Politieke filosofie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Politieke filosofie is een filosofisch vakgebied waarin vraagstukken rond politiek en maatschappij aan de orde zijn. Als zodanig is er een relatie met politicologie en sociologie.

Het onderscheid dat soms tussen sociale filosofie en politieke filosofie is meer een kwestie van de toevallige studierichtingen op universiteiten dan inhoudelijke verschillen; de grens tussen beiden is vaag. Aan veel universiteiten en voor veel filosofen bestaat het onderscheid dan ook niet.

Het gebruik van de term politieke filosofie kan ook verwijzen op een bepaalde filosofische opvatting over het wezen of doel van maatschappij of staat. Het kan soms in beperktere zin worden gebruikt als een synoniem voor politieke zienswijze.

Filosofische vraagstukken over de aard en de zin van de politieke aspecten van en binnen de samenleving worden dikwijls bestudeerd binnen aparte vakgroepen politieke filosofie maar ook binnen de sociale filosofie. Er is een belangrijke verbinding met de rechtsfilosofie. Ook onderdelen van de sociologie en de sociale wetenschappen hebben betrekking op politieke vraagstukken.

Belangrijke filosofen die zich bezig hielden met de politieke filosofie zijn Plato, Aristoteles, Niccolò Machiavelli, Thomas Hobbes, Baruch de Spinoza, John Locke, Charles Montesquieu, Jean-Jacques Rousseau, Immanuel Kant, Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Jeremy Bentham, John Stuart Mill, Karl Marx, Hannah Arendt, Michel Foucault, John Rawls, Karl Popper, Samuel Huntington en Francis Fukuyama.

Zaken waar de politieke filosofen over nadenken zijn onder meer:

 
Persoonlijke instellingen