Homocultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Straatfeest bij de homocafés langs de Amstel, ter gelegenheid van Koninginnedag op 30 april 2012
Gay Pride Parade in London op 2 juli 2011

Homocultuur is een subcultuur van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transseksuelen die een referentiekader delen van gemeenschappelijke opvattingen, gedragscodes en symbolen en die in de samenleving tot uiting komt in de politiek, kunst, literatuur, media, ontmoetingsplaatsen en evenementen.

Omdat homoseksualiteit eeuwenlang verboden was, ontstonden pas vanaf de 18e eeuw eerste vormen van een homocultuur. Aanvankelijk was dit nog ondergronds en verborgen, maar met de opkomende homo-emancipatie tegen het einde van de 19e eeuw ontstonden geleidelijk aan steeds meer voorzieningen voor homoseksuelen.

Vanaf de jaren 70 werd homo's ook publiekelijk zichtbaar, met name door de Gay Pride Parades in vele steden wereldwijd en het in de media optreden van openlijk homoseksuele personen en dragqueens.

Inleiding[bewerken]

Participatie binnen de homocultuur is een van de manieren om uiting te geven aan een persoonlijke seksuele identiteit. Niet alle leden van seksuele minderheidsgroeperingen participeren echter binnen de homoseksuele subcultuur of zijn zich überhaupt van het bestaan ervan bewust. Naast onwetendheid kan ook geografische afstand tot de subcultuur een rol in non-participatie spelen. Andere redenen om zich er niet mee in te laten is vrees voor een maatschappelijk stigma, afkeer van of het oneens zijn met de heersende opvattingen of participatie in een andere subcultuur.

Afhankelijk van de mate van acceptatie van homoseksualiteit in de omringende samenleving is homocultuur al dan niet te categoriseren als tegencultuur. Het referentiekader van een tegencultuur vormt zo’n radicale breuk met het referentiekader van de dominerende cultuur dat zij daarmee in conflict komt. In samenlevingen waar homoseksualiteit een taboe is en strafbaar, vormt de homocultuur een tegencultuur. De Amerikaanse en Europese homocultuur onderscheidt zich in dat opzicht nadrukkelijk van de homocultuur in veel niet-westerse landen. Niettemin was ook in Westerse maatschappijen homoseksueel gedrag tot voor kort verboden en dateren veel voorzieningen en codes uit de tijd dat de homobeweging nog ‘ondergronds’ was.

Het idee van een homocultuur is echter niet onomstreden. Sommige critici menen dat er te weinig homoseksuelen in participeren om als betekenisvol te kunnen worden beschouwd. Anderen vinden daarentegen dat het bestaan van een homocultuur niet te ontkennen is en de basis vormt van een homogemeenschap met gedeelde geschiedenis, normen en waarden.

Een andere kanttekening kan worden geplaatst bij de uniformiteit die door het begrip wordt gesuggereerd, terwijl de samenstellende delen van de gemeenschap de neiging hebben om elkaar uit te sluiten. Er bestaan bijvoorbeeld vooroordelen van homo’s en lesbiennes ten aanzien van biseksuelen en velen van hen moeten niets hebben van transseksuelen of van "verwijfde" homomannen. Zelfs in de fracties onderling heerst haat en nijd: leerfetisjisten en pedofielen geven de homogemeenschap volgens sommigen een slechte naam en onder de lesbiennes wordt veelbetekenend onderscheid gemaakt tussen butch en femme. Toch wordt over het algemeen aangenomen dat alle seksuele minderheidsgroeperingen voldoende overeenkomsten hebben met elkaar en verschillen met de heteroseksuele bevolkingsgroep, om van een gezamenlijke cultuur te kunnen spreken.

Elementen van de homocultuur[bewerken]

Volgens de heersende consensus bestaat de (Westerse) homocultuur uit een aantal, uiteenlopende elementen:

  • Een breed netwerk van voorzieningen en belangenverenigingen
  • Gedeelde kennis van de geschiedenis van de homo-emancipatie
  • Symbolen
  • Het werk van bekende homoseksuelen op politiek en artistiek vlak
  • Homo-erotische cultuuruitingen
  • (Ironische) omarming van zaken die stereotyperend met homoseksualiteit worden verbonden

Voorzieningen[bewerken]

Onder het uitgebreide netwerk van voorzieningen voor homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen kunnen uitgaansgelegenheden, hulpverleningsorganisaties, belangenorganisaties, media en homo-ontmoetingsplaatsen worden gerekend. Dit netwerk is in de loop der tijd ontstaan uit het gevoel dat de doorsnee voorzieningen niet voldoende toegankelijk waren voor homoseksuelen of niet in hun behoeften voorzagen. In Nederland is de totstandkoming van dit netwerk redelijk gemakkelijk verlopen, omdat men door de verzuiling al gewend was aan het idee van groepsspecifieke verenigingen en instellingen. Hier maken leden van de subcultuur doorgaans selectief gebruik van deze voorzieningen. In Amerika, waar coming out veel meer een afscheid van een heteroseksuele levensstijl betekent, wordt meestal intensiever van dit netwerk gebruikgemaakt en is het bovendien meer gesegregeerd.

Het voorzieningenaanbod vormt de kern van de homocultuur, omdat het ontmoetingsplaatsen en communicatiemogelijkheden creëert waardoor de normen en waarden van de gemeenschap kunnen worden overgedragen. Uit het belang van deze voorzieningen volgt dat de homocultuur in hoofdzaak een (groot)stedelijke subcultuur is, omdat alleen daar een fijnmazig netwerk kan ontstaan en (commercieel) overleven. Sommige steden staan speciaal om hun grote voorzieningenaanbod en tolerantie jegens homoseksuelen bekend, zoals San Francisco, Antwerpen, Berlijn, Amsterdam, Barcelona, Rio de Janeiro, Tel Aviv en Sydney. Amsterdam gold om die reden enkele decennia lang als homohoofdstad van Europa.

Vanaf eind jaren negentig ontstaat voor homo's ook de mogelijkheid tot het leggen van contacten via internet. Daartoe bestaan uiteenlopende websites met nieuws, informatie, profielen, fora en/of contactadvertenties. Via internationale websites wordt ook het leggen van contacten met homo's in het buitenland gemakkelijker. Met het toenemende gebruik van smartphones zijn er sinds 2009 ook apps speciaal voor homoseksuelen.

De opkomst van deze ontmoetingsmogelijkheden via internet wordt ook vaak gezien als een belangrijke oorzaak voor het teruglopende bezoek aan de homohoreca. Nadat in 2010 al de bekendste homozaken in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat gesloten werden, gingen twee jaar later opnieuw acht homobars dicht.[1] Eind 2013 moesten vervolgens ook enkele bekende homo-uitgaansgelegenheden elders in Nederland hun deuren sluiten: de cafés ‘t Piggenhuys in Breda en De Popcorn in Tilburg, alsmede de discotheken De Golden Arm in Groningen en Gay Palace in Rotterdam.[2]

Voorzieningen in Nederland[bewerken]

De belangrijkste en bekendste voorzieningen voor homoseksuele mannen en vrouwen in Nederland zijn:

Voorzieningen in België[bewerken]

De belangrijkste en bekendste voorzieningen voor homoseksuele mannen en vrouwen in België zijn:

Internationale voorzieningen[bewerken]

De belangrijkste en bekendste internationale voorzieningen voor homoseksuele mannen en vrouwen zijn:

Roze Evenementen[bewerken]

Wereldwijd vinden talrijke "roze" evenementen plaats. Naar het voorbeeld van de eerste Gay Pride-parade in 1970 in New York, vinden ook in vele andere landen jaarlijks demonstratieve en/of feestelijke Gay Pride Parades plaats, meestal eind juni. Een meer emancipatoir doel hebben de Internationale Dag tegen Homofobie op 17 mei, de nationale Coming-Outdag op 11 oktober en Paarse Vrijdag, die in een reeks van landen gehouden worden. Daarnaast zijn er zeer uiteenlopende homogerelateerde evenementen op het gebied van cultuur, sport of gewoon in de vorm van een (meerdaags) feest.

Naar het voorbeeld van de Olympische Spelen zijn er ook enkele grote homo-sportevenementen, die hoofdzakelijk voor ontmoeting en ontspanning dienen. Zo worden in Europa sinds 1992 de EuroGames gehouden en wereldwijd de Gay Games (sinds 1982) en de World Outgames (sinds 2006).

De vijfde Gay Games vonden van 1 t/m 8 augustus 1998 in Amsterdam plaats.[3] De EuroGames 2005 werden van 16 tot 19 juni in Utrecht gehouden[4]en de EuroGames 2007 waren van 12 tot 15 juli van dat jaar in Antwerpen, waar in 2013 ook de derde editie van de World Outgames plaatsvond.

Evenementen in Nederland[bewerken]

Jaarlijks vindt eind juni in telkens een andere stad de Roze Zaterdag plaats. Dit is de Nederlandse versie van de oorspronkelijk demonstratieve Gay Pride Parades, zoals die ook elders in de wereld plaatsvinden.

Amsterdam: sinds 1996 vindt hier jaarlijks begin augustus de Amsterdam Gay Pride plaats. Rondom de botenparade op de grachten (Canal Parade) zijn er een week lang diverse straatfestivals, sport- en culturele activiteiten. Dit evenement trekt telkens enkele honderdduizenden bezoekers. Daarnaast vindt sinds 1996 in november ook de Amsterdam Leather Pride plaats, speciaal gericht op homo's met een leerfetisjisme.

Nijmegen: hier vindt in mei de Roze Mei Maand plaats, met op de laatste zaterdag in mei het Roze Mei Feest, voorheen de sinds 1987 georganiseerde Nijmeegse Potten en Flikkersdag (NPFD). Sinds 2002 vindt op de derde woensdag in juli de Roze Woensdag plaats. Dan komen de circa 40.000 lopers van de Nijmeegse Vierdaagse door een straat met veel homo-uitgaansgelegenheden en daar worden de bezoekers dan 's avonds op roze Vierdaagsefeesten onthaald.[5]

Eindhoven: in het eerste weekend van september vindt het Regenboogfestival plaats bij de Stratumsedijk, de homo-uitgaansstraat van Eindhoven (toekomstige organisatie hiervan is ongewis).

Utrecht: medio juni vindt hier gedurende 10 dagen het homoculturele festival Midzomergracht plaats, met onder andere het populaire MegaPann-feest voor homojongeren.

Tilburg: hier vindt sinds 1990 op de vierde maandag in juli tijdens Tilburgse Kermis de Roze Maandag plaats. Dit begon als een gimmick toen een redacteur van de GayKrant in 1990 via Teletekst homo's opriep om naar deze kermis te komen. Inmiddels is deze dag uitgegroeid tot een succesvolle integratiebijeenkomst van homo's en hetero's. Roze Maandag wordt abusievelijk ook wel de Roze Kermis in Tilburg genoemd.[6]

Den Haag: sinds 2010 vindt hier in september The Hague Pride plaats, als een permanent vervolg op de succesvolle Roze Zaterdag, die in 2009 in Den Haag gehouden werd.[7]

Alkmaar: Sinds 2010 wordt hier in mei de Roze Week Alkmaar gehouden, met onder meer een kleine botenparade door de grachten.[8]

Groningen: In deze stad vindt vermoedelijk sinds de Roze Zaterdag van 2011 in oktober een Regenboogweek plaats met uiteenlopende activiteiten voor en door LGBT-mensen.[9]

Evenementen in België[bewerken]

Brussel: sinds 1996 vindt hier jaarlijks in mei The Belgian Pride plaats, die ook nog wel bekendstaat onder de oude naam Roze Zaterdag. Dit is de Belgische versie van de oorspronkelijk demonstratieve Gay Pride Parade zoals die ook elders in de wereld plaatsvinden.

Antwerpen: sinds 2008 vindt hier jaarlijks eind juni het holebi-evenement Antwerp Pride plaats. Dit evenement omvat een week lang tal van activiteiten voor holebi's. Doel is Antwerpen te promoten als gay(friendly) stad. De Antwerp Pride trok telkens meer dan 50.000 bezoekers.[10] Daarnaast vindt sinds 2010 in januari ook Leatherpride Belgium plaats, die gericht is op homo's met een leerfetisjisme. Tijdens de jaarlijkse kermis Sinksenfoor is er speciaal voor en door holebi's de Pink Friday.

Gent: jaarlijks vindt hier in de herfst L-day plaats, de lesbiennedag georganiseerd door Folia vzw in samenwerking met Çavaria. Voorafgaand aan L-day is er de L-week.[11]

Naast deze evenementen zijn er in Brussel, Vlaanderen en/of Wallonië ook andere themadagen en themaweken die ermee vergelijkbaar zijn dan wel een homo-specifiek karakter hebben.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de artikelen Homoseksualiteit en Homo-emancipatie over dit onderwerp

De eerste tekenen van een specifieke subcultuur van homoseksuelen zijn rond 1700 te vinden in de grote steden van West-Europa, zoals bijvoorbeeld Parijs en Londen, en in Nederland in Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Deze subcultuur ontstond binnen netwerken van mannen die homoseksuele contacten zochten en hadden met andere mannen, waarbij meestal sprake was van een standsverschil of van homoseksuele prostitutie. Deze praktijk viel bijzonder sterke publieke verachting ten deel. Het beschrijven van homoseksuele handelingen werd vermeden; vaak werd de aanduiding crimen nefandum gebruikt, Latijn voor 'de misdaad waarover niet gesproken mag worden'. Degenen die homoseksuele handelingen pleegden werden geïdentificeerd met het Bijbelverhaal van Sodom en Gomorra, en daarom werden ze sodomieten genoemd, een internationaal gehanteerde term. Het woord 'homoseksualiteit' raakte pas in gebruik rond 1900.

Van het idee dat er een homoseksuele geaardheid of identiteit bestond was in het begin van de achttiende eeuw nog geen sprake. Binnen de meer uitgebreide en hechte netwerken in steden konden homoseksuele mannen geleidelijk aan, diep verborgen een eigen identiteit ontwikkelen. Deze bestond dan uit eigen gebruiken, een eigen jargon of geheimtaal en bepaalde ontmoetingsplaatsen zoals kerken, openbare gemakken, bij stadsmuren, in parkjes of op andere stille plekjes waar mannen konden cruisen.[12] In de praktijk bleef deze situatie bestaan tot diep in de 20e eeuw.

Homo-erotische foto uit de omgeving van Taormina, gemaakt in 1895 door Wilhelm von Gloeden

Als gevolg van de Verlichting werd de strafbaarheid van homoseksuele handelingen door de Franse Revolutie in 1791 afgeschaft en dit werd bevestigd in het nieuwe Franse wetboek van strafrecht, de Code Pénal van 1811. Deze Franse wetgeving werd vervolgens overgenomen in landen als Nederland, België, Luxemburg, Beieren, Italië, Spanje en Portugal. De eerste niet-Europese landen die homoseksueel gedrag legaliseerden waren Brazilië in 1830 en het Ottomaanse rijk in 1858.

Dit leidde ertoe dat mannen die het zich konden veroorloven, voor homoseksuele contacten naar Zuid-Europa gingen en Napels, Capri en later Taormina in Italië, het Franse deel van de Noord-Afrikaanse kust en Istanboel al in de 19e eeuw homobestemmingen werden.[13] Deze plaatsen trokken dan ook meer of minder homoseksuele schrijvers en andere kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Maurits Wagenvoort, Louis Couperus, Oscar Wilde, Thomas Mann en Wilhelm von Gloeden. Tevens ontstond hierdoor in Noordwest-Europese landen een impuls om eveneens voor de afschaffing van strafbaarheid te strijden - het begin van de homo-emancipatie.

Identiteit[bewerken]

Brief van Karl Maria Kertbeny uit 1869 met daarin de allereerste vermelding van het woord homosexual

Ondertussen waren in de loop van de 19e eeuw diverse benamingen bedacht om de vroegere sodomieten op een meer neutrale en wetenschappelijke manier aan te duiden. Zo sprak de Duitse jurist Karl Heinrich Ulrichs vanaf 1864 van uranisme om seks tussen mensen van gelijk geslacht aan te duiden, waarbij hij de mannen urningen en de vrouwen urninden noemde. 'Uraniërs' werden ook wel het 'derde geslacht' genoemd, een term die ook de Duitse arts Magnus Hirschfeld soms gebruikte, hoewel hij zelf van mening was dat alle mensen zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen hadden. De Hongaars-Oostenrijkse journalist Karl Maria Kertbeny bedacht vervolgens in 1869 de woorden homoseksualiteit en heteroseksualiteit.

Daarmee was de basis gelegd voor een eigen identiteit die, anders dan de louter op de seksuele handelingen gerichte sodomie, voortaan de hele persoonlijkheid van homoseksuelen omvatte. Dit kwam tevens tot uitdrukking in de Latijnse formulering waarmee Ulrichs homoseksualiteit probeerde te verklaren: anima muliebris virili corpore inclusa, letterlijk vertaald: een vrouwelijke geest in een mannelijk lichaam besloten. Dit sloot aan bij het feit dat veel homoseksuele mannen zich in die tijd vrouwelijk ("verwijfd") gedroegen, om zo als 'passieve' sekspartner voor 'actieve' heterojongens en -mannen te kunnen fungeren, de zogeheten nicht-tuleverhouding.

Uitgaansleven[bewerken]

De homo-uitgaansgelegenheid Eldorado aan de Motzstraße in Berlijn, waar ook de notabelen kwamen om de travestie-optredens te zien (foto uit 1932).

De nieuw geformuleerde eigen identiteit van homo's kwam tot uiting in het ontstaan van een gay scene met onder meer eigen uitgaansgelegenheden. Zo ontwikkelde zich in de tweede helft van de 19e eeuw in Berlijn een uitgebreid, maar nog ondergronds homoleven, vergelijkbaar met dat in de veel grotere steden Parijs en Londen. In de jaren twintig werd dit veel openlijker en telde Berlijn meer dan 100 cafés, bars en clubs voor homoseksuelen. Een van de populairste cruisingplekken was rond de Nollendorfplatz.[14]

Ook bestonden er verschillende verenigingen en tientallen tijdschriften voor homoseksuelen, waarbij de namen van Magnus Hirschfeld en Adolf Brand genoemd moeten worden. Hirschfeld was in 1897 de oprichter van de wereldwijd eerste homorechtenorganisatie, het Wissenschaftlich-humanitäre Komitee, en Brand van Der Eigene, dat in 1896 het allereerste homotijdschrift ter wereld was. Hirschfeld werkte in 1919 ook mee aan Anders als die Andern, een van de allereerste films met homoseksualiteit als thema. Voor lesbische vrouwen kwam er in 1924 het blad Die Freundin. Romans en poëzie over en voor homoseksuelen werden sinds het eind van de negentiende eeuw in steeds groter getale gepubliceerd.

Nadat in januari 1933 de nationaalsocialisten aan de macht waren gekomen, werden deze tijdschriften en de homo-organisaties verboden en beval Hermann Göring op 23 februari 1933 alle uitgaansgelegenheden te sluiten die "ter bevordering van onzedelijkheid misbruikt werden", in het bijzonder degene die als ontmoetingsplaatsen dienden voor "die kringen die de tegennatuurlijke ontucht aanhangen". Slechts een handvol zaken werd niet gesloten en deze moesten dienen om een grotere greep op de homoscene te kunnen houden.[15]

In Amsterdam waren er eind 19e eeuw al diverse bordelen, bier- en koffiehuizen waar homoseksuelen elkaar opzochten. De destijds bekendste homobar was The Empire aan de Nes, die al in 1911 als zodanig bekendstond. De Amsterdamse politie hield deze zaken echter goed in de gaten en wanneer er te veel "verwijfde" homomannen kwamen werden de vergunningen ingetrokken. Een bar waar een heel gemengd publiek van homoseksuele mannen en vrouwen, hoeren en zeelui kwam was het in 1927 geopende Café 't Mandje aan de Zeedijk.[16] Naast zulke specifieke kroegen gingen homo's ook wel op discrete wijze naar gewone grand cafés, zoals Café Américain in Amsterdam, of naar huiskamerbijeenkomsten van bekenden.

De vroegere ingang (geheel links) van het DOK aan het Singel in Amsterdam (foto uit 2011)

Nadat het Berlijnse homo-uitgaansleven door de nazi's grotendeels was weggevaagd, kwam in de jaren vijftig de doorbraak van Amsterdam als homohoofdstad van Europa. Er ontstonden in snel tempo steeds meer homo-bars en -dancings, met het DOK aan het Singel en sociëteit De Schakel van het COC aan de Korte Leidsedwarsstraat als internationale trekpleisters. Kenmerkend voor veel homobars werd een darkroom, waardoor homo's ook hun seksuele contacten steeds minder op straat en meer in de nieuwe uitgaansgelegenheden gingen zoeken. Ook de politie had voortaan liever dat homo's dat achter gesloten deuren deden, dan op straat, waar het problemen of aanstoot kon geven.[17]

Buiten de Randstad vormden lokale afdelingen van het COC vaak de eerste plaatsen waar homoseksuelen elkaar op niet-seksuele basis konden ontmoeten. Pas later kwamen er in vele steden aparte homocafés op commerciële basis, later ook gevolgd door enkele homodiscotheken en -sauna's. Begin 1982 waren er in Nederland in totaal 230 bars, cafés, dancings, sociëteiten en sauna's voor homoseksuelen. In de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven was 95% daarvan commercieel. In de rest van Nederland was dat 63% en bleven ideële organisaties als met name het COC een belangrijke rol vervullen.[18]

Radicalisering[bewerken]

Na de Stonewall-rellen van eind juni 1969 radicaliseerde de homo-emancipatiebeweging van een stroming die streefde naar acceptatie en assimilatie, naar een die desnoods via segregatie een eigen plekje onder de zon bevocht binnen de samenleving: integratie. Diverse radicale actiegroepen weigerden zich aan te passen aan normen die voor hetero-mannen verondersteld werden. Zij gingen de roze driehoek uit de nazitijd als geuzenteken dragen en in travestie de straat op om mensen te choqueren. Ook daagden zij politici uit om 'uit de kast' te komen en werden er homodemonstraties georganiseerd, zoals de jaarlijkse Roze Zaterdag, die het Nederlandse en Belgische equivalent van de Gay Pride Parades elders in de wereld werd.

Binnen de homobeweging betekende deze nieuwe koers het einde van de verwijfde nicht (het mietje) en de opkomst van een zelfverzekerde homoman die niet langer zichzelf verborgen hield en zich nu ook heel mannelijk ging gedragen en kleden. Dit werd met name zichtbaar in de zogeheten leercultuur. Bij de lesbiennes werd een sterke samenhang tussen deze zienswijze en de Tweede feministische golf gezien. De zelfbewuste pot werd geboren, in tuinbroek en met een jongenskop. De homoseksuele rolverdelingen van nicht-tule (bij homomannen) en butch-femme (bij lesbische vrouwen), waarin een heteroseksuele man-vrouwrelatie werd nagebootst, werden nu verworpen. Homoseksualiteit was in deze opvatting geen geaardheid of aanleg meer, maar een bewuste keuze voor een eigen identiteit.

Uit de kast komen, het uitkomen voor de eigen homoseksualiteit, werd beschouwd als hét moment waarop je de onderdrukkende hetero-normen van je af wierp waar je in je 'eerdere leven' onder had geleden en die je het zicht op jezelf had ontnomen. Baanbrekende coming-outs die tot het collectieve geheugen van de homogemeenschap behoren zijn die van onder andere Benno Premsela (1920-1997) en Albert Mol (1917-2004) in Nederland en internationaal die van de Amerikaanse comédienne Ellen DeGeneres (geb. 1958). Zij was een van de eersten in Hollywood die, in 1997, publiekelijk voor haar geaardheid uitkwam en bovendien op televisie een lesbisch personage speelde.

Symbolen[bewerken]

Internationaal gedeelde en bekende symbolen uit de homocultuur zijn de regenboogvlag, de roze driehoek en twee ineengehaakte mannelijkheids- of vrouwelijkheidstekens (seksesymbool). Deze symbolen worden vooral tijdens Gay Prides uitbundig uitgedragen, maar vormen ook in meer alledaagse situaties tekenen van herkenning.

Vanwege het ondergrondse karakter van het homoleven waren er aanvankelijk nog geen symbolen waarmee men naar buiten toe herkenbaar was. De in 1946 opgerichte Nederlandse homo-emancipatievereniging COC begon met een vignet met daarop een figuurtje genaamd Albrecht, dat stamde uit een boek dat oprichter Nico Engelschman had gelezen. Een speldje met deze Albrechtfiguur erop konden leden ter herkenning dragen.[19] In de jaren vijftig en zestig gebruikte het COC een liggend yin en yang-symbool op haar vlaggen en tijdschriften.[20]

Vanaf eind jaren zestig begonnen radicale homostudentengroepen een roze driehoek als geuzenteken te gebruiken, om daarmee aan de nazi-vervolging te herinneren en een bewuste confrontatie met heteroseksuelen teweeg te brengen. Dit werd vanuit Europa een internationaal gebruikt symbool van de strijd van homo's voor acceptatie en gelijke rechten. Daarnaast werd ook gebruikgemaakt van dubbele mars- en venussymbolen. De roze driehoek werd geleidelijk aan verdrongen door de in 1978 in de VS ontworpen regenboogvlag, die vanaf de jaren negentig ook in Europa in zwang kwam.

Naast deze symbolen die door de gehele LGBT-gemeenschap gebruikt worden, hebben sinds de jaren negentig verschillende subgroepen ook eigen vlaggen gekozen:

Tevens werd voor diverse aanverwante seksuele minderheden een eigen vlag ontworpen, maar deze worden nog niet heel vaak gebruikt:

Kunst en cultuur[bewerken]

Bekende homoseksuelen[bewerken]

Het werk van bekende homoseksuelen in de politiek, kunst of showbizz worden in de homogemeenschap met extra aandacht gevolgd, zeker wanneer zij hun homoseksualiteit niet onder stoelen of banken steken of hun geaardheid in hun werk centraal stellen. Sommige bekende homoseksuelen groeien uit tot rolmodellen voor de leden van de subcultuur.

Voorbeelden uit Nederland zijn: Jacques d'Ancona, Anna Blaman, Jos Brink, Paul Haenen, Gerard Joling, Leen Jongewaard, Johnny Jordaan, Paul de Leeuw, Robert Long, Albert Mol, Gerard Reve, Mathilde Santing, Ramses Shaffy, Wim Sonneveld en Frédérique Spigt.

Voorbeelden uit België zijn: Sarah Bettens, Sam De Bruyn, Will Ferdy, Wim De Vilder en Yasmine.

Cultuuruitingen met homothematiek[bewerken]

Ook in de massamedia en (vooral) de kunst is er speciale aandacht voor boeken, films en televisieseries met homoseksuele thematiek.

Tot de ‘canon’, als men daar in dit verband van mag spreken, behoren onder andere:

Stereotypen[bewerken]

Agnetha Immergeil
Travestie-artiest Agnetha Immergeil in 1994

Hoewel er binnen de homogemeenschap veel wordt afgegeven op de stereotyperende opvatting van de 'homoseksuele smaak', houdt de homocultuur ook met veel enthousiasme die stereotypen zelf in stand. Camp speelt een grote rol in de bejubeling van muziek van bijvoorbeeld ABBA, Willeke Alberti en de Zangeres zonder Naam. Ook de liefde voor disco en het Eurovisiesongfestival wordt breed uitgedragen. Ook de verheerlijking van filmsterren als Judy Garland, Marlene Dietrich, Katharine Hepburn, Mae West Marilyn Monroe en Liza Minnelli, zangeressen als Barbra Streisand, Bette Midler, Josephine Baker en Diana Ross en popsterren als Madonna, Cher, Kylie Minogue en Lady Gaga wordt stereotyperend met homoseksuele mannen in verband gebracht. Openlijk lesbische zangeressen als Melissa Etheridge en k.d. lang worden door veel lesbiennes op handen gedragen.

Tot de stereotypen van de homocultuur behoren ook de travestie-artiesten of dragqueens, die van oudsher optreden in homo-uitgaansgelegenheden en bij homo-evenementen. Bekende voorbeelden zijn Divine uit de VS en voor Nederland Vera Springveer, Hellun Zelluf, Agnetha Immergeil, Rose Murphy, Nicky Nicole, Dolly Bellefleur en Diva Mayday. In Amsterdam is cafe De Lellebel in de Utrechtsestraat speciaal gericht op travestie-artiesten. Op de Nederlandse televisie zond Veronica in 1996 en 1997 de Travestie Show uit, gepresenteerd door Robert ten Brink en met Nickie Nicole als juryvoorzitter. Een bekende talentenjachtshow voor travestieten op de Amerikaanse televisie is RuPaul's Drag Race. Een aparte plaats werd ingenomen door "levend kunstwerk" Fabiola.

Prijzen[bewerken]

In de loop der jaren zijn er vanuit verschillende homo-instellingen prijzen ingesteld voor mensen, groepen en organisaties die een bijdrage hebben geleverd aan de homo-emancipatie. Deze prijzen werden vaak verleend aan personen uit eigen kring, maar ook wel aan bekende heteroseksuelen die zich voor de homogemeenschap hebben ingezet. De bekendste prijzen zijn:

Literatuur[bewerken]

  • Thijs Bartels & Jos Versteegen (red.): Homo-encyclopedie van Nederland, Amsterdam, Anthos, 2005
  • Hans Hafkamp & Maurice van Lieshout: Pijlen van naamloze liefde. Pioniers van de homo-emancipatie, Amsterdam, SUA, 1988
  • Gert Hekma: Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd, Amsterdam, Meulenhoff, 2004

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Iris Kranenburg, "Zoek de homobar", in Het Parool, 14 december 2012, p. 8-9 en Reguliers.net: Opnieuw Amsterdamse homobars gesloten
  2. Zie voor Brabant: Brabantse gaycafés sluiten deuren, Rotterdam: Gay Palace Rotterdam dicht; personeel op straat en Groningen: Golden Arm gaat dicht
  3. Dossier Gay Games op de website van de NRC
  4. zie EuroGames 2005 in Utrecht (2005.eurogames.info)
  5. Roze Woensdag tijdens Vierdaagse in Nijmegen (www.rozewoensdag.nl)
  6. zie website Roze Maandag (www.rozemaandag.nl)
  7. www.thehaguepride.nl
  8. www.rozeweekalkmaar.nl
  9. www.regenboogweek.nl
  10. Vierde editie 'Antwerp Pride' morgen van start
  11. www.lesbiennedag.be
  12. Gert Hekma: Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd, Amsterdam, Meulenhoff, 2004, p. 31
  13. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 48.
  14. NYTimes.com - Gayer than Gay Paris
  15. Zie de Duitse Wikipedia-pagina over het Eldorado in Berlijn
  16. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 74-75; Gert Hekma, Gay Amsterdam: Last Vestige of the Sixties, p. 13; Gert Hekma, 'Verkeerde liefhebbers in negentiende-eeuws Amsterdam', in: Paul Verstraeten & Erik Marcus, Amsterdam in je kontzak, een homo-stadsgids, Amsterdam 1984, p. 21-30.
  17. Gert Hekma, "Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd", Amsterdam 2004, p. 103 e.v.
  18. Rob Tielman, "Homoseksualiteit in Nederland", Meppel 1982, p. 233-234.
  19. Thijs Bartels en Jos Versteegen, "Homo Encyclopedie van Nederland", Amsterdam 2005, p. 18.
  20. Bijvoorbeeld te zien in: Rob Tielman, "Homoseksualiteit in Nederland", Meppel 1982, p. 154 en 157.