Homofobie
Homofobie (van de afkorting homo voor "homoseksueel" en fobie, "vrees, angst"; beide woorden komen van het Grieks) is letterlijk de angst voor homoseksualiteit. Het woord is in de twintigste eeuw gevormd, echter met als betekenis: een haat voor of afkeer van homoseksuelen en homoseksualiteit. Het woord homohaat wordt ook gebruikt voor dit fenomeen.
Het woorddeel "fobie" moet hier dan ook niet letterlijk worden opgevat: het gaat niet om een psychische aandoening, zoals bij reguliere fobieën.
Inhoud |
Agressie [bewerken]
Vele verdedigers van homo- en lesborechten gebruiken de term "homofobie" om uitingen of gedragingen te beschrijven die gemotiveerd zijn door verzet tegen de belangen van homoseksuelen. Het kan daarbij gaan om uiteenlopende manifestaties, variërend van minachtende opmerkingen, roddel en het belachelijk maken van homoseksuele personen tot sterkere verbale of fysieke agressie.
Argument en afkeer [bewerken]
Deze verdedigers stellen dat er geen rationele kritiek op homoseksualiteit bestaat, en dat bijgevolg ieder argument tegen homoseksualiteit van irrationele aard is.
Wat er dan ten grondslag ligt aan dit afwijzen van homoseksualiteit is voor discussie vatbaar. Een aantal mogelijkheden zijn geopperd:
- De angst om zelf homoseksueel te worden (en zich daardoor bijvoorbeeld "bi" noemen).
- De angst voor verdrongen homoseksuele componenten in de eigen persoonlijkheid (dit wordt wel autohomofobie genoemd).
- Onzekerheid omtrent de eigen (seksuele) identiteit.
- Onbegrip voor alles wat anders is, resulterend in afwijzing ervan.
- Afgunst tegenover homoseksuelen (al is moeilijk te preciseren waarop die afgunst dan gebaseerd is).
- Verwarring van homoseksualiteit met pederastie of homoseksuele pedofilie. Dit argument is gebaseerd op de redenering dat homoseksualiteit in stand wordt gehouden doordat oudere mannen jongere jongens 'verleiden' en hen op deze manier homoseksueel 'maken', waarna deze jongens op latere leeftijd precies hetzelfde doen.
- Het niet normaal vinden dat twee mensen van hetzelfde geslacht een koppel kunnen zijn of zelfs kunnen trouwen. Dit kan een religieuze of culturele grondslag hebben.
- Het huwelijk zien als iets tussen twee mensen van een verschillend geslacht.
- Homoseksualiteit niet normaal vinden.
- Afkeer van homoseksualiteit omdat homoseksuelen geen kinderen kunnen krijgen. Dit kan zowel een persoonlijk oogmerk hebben (de teleurgestelde vader die nu nooit opa zal worden), maar ook een maatschappelijk-nationalistische (een lager geboortecijfer betekent een kleinere nationale bevolking).
- Afkeer van de fysieke daad zelf tussen mensen van hetzelfde geslacht.
Een verouderd idee in de psychiatrie is dat de afkeer tegen homoseksualiteit een "vitale aversie" zou zijn: gedacht werd indertijd dat de afweer tegen gelijkgeslachtelijke voorkeur in de "normale" mens zou zijn "ingeprogrammeerd". Dit denkbeeld is allang verlaten: de "vitale" afkeer bleek allesbehalve universeel te zijn, en enige tijd werd gesproken van een "pseudo-vitale afkeer". [1]
Daarmee zijn de bovengenoemde mogelijke grondslagen voor de afkeer terug te voeren op conditionering: opvoeding en omgeving hebben de homofobe persoon afkerig leren zijn van homoseksualiteit.
Discriminatie [bewerken]
Het begrip homofobie wordt vaak als parallel aan racisme of seksisme gebruikt. Indien de houding zich manifesteert in uitingen of in gedragingen, is dan ook van discriminatie sprake: homoseksuele mensen worden dan immers benadeeld op grond van het feit dat zij tot een bepaalde groep behoren. Men kan hier denken aan:
- Het worden geweigerd voor een bepaald beroep of het leger op grond van de homoseksuele geaardheid;
- Don't ask, don't tell: het beleid in het Amerikaanse leger waarbij weliswaar pesterijen en maatregelen jegens homo's verboden werden en niet naar seksuele geaardheid werd gevraagd, maar waarbij tevens openlijke homoseksuelen uit het leger werden geweerd;
- Ontslagen worden wegens 'uit de kast' komen. Minder expliciete discriminatie is het gepasseerd worden bij promoties of voorrechten, een onrealistisch slechte beoordeling krijgen, of niet meer uitgenodigd worden op vergaderingen en bedrijfsuitjes;
- Wettelijke strafbaarstelling van homoseksueel gedrag, soms zelfs met de doodstraf;
- Strafrechtelijk strenger optreden jegens homoseksuelen, met name in zedendelicten;
- Pesterijen jegens homoseksuelen;
- Agressie jegens homoseksuelen (potenrammen);
- Het niet reageren van de politie op pesterijen of potenrammen;
- Het weigeren van homoseksuelen als voorganger, ouderling of lid van een religieuze gemeenschap;
- Een weigering van een ambtenaar of gemeente om homokoppels in het echt te verbinden;
- Juridische en fiscale faciliteiten, waar heterokoppels wel aanspraak op kunnen maken, niet toekennen aan homokoppels (bijvoorbeeld fiscaal partnerschap).
Onderzoek [bewerken]
De term homofobie kent inmiddels een uitgebreide onderzoeksgeschiedenis in de sociale wetenschappen. Het onderzoek richt zich op de afkeer van homoseksualiteit, maar ook op het gedrag dat uit die afkeer voortvloeit.
Lesbofobie [bewerken]
Lesbofobie is een term die specifiek refereert aan homofobie gericht tegen vrouwen. Lesbofobie is de angst voor vrouwelijke homoseksualiteit (lesbianisme), met name de angst voor het verschijnsel vrouwelijke homoseksualiteit, de beleefsters hiervan en/of de handelingen en expressievormen die met het voorgaande worden geassocieerd; of de angst om zelf lesbisch te worden; alsmede het gedrag of de houding voortkomend uit deze angst.
De term lesbofobie ontstond om lesbiennes en de vijandigheid tegen hen zichtbaarder te maken. Voorts heeft lesbofobie enkele specifieke kenmerken en oorzaken. Vaak gaat het bijvoorbeeld gepaard met seksisme en machismo.
Gerechtelijke aanpak homofobie [bewerken]
In Nederland is verbale homofobie bij wet verboden. Medio juli 2012 arresteerde de politie, in opdracht van het Openbaar Ministerie[2], een Dordtenaar die op Twitter had gedreigd een vuurwerkaanslag te willen plegen tijdens de Gay Pride Parade in Amsterdam. Nieuwsblog Stashpress ontdekte de 'dreigtweets' op Twitter[3] en deed daarvan melding bij de politie Amsterdam-Amstelland. Een homoseksuele politieagent van het homonetwerk Roze in Blauw voelde zich persoonlijk bedreigd en deed aangifte voor het aanzetten tot homogeweld. Deze zaak was een primeur voor de politie, het Openbaar Ministerie en de Nederlandse overheid. Het was nog niet eerder voorgekomen dat er een man werd aangehouden en berecht na een aangifte van een politieagent voor het aanzetten tot homogeweld. Uiteindelijk diende de zaak tegen de man op 30 januari 2013. Hij werd veroordeeld tot 30 dagen cel, waarvan 18 voorwaardelijk.
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Homophobia van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |