Homoseksualiteit in nazi-Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een intern Gestapo-telexbericht, gedateerd 5 september 1940, dat de preventieve hechtenis van de 39-jarige Hans Retzlaff uit Stettin gelast omdat deze "als een onverbeterlijke homoseksueel verwerpelijke avances gemaakt heeft in de richting van een lid van de marine op verlof, waarmee hij te kennen geeft dat hij zich kennelijk niet wenst te houden aan de orders die zijn uitgevaardigd ter bescherming van de volksgezondheid en de Duitse jeugd."

Homoseksueel geslachtsverkeer was in Duitsland sinds 1871 verboden onder de bepalingen van paragraaf 175, maar vanaf het moment dat Adolf Hitler en diens NSDAP in 1934 de facto de absolute macht verwierven nam het aantal arrestaties van homoseksuele mannen toe van 157 in 1918 tot 8562 in 1937.

Context[bewerken]

In de tweede helft van de 19e eeuw was onder leiding van de Duitse seksuoloog Magnus Hirschfeld een eerste beweging ontstaan die probeerde de positie van seksuele minderheden te verbeteren. Dit was het begin van de homo-emancipatie. Tevens ontwikkelde zich in enkele grote steden, met name Berlijn, een levendige homo-gemeenschap. Zo telde Berlijn in de jaren twintig meer dan 100 cafés, bars en clubs voor homoseksuelen.[1] In 1925 onthulde een Duits dagblad zelfs dat de chef van de Sturmabteilung (SA), Ernst Röhm, een homoseksueel was.

Met de opkomst van Hitlers Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) werd homoseksualiteit steeds sterker afgekeurd. De nationaalsocialisten geloofden dat de Ariërs de übermenschen waren, en dat hun ras zich zo snel mogelijk moest verspreiden. Om die reden werd niet-reproductieve seks, met name sodomie en masturbatie, verboden.

Vervolging in Duitsland[bewerken]

Nadat in januari 1933 de Nationaal-socialisten aan de macht waren gekomen, beval Hermann Göring op 23 februari 1933 alle uitgaansgelegenheden te sluiten die "ter bevordering van onzedelijkheid misbruikt werden", in het bijzonder diegene die als ontmoetingsplaatsen dienden voor "die kringen die de tegennatuurlijke ontucht aanhangen". Slechts een handvol zaken werd niet gesloten en deze moesten dienen om een grotere greep op de homoscene te kunnen houden.[2]

In 1934 werd een speciale afdeling van de Gestapo opgericht die zich bezighield met het opsporen van homo's. Twee jaar later volgde op bevel van Heinrich Himmler een voor het ministerie werkend instituut op "ter bestrijding van homoseksualiteit en abortus". Uiteindelijk werden circa 100.000 mannen opgepakt op verdenking van ontucht en het "corrumperen van het publiek moraal". Na arrestatie werden veel homoseksuelen mishandeld door de politie.

Aanvankelijk viel de homoseksuele mannen niet hetzelfde lot ten deel als de Joden en zigeuners: ze werden beschouwd als leden van het arische ras. Alleen zij die weigerden zich te conformeren aan sociale en seksuele normen werden naar concentratiekampen gestuurd en daar ter herkenning voorzien van de roze driehoek. Daarnaast waren nog honderden mannen gevangengezet, gecastreerd of gedwongen opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen.

Pierre Seel, een Fransman die het concentratiekamp in Schirmeck-Vorbruck overleefde, schreef in zijn memoires dat vingernagels werden uitgetrokken en dat sommigen werden verkracht met kapotte linialen. In de kampen zelf was de situatie niet veel beter. Nationaalsocialistische artsen als Carl Vaernet gebruikten de mannen als proefkonijnen om te proberen het gen te vinden dat hun homoseksualiteit veroorzaakte. Officiële documenten tonen aan dat tussen de 5.000 en 15.000 homoseksuelen werden opgesloten in de concentratiekampen.[3] Het exacte aantal doden is niet bekend, maar vermoed wordt dat circa 60% van hen om het leven kwam.[4]

Vervolging in bezet Nederland[bewerken]

Nadat Nederland door de Duitsers bezet was, voerden dezen op 3 augustus 1940 de "Verordening tot bestrijding van tegennatuurlijke ontucht" (Vo 81/40)[5] in. Daardoor werden voortaan ook homoseksuele handelingen tussen volwassenen strafbaar, met een maximale gevangenisstraf van 4 jaar. Voordien was in Nederland, op basis van artikel 248-bis, alleen homoseksueel contact tussen volwassenen en minderjarigen onder de 21 jaar strafbaar.

Omdat deze nieuwe regeling het oude art. 248-bis overlapte, halveerde het aantal veroordelen op basis van dat artikel van ongeveer 40 naar 20 per jaar. Op basis van Vo 81/40 werden in de eerste drie bezettingsjaren eveneens ruim 20 veroordelingen per jaar uitgesproken. Voor de laatste twee oorlogsjaren is niets gedocumenteerd. Daarnaast zijn minimaal 43 zaken tegen Nederlanders door Duitse rechtbanken behandeld.[6]

In totaal zullen dan minstens 160 Nederlandse mannen wegens homoseksuele handelingen door de Duitsers veroordeeld zijn. In de meeste gevallen kregen zij een gevangenisstraf, slechts een enkeling werd direct terechtgesteld, zoals Sjoerd Bakker, of belandde in een concentratiekamp.[7] Daarnaast zijn er nog wel homoseksuelen geweest die in een kamp terechtkwamen, maar dan omdat zij Joods waren of in het verzet zaten, zoals de homoseksuele verzetsstrijder Willem Arondeus.

