Blauwdruk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Moderne blauwdruk van het Franse galjoen La Belle.

In de drukkerswereld is een blauwdruk, of ozalid, een proefdruk die tot stand komt door het speciale, lichtgevoelige diazopapier (zoals men dat kent van planafdrukken) te belichten door een film van een opgemaakte bladzijde.

Blauwdrukken worden (in de reprografie) aangemaakt voor de technische controle maar ook voor de finale controle door de opdrachtgever of de vormgever.

In de techniek werden blauwdrukken gebruikt om duplicaten te maken van op calqueerpapier gemaakte technische tekeningen. Deze blauwdrukken werden gebruikt voor de bouw of productie van het getekende.

In de loop van de tijd is de term blauwdruk ook de term geworden, waarmee een nog niet uitgevoerd ontwerp van iets wordt aangeduid. Helemaal los van de tekenkamerpraktijk.

[bewerken] Geschiedenis

De blauwdruktechniek werd uitgevonden door de Engelse astronoom en fotograaf John Herschel, in 1842, en stond bekend onder de naam cyanotypie, dat letterlijk inderdaad 'blauwdruk' betekent. Als lichtgevoelige laag gebruikte Herschel een mengsel van kaliumhexacyanoferraat en ammoniumijzercitraat, die indien blootgesteld aan sterk licht veranderen in Pruisisch blauw. Wanneer de chemische middelen zijn weggespoeld met water blijft er een stabiele blauwe kleur over, waarop de tekening in witte lijnen is weergegeven.

Gedurende bijna een eeuw was cyanotypie de enige simpele en goedkope manier om tekeningen in meervoud te maken, en de techniek werd meteen ingevoerd in de industrie, speciaal voor bouwplannen op groot formaat voor machines, zoals locomotieven, en voor architectonische bouwwerken. In de loop van de twintigste eeuw werden varianten op deze techniek geïntroduceerd, zoals de diazotypie en de ozalid.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken