Jean Piaget

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sculptuur van Jean Piaget in het "Park des Bastions" in Genève.

Jean Piaget (Neuchâtel, 9 augustus 1896 - Genève, 16 september 1980) was een Zwitsers psycholoog die de cognitieve psychologische ontwikkeling van kinderen bestudeerde.

Biografie[bewerken]

Piaget werd geboren in het Frans-sprekende Neuchâtel (Zwitserland). Op jonge leeftijd had hij al belangstelling voor de natuur en doorliep met succes het lyceum. In 1914 ging hij aan de universiteit van Neuchâtel biologie studeren, waarin hij vier jaar later promoveerde op een proefschrift over fossiele weekdieren.

Tijdens zijn studie kreeg hij grote interesse in de filosofie. Het onderdeel kennistheorie (waar komt kennis vandaan) boeide hem bovenmatig. Om zich daar verder in te verdiepen besloot hij de ontwikkeling van kennis bij kinderen te bestuderen. Hij dacht aanvankelijk daar een paar jaar voor nodig te hebben, maar het liet hem zijn verdere leven niet meer los.

Werk[bewerken]

Eén van zijn bijdrages in de psychologie is onder andere dat het potentieel om te leren en om bepaalde evenementen bewust te ervaren zich ontwikkelt met de leeftijd (= cognitieve ontwikkelingstheorie). Het eerste half jaar heeft een baby er bijvoorbeeld geen besef van dat zijn ouders nog blijven bestaan als ze de kamer uitgaan (=Kiekeboe) of dat een speeltje nog bestaat nadat hij het niet meer ziet. Pas na bepaalde schema's hierover gevormd te hebben ontstaat dan persoonspermanentie of objectpermanentie. En later duurt het ongeveer tot het vijfde levensjaar voor een kind begrijpt dat melk overgegoten van een smal, hoog glas in een breed, laag glas nog steeds dezelfde hoeveelheid bevat, ondanks andere proporties (= notie van conservatie).

O.a. de Duitse psycholoog Heinrich Roth deed onderzoek naar zijn werk.

Assimilatie, accommodatie en equilibratie[bewerken]

Piaget onderscheidde aldus drie mechanismen waarmee kennis vergaard wordt: assimilatie, accommodatie en equilibratie. Volgens Piaget bestaat kennis uit structuren (de termen schema's, schemata, systeem gebruikte hij ook wel eens). Een structuur kan een andere structuur assimileren; de assimilerende structuur neemt de geassimileerde structuur in zich op. Een voorbeeld hiervan is het interpreteren van een willekeurige kerktoren (de geassimileerde) door de structuur voor kerktorens (de assimilator). Accommodatie is de verandering van een structuur als gevolg van het assimileren; de kerktoren-structuur past zich ook aan aan de huidige kerktoren. Deze beide mechanismen dienen voor een gezonde ontwikkeling in een evenwicht te zijn, en daar zorgt equilibratie voor.

Als gevolg van assimilatie en accommodatie ontstaan er tijdens de ontwikkeling steeds complexere structuren. Piaget was ervan overtuigd dat fundamentele eigenschappen van kennis ervoor zorgen dat ontwikkeling zich in verschillende (meestal vier) niveaus manifesteert. Er bestaan volgens Piaget dan ook kwalitatieve verschillen tussen kinderen die zich in verschillende niveaus bevinden. Piaget wist vrij nauwkeurige leeftijdsgrenzen vast te stellen voor deze niveaus, al zijn andere wetenschappers er nog niet over uit of ze wel echt bestaan.

Stadiamodel[bewerken]

Piaget formuleerde vier verschillende stadia in de ontwikkeling van het kind. Hieronder een kort overzicht van de fases. Een 'normale' ontwikkeling bestaat niet. De leeftijden geven dan ook slechts een indicatie van wanneer bepaalde ontwikkelingen plaatsvinden.

  • Sensomotorische fase, 0-2 jaar:
    • Ontwikkeling van het functioneren op lichaamsniveau, tasten, voelen, proeven.
    • Ontwikkelen van de motoriek
    • Ontwikkelen van het geheugen
    • Objectpermanentie is ontwikkeld. Voor het kind blijven objecten bestaan die zich niet in zijn gezichtveld bevinden. Dit gebeurt rond de 8 tot 12 maanden
  • Preoperationele fase, 2-6 jaar:
    • Ontwikkeling van het spreken, het strottenhoofd daalt.
    • Verfijning van de motoriek.
    • Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een eigen persoon is.
    • Animisme. Levenloze objecten wordt een ziel toegekend.
  • Concreet operationele fase, 6-12 jaar:
    • Ontwikkeling tot het kunnen vergelijken van lengte en hoeveelheid
    • Ontwikkeling tot het kunnen ordenen, tellen en rekenen.
    • Ontwikkeling van het figuratieve denken
  • Formeel operationele fase, 12 jaar en ouder:
    • Ontwikkeling van het ruimtelijk denken
    • Ontwikkeling van het abstract denken
    • Leren logisch te denken en conclusies te trekken

Externe link[bewerken]