Homofobie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Protest tegen homoseksuelen van de controversiële Westboro Baptist Church.
Demonstratie van de Franse LGBT-organisatie SOS Homophobie tegen homofobie in Parijs, 2005

Homofobie (van de afkorting homo voor "homoseksueel" en fobie, "vrees, angst"; beide woorden komen van het Grieks) is letterlijk de angst voor homoseksualiteit. Het woord is in de twintigste eeuw gevormd, echter met als betekenis: een haat voor of afkeer van homoseksuelen en homoseksualiteit. Het woord homohaat wordt ook gebruikt voor dit fenomeen.

Het woorddeel "fobie" moet hier dan ook niet letterlijk worden opgevat: het gaat niet om een psychische aandoening, zoals bij reguliere fobieën.

Agressie[bewerken]

Vele verdedigers van homo- en lesborechten gebruiken de term "homofobie" om uitingen of gedragingen te beschrijven die gemotiveerd zijn door verzet tegen de belangen van homoseksuelen. Het kan daarbij gaan om uiteenlopende manifestaties, variërend van minachtende opmerkingen, roddel en het belachelijk maken van homoseksuele personen tot sterkere verbale of fysieke agressie.

Argument en afkeer[bewerken]

Deze verdedigers stellen dat er geen rationele kritiek op homoseksualiteit bestaat, en dat bijgevolg ieder argument tegen homoseksualiteit van irrationele aard is.

Wat er dan ten grondslag ligt aan dit afwijzen van homoseksualiteit is voor discussie vatbaar. Een aantal mogelijkheden zijn geopperd:

  • De angst om zelf homoseksueel te worden (en zich daardoor bijvoorbeeld "bi" noemen).
  • Zelf onterecht voor homoseksueel worden aangezien.
  • Zelf een negatieve ervaring met homoseksualiteit hebben, bijvoorbeeld wegens seksueel misbruik door iemand van hetzelfde geslacht tijdens de jeugd.
  • De angst voor verdrongen homoseksuele componenten in de eigen persoonlijkheid (dit wordt wel autohomofobie genoemd).
  • Onzekerheid omtrent de eigen (seksuele) identiteit.
  • Onbegrip voor alles wat anders is, resulterend in afwijzing ervan.
  • Afgunst tegenover homoseksuelen (al is moeilijk te preciseren waarop die afgunst dan gebaseerd is).
  • Het niet normaal vinden dat twee mensen van hetzelfde geslacht een koppel kunnen zijn of zelfs kunnen trouwen. Dit kan een religieuze of culturele grondslag hebben.
  • Het huwelijk zien als iets tussen twee mensen van een verschillend geslacht.
  • Homoseksualiteit niet normaal vinden, of strijdig met het rollenpatroon.
  • Afkeer van homoseksualiteit omdat homoseksuelen geen kinderen kunnen krijgen. Dit kan zowel een persoonlijk oogmerk hebben (de teleurgestelde vader die nu nooit opa zal worden), maar ook een maatschappelijk-nationalistische (een lager geboortecijfer betekent een kleinere nationale bevolking).
  • Afkeer van de fysieke daad zelf tussen mensen van hetzelfde geslacht.

Vaak worden ook argumenten aangehaald die niet bewezen of niet universeel zijn, bijvoorbeeld dat homoseksuelen en biseksuelen zeer veel seksuele partners zouden hebben en daarom een verhoogd risico op geslachtsziekten en hiv. Ook de daad zelf, met name anaal geslachtsverkeer, zou dit risico met zich meebrengen. Verder zijn velen van mening dat homosekselen niet tot liefde in staat zouden zijn en dat hun geaardheid slechts een excuus zou zijn om hun lusten te botvieren die ze in een monogaam huwelijk niet kwijtkunnen ('wederzijdse zelfbevrediging'). Toenmalig bisschop Eijk verwoordde deze laatste mening in 1999,[1] waarop zijn inwijding prompt door een aantal katholieke organisaties (waaronder de katholieke studentenvereniging RKSV Albertus Magnus) geboycot werd. Een ander argument is dat homoseksualiteit zou zijn 'aangeleerd' door onjuiste opvoeding of seksueel misbruik in de jeugd, waarna men op latere leeftijd eveneens jongere jongens door misbruik homoseksueel zou 'maken'. Hoewel er geen algemene verklaring bestaat voor het ontstaan van homoseksualiteit is het zeer onwaarschijnlijk dat homoseksualiteit op de wijzen 'aangeleerd' kan worden.

Een verouderd idee in de psychiatrie is dat de afkeer tegen homoseksualiteit een "vitale aversie" zou zijn: gedacht werd indertijd dat de afweer tegen gelijkgeslachtelijke voorkeur in de "normale" mens zou zijn "ingeprogrammeerd". Dit denkbeeld is allang verlaten: de "vitale" afkeer bleek allesbehalve universeel te zijn, en enige tijd werd gesproken van een "pseudo-vitale afkeer".[2]

Daarmee zijn de bovengenoemde mogelijke grondslagen voor de afkeer terug te voeren op conditionering: opvoeding en omgeving hebben de homofobe persoon afkerig leren zijn van homoseksualiteit.