De enige Nederlander die na de oorlog werd erkend als oorlogsslachtoffer vanwege vervolging om zijn homoseksuele geaardheid was de Groninger Tiemon Hofman (1925-1997).[8]

Nasleep[bewerken]

Onderzoek uitgevoerd na de Tweede Wereldoorlog wees uit dat homoseksuelen na de Joden de meeste kans liepen in een concentratiekamp te overlijden. 60% van alle gedeporteerde homo's overleefde de oorlog niet, ten opzichte van 41% van de gewetensgevangenen en 35% van de Jehova's getuigen.

Ter herinnering aan de deportatie van homoseksuelen door de nazi's zijn er in diverse voormalige concentratiekampen herdenkingsplaquettes geplaatst, vaak in de vorm van een roze driehoek. Die vorm heeft ook het Homomonument dat in 1987 in Amsterdam in gebruik werd genomen als het wereldwijd eerste vrijstaande monument in de openbare ruimte. Later werden ook homomonumenten opgericht in steden als Keulen, Frankfurt, Bologna, Montevideo, San Francisco, Sitges, Barcelona en Berlijn.

De Duitse overheid bood in 2002 officieel haar verontschuldigingen aan voor de vervolgingen. Het Europees Parlement herdacht de Holocaust in 2005 met een minuut stilte en het aannemen van een resolutie:

"Het doodskamp in Auschwitz-Birkenau, waar honderdduizenden Joden, Roma, homoseksuelen, Polen en andere gevangenen van diverse nationaliteiten werden vermoord, is niet enkel een belangrijke gebeurtenis voor de inwoners van Europa om te gedenken en de afschuw en tragedie van de Holocaust te veroordelen, maar ook om de onheilspellende toename van antisemitisme aan de orde te stellen, met name antisemitische incidenten in Europa, en om opnieuw te gedenken wat de gevaren zijn van vervolgingen op basis van ras, etniciteit, geloof, politiek of seksuele geaardheid.[9]"

Rechtsherstel in Nederland[bewerken]

In Nederland besloot de regering bij kabinetsbesluit van 8 februari 2001 om in het kader van naoorlogs rechtsherstel alsnog een bedrag van 3,5 miljoen gulden (tegenwoordig 1.588.231 Euro) beschikbaar te stellen om onder meer leemtes in de geschiedschrijving rondom homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in te vullen. Op advies van een onafhankelijke commissie werd besloten om dit bedrag als volgt te verdelen:[10]

  • Onderzoek naar de effecten van vervolging op grond van Verordening 81/40 en artikel 248 Wetboek van Strafrecht: maximaal 200.000 Euro
  • Boek over homoseksuelen en lesbiennes in het verzet: maximaal 34.000 Euro
  • Biografie over COC-voorzitter Benno Premsela: maximaal 110.000 Euro
  • Biografie over NWHK-oprichter Jacob Schorer: maximaal 48.000 Euro
  • Overzichtsboek vervolging homoseksuelen in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog: maximaal 46.000 Euro
  • Onderzoek naar (gedwongen) castraties: maximaal 120.000 Euro
  • Onderzoek naar de beeldvorming over homoseksualiteit in de Tweede Wereldoorlog en daarna: maximaal 200.000 Euro
  • Boek over het homomonument in Amsterdam: maximaal 40.000 Euro
  • Fysieke en virtuele reconstructie van de Schorerbibliotheek: maximaal 128.000 Euro
  • Huisvesting documentatie- en informatiecentrum IHLIA: reservering van maximaal 662.231 Euro

Los hiervan was in 2006 en 2007 in achtereenvolgens Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het Verzetsmuseum Amsterdam, het Verzetsmuseum Leeuwarden en Nationaal Monument Kamp Vught de tentoonstelling "Wie kan ik nog vertrouwen" te zien, over het leven en de vervolging van homoseksuelen in nazi-Duitsland en bezet Nederland.[11]

Literatuur[bewerken]

  • Pieter Koenders, Homoseksualiteit in bezet Nederland. Verzwegen hoofdstuk, Amsterdam, SUA, 1984.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. NYTimes.com - Gayer than Gay Paris
  2. Zie de Duitse Wikipedia-pagina over het Eldorado in Berlijn
  3. United States Holocaust Memorial Museum - Nazi Persecution of Homosexuals 1933-1945
  4. Rüdiger Lautmann, The pink triangle - homosexuals as "enemies of the state
  5. Delpher.nl: Verordeningsblad voor het bezette Nederlandse gebied
  6. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 95 e.v.
  7. Zie: Marian van der Klein en Theo van der Meer, "Gevangen in slachtofferschap. Homoseksualiteit en de Tweede Wereldoorlog", in De Gids 170 (2007) 1, 73-84.
  8. BevrijdingIntercultureel.nl: Tiemon Hofman
  9. Europese Unie
  10. IHLIA.nl: Rechtsherstel homoseksuelen 2e wereldoorlog
  11. Zie de website van de tentoonstelling onder www.vertrouwen.nu