Übermensch
Het begrip Übermensch is het bekendst geworden door Friedrich Nietzsche.
[bewerken] Herkomst
De term was toen echter niet nieuw. Voor het eerst duikt deze op in de strijd die door en om de Hervorming ontstond, ironisch gebruikt door de aanhangers van Luther. Vandaar springt de term over naar theologische geschriften uit de zeventiende en achttiende eeuw, en ook bij Herder treft men deze meermalen aan, terwijl Goethe de term gebruikt in zijn Ur-faust.
[bewerken] Nietzsche
Nietzsche pleitte voor meer individualisme in plaats van kuddegeest. De übermensch is diegene die zichzelf durft los te maken van het systeem en op zichzelf steunt. Daarbij meende Nietzsche dat de mens van nu slechts een schakel is, een ontwikkelingsfase tussen een dier en de übermensch die we eigenlijk bedoeld zijn te worden: een boven alle irrationaliteit staand groots wezen. In zijn boek "Also sprach Zarathustra" schrijft Nietzsche: "de übermensch staat tot de mens als deze tot de aap" en "de mens is een koord gespannen tussen de übermensch en het dier". Men zou daarop de conclusie kunnen trekken dat Nietzsche bedoelde dat in de mens van nu de spanning tussen het "dierlijke" en "bovenmenselijke" voelbaar is.
[bewerken] Nationaalsocialisme
Wanneer het nationaalsocialisme echter gebruik maakt van deze term, wordt de term übermensch via het sociaal darwinisme aan het begrip ras gekoppeld. Dit had weinig te maken met Nietzsche's oorspronkelijke interpretatie. Ook ontwikkelden de nazi's (van wie sommigen overigens zonder enige blijk van diepere inzichten dweepten met Nietzsche) het begrip untermensch, als tegenhanger van de übermensch: daarmee riepen ze een begrippenpaar in het leven dat bij Nietzsche niet voorkomt.