Dode taal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dode talen zijn in de taaltypologie talen die in tegenstelling tot levende talen in het dagelijks leven niet meer als voertaal worden gebruikt, met andere woorden talen die niemand meer beschouwt als zijn of haar moedertaal. Over de vraag of een taal echt dood is, bestaat dikwijls verschil van mening. Zo zou men bijvoorbeeld kunnen stellen dat het Latijn weliswaar geen moedertaalsprekers meer heeft, maar als voertaal volop voortleeft in de liturgie en/of in de talen die er rechtstreeks uit zijn voortgekomen, dat wil zeggen de moderne Romaanse talen. Het Latijn zou dan eerder als een historische dan als dan een dode taal moeten worden beschouwd. Hetzelfde geldt voor het Oudgrieks, waar het Nieuwgrieks rechtstreeks van afstamt.

Deze talen worden wel nog onderwezen in het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs, maar vaak ligt de nadruk daar op het vertalen van teksten die geschreven zijn in de dode taal, en niet zozeer op het kunnen spreken ervan. Bijvoorbeeld staat in België het kunnen vertalen van Nederlands naar Latijn niet meer in de eindtermen van een richting Latijn uit het middelbaar onderwijs.

Sommige dode talen zijn kunstmatig "gereanimeerd", bijvoorbeeld het in de 18e eeuw uitgestorven Cornisch. Ook het Hebreeuws is heel lang niet als voertaal in het dagelijks leven (wel in de liturgie) gebruikt, zodat het in die zin een dode taal was. Sinds de 19e eeuw is het Hebreeuws echter ook weer de moedertaal van een aantal overwegend joodse sprekers. In 1914 werd het Hebreeuws weer de taal van het joodse deel van Palestina. Dat was onder meer vrucht van het werk van Eliëzer Ben-Jehoeda, die onder meer een woordenboek had geproduceerd.[1], Dit is een van de zeldzame voorbeelden van een dode taal die weer tot leven is gewekt, ook al is het natuurlijk onmogelijk om de gesproken taal nog precies zo te laten zijn als duizenden jaren geleden.

Er bestaan desondanks onder taalkundigen twijfels of het echt mogelijk is een dode taal opnieuw tot leven te wekken. Vooral in gevallen waarin tussen de dood van de laatste spreker en de eerste "reanimatiepogingen" meerdere jaren of zelfs eeuwen liggen, is het onwaarschijnlijk dat de oorspronkelijke accenten, intonaties en idiomatische bijzonderheden dezelfde zijn als in de oude, uitgestorven taal, hetgeen hoogstwaarschijnlijk ook voor het Hebreeuws geldt. Het argument is dat hier in feite, op basis van oude bronnen, een nieuwe taal wordt gecreëerd. David Crystal beweert dat een taal uitsterft, zodra er nog één spreker overblijft; taal is immers een communicatieproces, en bestaat slechts in zoverre twee mensen ze gebruiken om met elkaar te communiceren. Een dode taal blijft in die zin dus voor altijd dood; mensen die zich een oude taal eigen maken, leren in feite in een vreemde taal met elkaar spreken, die nooit meer de oude taal als dusdanig kan zijn.

Voorbeelden van dode talen zijn:

Voor een overzicht van artikelen over dode talen, zie Categorie dode taal.

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • David Crystal (2000), Language Death. Cambridge: Cambridge University Press.
  1. Introduction to Hebrew, Moshe Greenberg, 1964; Prentice Hall, Londen.