Upheavals of Thought: The Intelligence of Emotions (2001)
  • Hiding From Humanity: Disgust, Shame, and the Law (2004)
  • Animal Rights: Current Debates and New Directions (editor samen met Cass Sunstein) (2004)
  • Frontiers of Justice: Disability, Nationality, Species Membership (2006)
  • Liberty of Conscience: The Attack on America's Tradition of Religious Equality (2007)
  • Not For Profit: Why Democracy Needs the Humanities (2010)
  • Creating Capabilities: The Human Development Approach(2011)
  • The New Religious Intolerance. Overcoming the Politics of Fear in an Anxious Age (2013)

Nederlandse vertalingen[bewerken]

  • Wat liefde weet: emoties en moreel oordelen; inl., tekstintrod. en samenst. Marianne Boenink ; vert. [uit het Engels door] Frans van Zetten, Boom/Parrèsia (1998)
  • 'Leerscholen in menselijkheid. Liberaal onderwijs en burgerschap'. In: Krisis Tijdschrift voor actuele filosofie, 1999, issue 4.
  • Oplevingen van het denken: over de menselijke emoties; vert. [uit het Engels] door Patty Adelaar, Ambo (2004)
  • De breekbaarheid van het goede: geluk en ethiek in de Griekse filosofie en literatuur; vert. [uit het Engels] door Patty Adelaar, Ambo (2006)
  • Grensgebieden van het recht: over sociale rechtvaardigheid; vert. [uit het Engels] door Peter Diderich en Rogier van Kappel, Ambo (2006)
  • Niet voor de winst: waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft; vert. [uit het Engels] door Rogier van Kappel, Ambo (2011)
  • Mogelijkheden scheppen: een nieuwe benadering van de menselijke ontwikkeling; vert. [uit het Engels] door Rogier van Kappel, Ambo (2012)
  • De nieuwe religieuze intolerantie: een uitweg uit de politiek van de angst; vert. [uit het Engels] door Rogier van Kappel, Ambo (2013)

Over Martha Nussbaum[bewerken]

  • Loes Derksen en Mariëtte Willemsen(2004): Wat maakt gelukkig: hedendaagse filosofische visies; Amsterdam, Atlas
  • Wenken voor het goede leven: een hoorcollege over 2500 jaar deugdethiek, van Aristoteles tot Nussbaum door Maarten van Buuren en Joep Dohmen, Den Haag , Home Academy Publishers (2013) (Luisterboek)

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. De eerste versie van dit artikel is een vertaling van het artikel en:Martha Nussbaum [1] op de Engelstalige Wikipedia.
  2. Grensgebieden van het recht. p. 76-77
  3. Wim Fiévez: info uitleenexemplaar bibliotheek
  4. Mr. dr. D.P. Engberts: info uitleenexemplaar bibliotheek
  5. Drs. H.H.M. Meyer: info uitleenexemplaar bibliotheek