Luchtpijp
1. luchtpijp (trachea)
2. rechter bronchus
3. linker bronchus
4. rechter long (pulmo dexter): bovenste (4a), middenste (4b) en onderste (4c) longlob
5. linker long (pulmo sinister): bovenste (5a) en onderste (5b) longlob
6. fissura obliqua
7. fissura horizontalis
8. arteria pulmonalis
De luchtpijp of trachea is een buisvormige verbinding tussen de stembanden in de larynx (het strottenhoofd) en de carina (de vertakking van de trachea in de rechter en linker hoofdbronchus). Via de luchtpijp stroomt lucht door de bronchi naar de longblaasjes in de longen, waar gasuitwisseling met de bloedcirculatie plaatsvindt.
Bij volwassenen is de trachea 10-11 cm. lang. De doorsnede van de trachea is D-vormig. Dit komt door C-vormige kraakbeenstructuren die de trachea open houden. De afstand tussen de ringen is ongeveer 0,5 cm. Bij een ziekte als tracheomalacie zijn deze kraakbeenringen slapper dan normaal of drukt een andere structuur zoals een bloedvat het kraakbeen van de luchtpijp naar binnen en klapt deze dicht tijdens (met name) het ademen, met benauwdheid als gevolg.
De trachea is bekleed met kleine haartjes (cilia) ter bescherming. Deze haartjes zijn zeer gevoelig. Als een voorwerp in de luchtpijp terecht komt, wordt direct een signaal naar de hersenen gestuurd, waarna de luchtpijp wordt gereinigd door hoesten.
Tracheïtis is een ontsteking van de luchtpijp.
| Luchtwegstelsel | |
|---|---|
|
Strottenhoofd (Larynx) · Strotklepje (Epiglottis) · Luchtpijp (Trachea) · Luchtpijpvertakkingen (Bronchi) · Bronchioli · Longblaasjes (Alveolen) · Longen |