Strottenhoofd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Larynx:
1. membrana thyreohyoidica
2. ligamentum thyreohyoidicum medianum
3. incisura laryngica
4. cartilago thyreoides (schildkraakbeen)
5. ligamentum cricothyreoidicum medianum
6. conus elasticus
7. cartilago cricoides (ringkraakbeen)
8. trachea (luchtpijp)
9. os hyoides (tongbeen)
10. ligamentum thyreohyoidicum laterale
11. cornu superius (bovenste hoorn) van schildkraakbeen
12. bovenste larynxzenuw en -arterie
13. linea obliqua (schuine lijn)
14. musculi cricothyreoidici
15. cornu inferius (onderste hoorn) van schildkraakbeen
16. cricothyreoïdverbinding

Het strottenhoofd,[1] kortweg strot of larynx[2] is het orgaan in de hals van mensen en andere zoogdieren dat betrokken is bij de ademhaling, bescherming van de luchtpijp en het maken van geluid. Het strottenhoofd bevindt zich in de hypofarynx, beneden op dat punt in de keel waar luchtweg en voedselweg gescheiden worden (orofarynx). In het strottenhoofd bevinden zich de ware stemplooien of ware stembanden.

Anatomie[bewerken]

Het strottenhoofd bestaat uit een aantal kraakbenen onderdelen die verbonden zijn met pezen en spieren. Het strottenhoofd is in de hals opgehangen aan het tongbeen (os hyoideum). De voorzijde van het strottenhoofd is in de hals zichtbaar als de adamsappel, bij mannen meer dan bij vrouwen.

Kraakbeen[bewerken]

De kraakbeenstukken van het strottenhoofd zijn:

Het cricoïd bevindt zich onder het schildkraakbeen, en verbindt het strottenhoofd met de luchtpijp (trachea). Het schildkraakbeen kan op het cricoïd in voor-achterwaartse richting kantelen door twee zijdelingse gewrichtjes. De epiglottis is een klep die passief het strottenhoofd kan afsluiten wanneer er wordt geslikt, waardoor er geen voedsel of vloeistof in de luchtpijp terecht kan komen. Het voedsel wordt vervolgens zijdelings van het strottenhoofd in de slokdarm geperst.

Stembanden[bewerken]

De ware stemplooien of stembanden zitten voorin aan het schildkraakbeen vast, ter hoogte van de adamsappel (pomum Adami). Ze verlopen in voor-achterwaartse richting naar de arytenoïden. Deze arytenoïden kunnen zijdelings verschuiven op het ringkraakbeen. Wanneer de arytenoïden in de middenpositie staan kan er stemgeluid worden gemaakt. Wanneer ze geheel naar buiten verschoven zijn, is de ademweg volledig vrij. In het strottenhoofd zijn naast de ware stemplooien ook valse stemplooien aanwezig. Deze liggen boven de ware stembanden en hebben dus met name een ondersteunende functie in het afsluiten van het strottenhoofd bij verslikken (aspiratie). De valse stembanden hebben zelf geen spieren die kunnen worden aangespannen om klanken te vormen. Ze dragen door hun ligging enigszins passief bij aan het vormen van klanken, echter zal dit onvoldoende zijn om een aandoening aan de ware stembanden volledig teniet te doen.

Zenuwen[bewerken]

Het strottenhoofd wordt aangestuurd door de aftakkingen van de nervus vagus (tiende hersenzenuw):

  • nervus laryngicus inferior (nervus recurrens)
  • nervus laryngicus superior

De nervus laryngicus inferior stuurt de spieren aan die verantwoordelijk zijn voor de vorming van klank in de ware stembanden.

De nervus laryngicus superior stuurt de spieren aan die verantwoordelijk zijn voor de kanteling van het schildkraakbeen.

Spieren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Schuurmans Stekhoven, W. (1932). Nolst Trénité’s nieuw verpleegsters zakwoordenboekje (9de druk). Amsterdam: J.M. Meulenhoff.
  2. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek