Minderjarige

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Minderjarigen zijn mensen die jonger zijn dan een bepaalde leeftijd, en daardoor andere rechten en plichten hebben dan volwassenen.

Tot welke leeftijd men minderjarig is, is wettelijk bepaald en verschilt per land. In Nederland (en in België) is men minderjarig tot de leeftijd van 18 jaar, tenzij men is gehuwd (zie ook onderaan).

Kenmerken[bewerken]

Een minderjarige kan niet geheel vrij over zijn persoon en zijn goederen beschikken. Die begrensde vrijheid is door het recht gewild om de minderjarige te beschermen tegen onervarenheid of roekeloosheid:

  • Ouders bepalen de wettelijke verblijfplaats van hun kinderen (dit is de plaats waar een kind officieel woont).
  • Ouders hebben de plicht hun kinderen onderwijs te laten volgen zolang ze leerplichtig zijn (in de meeste landen van ca. 6 tot ca. 18 jaar), en bepalen dus naar welke school ze gaan.
  • Het ouderlijk gezag strekt zich tot ca. 14 jaar ook uit tot de gezondheidszorg (ouders kiezen dus de geneesheer voor hun kinderen, al kan natuurlijk niemand verboden worden naar een andere arts te gaan).
  • Het recht op een privé-leven van kinderen is beperkt tegenover hun ouders: die kunnen de lectuur, vrienden, gevoels- en andere relaties en zelfs de correspondentie van hun kinderen controleren en reguleren. Het enige wat ouders hun kinderen niet kunnen verbieden, is grootouders te bezoeken.
  • Ouders hebben het recht de godsdienstige praktijk te bepalen van hun kinderen.[bron?]
  • Ouders zijn aansprakelijk voor de schade die hun kinderen aanrichten.
  • Ouders hebben het beheer over de goederen van hun kinderen als die bijvoorbeeld een huis, grond of geld van zichzelf hebben; Ouders kunnen de goederen van hun kinderen niet verkopen zonder toestemming van de rechtbank..
  • Vanaf 16 jaar kunnen kinderen in een testament over de helft van hun goederen beschikken.
  • Minderjarigen kunnen geen erfenis aanvaarden (dat doen hun ouders) of schenkingen doen.
  • Belangrijke contracten kunnen minderjarigen niet sluiten. Doen ze het toch, dan kan de ouder of voogd de rechtshandeling laten vernietigen. Normale handelingen in het dagelijkse leven (bv. een aankoop) zijn wel geldig als ze in verhouding staan tot de leeftijd van de minderjarigen. Zo kan een 10-jarige probleemloos zelfstandig een ijsje kopen, maar bijvoorbeeld geen dure kleding kopen.
  • Kinderen kunnen op hun naam een spaarboekje openen zonder toestemming van hun ouders en vanaf 16 jaar geld afhalen (max. € 125 per maand), tenzij hun ouders zich hiertegen verzetten.
  • Wensen kinderen te huwen voor hun 18e verjaardag, dan hebben ze de instemming nodig van hun ouders, maar de rechter heeft hier het laatste woord.
  • Veel landen kennen een minimumleeftijd voor seksueel contact (in Nederland 16). Wanneer iemand seksueel contact heeft met een minderjarige beneden deze leeftijd, is deze persoon strafbaar omdat iemand van die leeftijd nog niet wordt geacht zelfstandig toestemming te kunnen geven. Wel knijpt justitie in veel landen een oogje toe wanneer de seksuele partner slechts enkele jaren ouder is (bijvoorbeeld bij seksueel contact tussen een 14-jarige en een 15-jarige).
  • Beneden de 18 jaar kan men geen alcoholische dranken kopen (in een bar of winkel).
  • Kinderen die van huis weglopen, kunnen op verzoek van hun ouders worden opgespoord, maar worden, indien er een ernstige reden voor het weglopen vermoed wordt, niet gedwongen terug te keren. Wel zal het comité voor bijzondere jeugdzorg bemiddelen of zal de rechter maatregelen nemen. Wie in dat geval kinderen onderdak verleent, is niet strafbaar.
  • Minderjarigen in Nederland mogen geen motorvoertuigen besturen tenzij men 16,5 jaar is en rijlessen volgt. Daarbij moet er wel een persoon bij zitten die minimaal 5 jaar rijervaring heeft. Vanaf 18 jaar mag men dan zelfstandig rijden.
  • Personen onder de 18 jaar mogen niet stemmen.

De term "minderjarige" wordt in de media met name gebruikt in verband met strafrechtelijke vervolging. Minderjarigen vallen in West-Europa onder jeugdstrafrecht in plaats van het reguliere strafrecht.

Nederlandse wet[bewerken]

Artikel 1:233 BW luidt:

Minderjarigen zijn zij, die de ouderdom van achttien jaren niet hebben bereikt en niet gehuwd of geregistreerd zijn dan wel gehuwd of geregistreerd zijn geweest of met toepassing van art. 253ha meerderjarig zijn verklaard.