Discriminatie[bewerken]

Het begrip homofobie wordt vaak als parallel aan racisme of seksisme gebruikt. Indien de houding zich manifesteert in uitingen of in gedragingen, is dan ook van discriminatie sprake: homoseksuele mensen worden dan immers benadeeld op grond van het feit dat zij tot een bepaalde groep behoren. Men kan hier denken aan:

  • Het worden geweigerd voor een bepaald beroep of het leger op grond van de homoseksuele geaardheid;
  • Don't ask, don't tell: het beleid in het Amerikaanse leger waarbij weliswaar pesterijen en maatregelen jegens homo's verboden werden en niet naar seksuele geaardheid werd gevraagd, maar waarbij tevens openlijke homoseksuelen uit het leger werden geweerd;
  • Ontslagen worden wegens 'uit de kast' komen. Minder expliciete discriminatie is het gepasseerd worden bij promoties of voorrechten, een onrealistisch slechte beoordeling krijgen, of niet meer uitgenodigd worden op vergaderingen en bedrijfsuitjes;
  • Wettelijke strafbaarstelling van homoseksueel gedrag, soms zelfs met de doodstraf;
  • Strafrechtelijk strenger optreden jegens homoseksuelen, met name in zedendelicten;
  • Pesterijen jegens homoseksuelen;
  • Agressie jegens homoseksuelen (potenrammen);
  • Het niet reageren van de politie op pesterijen of potenrammen;
  • Het weigeren van homoseksuelen als voorganger, ouderling of lid van een religieuze gemeenschap;
  • Een weigering van een ambtenaar of gemeente om homokoppels in het echt te verbinden;
  • Juridische en fiscale faciliteiten, waar heterokoppels wel aanspraak op kunnen maken, niet toekennen aan homokoppels (bijvoorbeeld fiscaal partnerschap);
  • Het op basis van de gedachte dat homoseksualiteit verkeerd aangeleerd gedrag of een ziekte is organiseren van controversiële 'genezingen' voor homoseksuelen (homotherapie), ook voor minderjarigen. Recentelijk werd dit aangemerkt als 'geestelijke mishandeling'.[3] Eerdere methoden behelsden 'aversietherapie' door het gebruik van braakmiddel en elektriciteit, terwijl ook castratie voorkwam.
  • Wegens te openlijke homoseksualiteit uit de familiekring of kerk worden verstoten, of middels sociale druk uit de omgeving min of meer gedwongen worden tot een heteroseksueel huwelijk.

Onderzoek[bewerken]

De term homofobie kent inmiddels een uitgebreide onderzoeksgeschiedenis in de sociale wetenschappen. Het onderzoek richt zich op de afkeer van homoseksualiteit, maar ook op het gedrag dat uit die afkeer voortvloeit.

Lesbofobie[bewerken]

Lesbofobie is een term die specifiek refereert aan homofobie gericht tegen vrouwen. Lesbofobie is de angst voor vrouwelijke homoseksualiteit (lesbianisme), met name de angst voor het verschijnsel vrouwelijke homoseksualiteit, de beleefsters hiervan en/of de handelingen en expressievormen die met het voorgaande worden geassocieerd; of de angst om zelf lesbisch te worden; alsmede het gedrag of de houding voortkomend uit deze angst.

De term lesbofobie ontstond om lesbiennes en de vijandigheid tegen hen zichtbaarder te maken. Voorts heeft lesbofobie enkele specifieke kenmerken en oorzaken. Vaak gaat het bijvoorbeeld gepaard met seksisme en machismo.

Gerechtelijke aanpak homofobie[bewerken]

In Nederland is verbale homofobie bij wet verboden. Medio juli 2012 arresteerde de politie, in opdracht van het Openbaar Ministerie[4], een Dordtenaar die op Twitter had gedreigd een vuurwerkaanslag te willen plegen tijdens de Gay Pride Parade in Amsterdam. Nieuwsblog Stashpress ontdekte de 'dreigtweets' op Twitter[5] en deed daarvan melding bij de politie Amsterdam-Amstelland. Een homoseksuele politieagent van het homonetwerk Roze in Blauw voelde zich persoonlijk bedreigd en deed aangifte voor het aanzetten tot homogeweld. Deze zaak was een primeur voor de politie, het Openbaar Ministerie en de Nederlandse overheid. Het was nog niet eerder voorgekomen dat er een man werd aangehouden en berecht na een aangifte van een politieagent voor het aanzetten tot homogeweld. Hij werd veroordeeld tot 30 dagen cel, waarvan 18 voorwaardelijk.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://retro.nrc.nl/W2/Nieuws/1999/08/18/Vp/05.html
  2. C. van Emde Boas: Shakespeare's sonnetten en hun verband met de travesti-double spelen. Een medisch-psychologische studie, Amsterdam 1951/1966.
  3. http://www.demorgen.be/dm/nl/983/Nieuws/article/detail/1492997/2012/08/29/Californie-komt-met-verbod-op-homotherapie.dhtml
  4. Man aangehouden voor anti-homo geweld op Twitter, Openbaar Ministerie, 1 augustus 2012
  5. Man aangehouden na dreiging geweld Gay Parade, Stashpress, 1 augustus 2012