Luchtpijp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De longen bij de mens
1. luchtpijp (trachea)
2. rechter bronchus
3. linker bronchus
4. rechter long (pulmo dexter): bovenste (4a), middenste (4b) en onderste (4c) longlob
5. linker long (pulmo sinister): bovenste (5a) en onderste (5b) longlob
6. fissura obliqua
7. fissura horizontalis
8. arteria pulmonaria

De luchtpijp[1] of trachea[2] is een buisvormige verbinding tussen de stembanden in de larynx (het strottenhoofd) en de carina (de vertakking van de trachea in de rechter en linker hoofdbronchus). Door de luchtpijp stroomt lucht naar de bronchi en naar de longblaasjes in de longen, waar gasuitwisseling met de bloedcirculatie plaatsvindt.

Bij volwassenen is de trachea 10-11 cm. lang. De doorsnede van de trachea is D-vormig. Dit komt door C-vormige kraakbeenstructuren die de trachea open houden. De afstand tussen de ringen is ongeveer 0,5 cm. Bij een ziekte als tracheomalacie zijn deze kraakbeenringen slapper dan normaal of drukt een andere structuur zoals een bloedvat het kraakbeen van de luchtpijp naar binnen en klapt deze dicht tijdens (met name) het ademen, met benauwdheid als gevolg.

De trachea is bekleed met kleine haartjes (cilia) ter bescherming. Deze haartjes zijn zeer gevoelig. Als een voorwerp in de luchtpijp terecht komt, wordt direct een signaal naar de hersenen gestuurd, waarna de luchtpijp wordt gereinigd door hoesten.

Tracheïtis is een ontsteking van de luchtpijp.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek