Handelingsbekwaamheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Weegschaal Neem het voorbehoud bij juridische lemmata in acht.
Raadpleeg bij juridische geschillen een advocaat.

Handelings(on)bekwaamheid is de op grond van een wettelijke bepaling bestaande algemene (on)geschiktheid om eigen onaantastbare rechtshandelingen te verrichten.

Handelings(on)bekwaamheid in het Nederlands Burgerlijk Wetboek[bewerken]

Wat het betekent om handelingsbekwaam te zijn blijkt uit artikel 32 Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek:

1. Iedere natuurlijke persoon is bekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen, voor zover de wet niet anders bepaalt.

2. Een rechtshandeling van een onbekwame is vernietigbaar. Een eenzijdige rechtshandeling van een onbekwame, die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was, is echter nietig.

Uit het tweede lid blijkt dat handelingsonbekwamen in bepaalde gevallen rechtshandelingen kunnen verrichten. Deze zijn evenwel vernietigbaar. Ongerichte eenzijdige rechtshandelingen zijn bij voorbaat nietig.

Het is maatschappelijk van groot belang dat ook niet volledig handelingsbekwamen in beginsel in staat zijn rechtshandelingen te verrichten, al betreft dit steeds tastbare handelingen. Anders zou het voor minderjarigen bijvoorbeeld niet mogelijk zijn om zelfstandig een broodje te kopen of te reizen met het openbaar vervoer.

Categorieën van handels(on)bekwamen[bewerken]

Minderjarigen[bewerken]

Volgens artikel 1:234 BW zijn minderjarigen handelingsbekwaam, mits zij met toestemming van hun wettelijke vertegenwoordiger handelen en voor zover de wet niet anders bepaalt. De toestemming wordt verondersteld te zijn verleend aan de minderjarige, indien het een rechtshandeling betreft ten aanzien waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten. Via de kantonrechter kan een zestien- of zeventienjarige verzoeken de bevoegdheid tot het verrichten van rechtshandelingen van meerderjarigen te verkrijgen. Dit heet handlichting (zie artikel 1:235 BW).

Onder curatele gestelden[bewerken]

Een meerderjarige kan door de rechtbank onder curatele gesteld worden vanwege bijvoorbeeld een psychische aandoening, de gewoonte van drankmisbruik of verkwisting (art. 1:378 BW). Iemand die onder curatele is gesteld, is handelingsonbekwaam. De rechter stelt bij het verzoek steeds een neuropsychiater aan om de persoon te onderzoeken en een voorlopig bewindvoerder met dezelfde bevoegdheden als de voogd. De curatele kan tot een eind komen als de oorzaken ervan niet meer bestaan en na een vonnis tot opheffing.

Gehuwde vrouwen voor 1957[bewerken]

Tot een wetswijziging in 1956 was een gehuwde vrouw in Nederland niet handelingsbekwaam. Dat betekende, dat gehuwde vrouwen niet zelfstandig een overeenkomst konden afsluiten. Alleen met medewerking van de man/echtgenoot kon een vrouw rechtshandelingen verrichten. Als zij – minder juridisch uitgelegd – eigen inkomsten had uit een arbeidsovereenkomst, moest ze ontslag geven bij haar werkgever, zodra ze huwde. Dit was een algemeen gebruik, omdat men de vrouw allereerst als moeder van haar toekomstige kinderen beschouwde. Vandaar dat de meerderjarige ongehuwde vrouw wel handelingsbekwaam was.[1]

De motie van Corry Tendeloo uit 1955 was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de vrouwenarbeid in Nederland. Deze motie keerde zich tegen een nieuw Koninklijk Besluit dat het verbod op arbeid van gehuwde vrouwen bij de overheid bevestigde. De tekst was kort en krachtig: "De Kamer, gehoord de besprekingen over het KB van 13 september 1955, van oordeel, dat het hier niet op de weg van de Staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden, nodigt de Regering uit de hiermee strijdende voorschriften te herzien." Een zeer kleine meerderheid, 46 tegen 44, stemde voor. Daaronder waren alle vrouwelijke Kamerleden.

De regel van handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw werd in 1956 bij de Lex-Van Oven afgeschaft tijdens het Kabinet-Drees III. Lex betekent wet en Van Oven verwijst naar Mr. Julius Christiaan van Oven, de toenmalige Nederlandse Minister van Justitie. In de ons omringende landen werd rond dezelfde periode een soortgelijke maatschappelijke verandering ingezet. Maar vandaag is in verschillende landen de vrouw nog steeds handelingsonbekwaam door te huwen.

Relatie met wilsbekwaamheid[bewerken]

Van belang is de relatie tussen het begrip handelingsbekwaamheid en het begrip wilsbekwaamheid of feitelijke bekwaamheid. Wilsbekwaam duidt het vermogen aan om ten aanzien van een bepaalde beslissing zelf deze beslissing verantwoord te nemen. Wilsbekwaamheid is geen juridische term, handelingsbekwaamheid is dat wel. Wilsbekwaamheid is een praktische term die met name wordt gebruikt in relatie tot medische beslissingen. Een arts dient de wilsbekwaamheid van de patiënt te toetsen alvorens deze de patiënt vraagt een beslissing te nemen aangaande een behandeling.

Zie ook[bewerken]

Noot

  1. Talloze vrouwen zijn ertegen opgestaan en andere, zoals Annie M.G. Schmidt, zijn expres daarom nooit getrouwd.

Bron

Externe links