Lawrence Kohlberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lawrence Kohlberg (Bronxville, 25 oktober 192719 januari 1987 ) was een Amerikaanse psycholoog. Hij is bekend vanwege zijn stadiumtheorie over de morele ontwikkeling van kinderen, adolescenten en volwassenen (zie hierna). Kohlberg bouwde voort op het werk van Jean Piaget.

Biografie[bewerken]

Kohlberg is opgegroeid in een rijk gezin in New York (Bronxville). Hij heeft Phillips Academy bijgewoond. Daar kenden ze hem eerder als iemand die onheil zaait en stiekeme uitstapjes maakte naar meisjesscholen. Zijn wetenschappelijke theorieën kwamen op de achtergrond. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkte Kohlberg als ingenieur op een vrachtschip. In 1948 promoveerde hij aan de Universiteit van Chicago op een studie naar de ontwikkeling van het morele denken bij kinderen. In 1962 begon hij les te geven aan de Universiteit van Chicago. In 1968 werd hij hoogleraar onderwijskunde en sociale psychologie aan de Universiteit van Harvard. Daar ontmoette hij Carol Gilligan met wie hij een tijd samenwerkte. Zij leverde later grote kritiek op Kohlbergs model dat in haar ogen te veel uitging van de mannelijke moraal (rechtvaardigheid) en te weinig aandacht had voor vrouwelijke waarden (zorg).

Veel indruk op Kohlberg maakte zijn bezoek aan een Israëlische kibboets in 1969. Het inspireerde hem tot het oprichten van een op nieuwe leest geschoeide school, de Cluster School, waarin op vertrouwen gebaseerde relaties en democratie erg belangrijk waren.

In 1971 kreeg Kohlberg een tropische ziekte toen hij in Belize cross-cultureel onderzoek deed. Als gevolg daarvan had hij gedurende de 16 daarop volgende jaren last van depressie en fysieke pijn. Op 19 januari 1987 pleegde Kohlberg zelfmoord door zich te verdrinken in de haven van Boston, niet ver van het ziekenhuis waar hij in behandeling was. Hij was op dat moment 59 jaar oud.

Cognitieve stadiumtheorie over de morele ontwikkeling van kinderen[bewerken]

Kohlberg ontwikkelde, geïnspireerd door het genetisch structuralisme van Jean Piaget, een model voor de morele ontwikkeling van kinderen. Hij bekijkt de ethische groei van de kinderen. Gedurende de morele ontwikkeling doorloopt een mens verschillende stadia in een vaste volgorde. De eerste stadia die doorlopen worden betreffen de meest basale normen. De stadia worden steeds complexer en meeromvattend. Kohlberg verspreidde zijn theorie over 3 niveaus met telkens 2 fases. (totaal 6 fases)


0. Premoraliteit: Goed is wat plezierig is. (voorafgaand niveau)

Wat pijn doet, of angst veroorzaakt, is slecht. Een kind heeft in zijn eerste levensjaren nog geen ethisch besef. Ze kennen geen onderscheid tussen goed en slecht. Wat hen gelukkig maakt, is goed. Het kind gaat instinctief reageren en hier niet over nadenken.


1ste niveau: preconventioneel niveau

fase 1: straf vermijden

Men doet alles om straf te vermijden. Zo denkt het individu niet na over de inhoud maar enkel aan het doel. Een meisje wilt bijvoorbeeld DVD's stelen, maar ziet aan de uitgang een bewakingsagent. Ze bergt de DVD's weer op. Dit doet ze niet omdat ze beseft dat het 'slecht' is. Ze wil gewoon straf vermijden en zo ook niet in conflict komen met haar externe autoriteit (ouders). Het minimum wordt bereikt, iedereen is gelukkig maar het eigenlijke doel niet

fase 2: wederzijds voordeel zoeken/ weegschaalmodel hanteren

Je gaat in deze fase ook weer niet ethisch denken, je doet iets voor een ander omdat hij/zij dan iets moet terug doen. Eigenbelang staat in deze fase centraal. vb. Je wilt naar een fuif maar je moet babysitten op je kleine broertje. Je geeft je broertje pizza en film zodat jij weg kan gaan. Je doet dit enkel uit eigenbelang. Het eigenlijke doel/ essentie wordt weer niet bereikt, je gaat niet babysitten. Om dit te bereiken moet je onderhandelen.


2de niveau: conventioneel niveau

fase 3: Goed is wat de anderen goed vinden

Je geeft je identiteit op, maar de essentie wordt wel bereikt. Je kijkt eerst naar anderen voor je een besluit neemt en past je hier aan aan. Dit kan leiden tot negatieve gevolgen. vb. Een punker verandert uiterlijk en gedrag om een job te bemachtigen. Hij voelt zich niet goed in zijn vel maar anders zou hij niet voldoen aan de criteria. Het doel bereikt, hij bemachtigt de functie.

fase 4: De wetten en regels naleven

Het doel in deze fase is het optimaal functioneren in een samenleving. Hierbij is er nood aan regelgeving in de maatschappij. Deze regelgeving is gericht op het doel. Je leeft de wetten na op de letter en houdt geen rekening met de geest. Men gaat de wetten verstrengen en verinnerlijken. Je verliest het einddoel uit het oog, of er treden conflicten op met het einddoel. Indien je de wet uitvoert naar de letter heb je de mogelijkheid je te verschuilen achter de ander. Hierbij schuif je de schuld in iemand anders zijn schoenen. vb. Leerkracht zegt: " Het ligt niet aan mij, de directeur heeft deze regel opgelegd."


3de niveau: Postconventioneel niveau

fase 5: eigen waardepatroon ontwikkelen

Het is niet gelijk aan je zin doen, je stelt jezelf de vraag of je de wet altijd naar de letter moet naleven. Je hebt een oordelend vermogen, afspraken moeten gerespecteerd worden, maar dit kan veranderen naargelang de context. Je houdt rekening met de complexiteit van de situatie. vb. Om een berg te beklimmen, moet je over een grasveld, maar dit is echter pas gezaaid. De regel luidt dat er geen bottinnen op komen. Fase 4 zou geen bottinnen toelaten, maar fase 5 houdt rekening met de situatie. Je mag bottinnen aandoen maar dit wel enkel bij de bergen.

fase 6: Het als vanzelfsprekend hanteren van universele waarden/ iets is goed omdat het niet tegen de eigen principes ingaat.

Je persoonlijk geweten heeft de grootste doorslag. Wat slecht is zal ik afkeuren ook al heeft dit gevolgen. vb. Je werkt bij een verzekeringsmaatschappij. De burgers staken omdat het verzekeringssysteem de armsten van de bevolking niet voorzien van een sociaal vangnet. Je bent het hiermee eens dus je loopt mee in de staking ook al weet je dat deze actie consequenties heeft voor je carrière. Alles wat je doet staat in functie van de universele waarden. Je voelt je innerlijk gedwongen deze waarden te realiseren.

Voornaamste publicaties[bewerken]

  • The development of modes of moral thinking and choice in the years 10 to 16 (dissertation, 1958)
  • Stages in the development of moral thought and action (New York: Holt, Rinehart and Winston, 1969)
  • The philosophy of moral development: moral stages and the idea of justice deel 1 (San Francisco: Harper and Row, 1981)
  • The measurement of moral judgment 2 delen (Cambridge: Cambridge University Press, 1987) [met Anne Colby]

Referenties[bewerken]

Voor de eerste versie van dit artikel is gebruikgemaakt van de Engelstalige pagina over Kohlberg.