Vóór 1986 was men vanaf 21 jaar meerderjarig.

Bij medische zaken is de grens 16 jaar. [1]

België[bewerken]

In België ligt vanaf 1 mei 1990 de grens tussen minderjarigen en volwassenen vastgesteld op de leeftijd van 18 jaar. De jongere onder de 18 jaar wordt als handelingsonbekwaam beschouwd. Niet-ontvoogde minderjarigen zijn in principe algemeen handelingbekwaam. Dit telt voor alle rechten en plichten. Bovendien is hun handelingsbekwaamheid volledig. Dit wil zeggen dat niet-ontvoogde minderjarigen voor het stellen van de rechtshandelingen door de ouders of voogd moeten worden vertegenwoordigd.

Ouders[bewerken]

Elk kind staat onder het gezag van zijn ouders en dit tot het meerderjarig is of als het ontvoogd wordt. Ouders en kinderen moeten respect hebben tegenover elkaar.

  • de persoon van de minderjarige: Minderjarigen staan onder het ouderlijk gezag. Beide ouders zijn verantwoordelijk voor het kind ook al zijn de ouders gehuwd of samenlevend. Als er slechts één ouder is, oefent deze ouder het gezag over het kind uit.

In uitzonderlijke gevallen zal de rechtbank de uitoefening van het gezag over het kind toevertrouwen aan één van de twee ouders. Als de ouder geen gezag genoeg heeft, kan deze altijd de jeugdrechtbank raadplegen. Gezamenlijke uitoefening betekent niet dat de ouders altijd en overal gelijktijdig moeten optreden. Als slechts één ouder optreedt, wordt immers vermoed dat hij optreedt met instemming van de andere ouder. Als tussen de ouders oneindigheid ontstaat, kan de jeugdrechtbank worden ingeschakeld om het probleem op te lossen.

  • De goederen van de minderjarigen: Als de ouders gezamenlijk het gezag over de persoon van het kind uitoefenen beheren zij ook gezamenlijk de goederen van het kind en vertegenwoordigen zij het kind.

Ook hier bestaat het vermoeden dat als één ouder een daad stelt dat hij verantwoordelijk is voor de goederen van het kind, en hij handelt met instemming van de andere ouder.

Ouders kunnen niet zomaar doen wat ze willen. Zij staan onder controle van de vrederechter en zij zullen voor bepaalde handelingen (bv. verkoop van goederen van hun kind, aanvaarden van schenking of nalatenschap,…) voorafgaandelijk een machtiging van de vrederechter moeten bekomen.

De voogd[bewerken]

Sinds 1 augustus 2001 is het systeem van de voogdij grondig gewijzigd. Daar waar vroeger de voogdij al werd georganiseerd als een kind slechts één ouder had, komt de voogdij nu tot stand als een kind geen ouders (meer) heeft. De familieredenen die in het vroegere systeem werden ingelicht, bestaan niet meer.

Als een kind geen ouders meer heeft, zal een oplossing moeten gevonden worden. Als het kind nog familie heeft zullen ze eerst kijken of er familie leden zijn die bereid zijn het kind op te vangen en wordt er ook gekeken of de mensen handelingsbekwaam zijn. Deze persoon staat onder controle van de vrederechter.

Een minderjarige kan ontvoogd worden door een huwelijk of door een uitspraak van de jeugdrechtbank. De jeugdrechtbank kan pas een persoon ontvoogden als hij 15 jaar is. Hij is slechts gedeeltelijk handelingsonbekwaam; hij kan alleen handelingsbekwaam zijn voor de regels die de wetgever uitdrukkelijk aanduidt. Een ontvoogde minderjarige is dus eigenlijk een soort tussencategorie: hij kan meer dan een ‘gewone’ minderjarige maar aan de andere kant kan hij nog niet evenveel als een meerderjarige.

Surinaamse wet[bewerken]

Artikel 382 van het Burgerlijk Wetboek van Suriname luidt:

'Art. 382. Minderjarigen zijn de zodanigen, die de volle ouderdom van een en twintig jaren niet hebben bereikt en niet vroeger in de echt zijn getreden.

Wanneer het huwelijk vóór hun volle ouderdom van een en twintig jaren is ontbonden, keren zij niet tot de staat van minderjarigheid terug.

Minderjarigen die niet staan onder de ouderlijke macht, staan onder voogdij, op de voet en de wijze als bij de derde, vierde, vijfde en zesde afdeling van deze titel is voorgeschreven.'

In sommige bijzondere wetten wordt de meerderjarigheid anders vastgesteld. Voor de toepassing van de wet van 24 november 1975, tot regeling van het Surinamerschap en het Ingezetenschap wordt als meerderjarige beschouwd de persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Artikel 1, b, van deze wet luidt als volgt: 'In deze wet wordt verstaan onder: b. meerderjarigen: zij die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt of vroeger in het huwelijk zijn getreden.'

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties