Toegepaste taalkunde (wetenschap)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De toegepaste taalkunde (ook wel Interdisciplinaire, Antropologische of Fenomenologische Taalkunde genoemd) is binnen de algemene taalkunde een interdisciplinaire studie die zich bezighoudt met allerlei aan taal gerelateerde problemen in het echte leven, bijvoorbeeld op het gebied van taalbeleid. De toegepaste taalwetenschap vertoont daardoor niet alleen raakvlakken met andere deelgebieden van de taalkunde, maar ook met geheel andere disciplines zoals onderwijs, psychologie, antropologie en sociologie.

De toegepaste taalkunde heeft onder andere betrekking op tweetaligheid en meertaligheid, computergestuurde communicatie, conversatie-analyse, contrastieve taalkunde, taalbeoordeling, alfabetiseringsgraad, discoursanalyse, tweedetaalverwerving, lexicografie, taalbeheersing, taalplanning, pragmatiek, forensische linguïstiek en vertaling.

Geschiedenis[bewerken]

Het begin van de toegepaste taalkunde als aparte discipline wordt gesitueerd aan het eind van de jaren '40 van de 20e eeuw, met de eerste uitgave aan de Universiteit van Michigan van het blad "Language Learning: A Journal of Applied Linguistics".

De toegepaste taalkunde was vooral een reactie op een bepaalde stroming die de generatieve taalkunde was ingeslagen. Ze onderscheidde zich daarnaast van de theoretische taalkunde doordat er gefocust werd op specifiek taalgerelateerde problemen in de buitentalige werkelijkheid.

Onderverdeling[bewerken]

Toegepaste taalkunde bestaat onder andere uit de subdisciplines[1]:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In de Nederlandse Basisclassificatie (NBC) is de 17.40 Toegepaste taalwetenschap onderverdeeld in:
    17.41 Taaldidactiek
    17.42 Taalbeheersing
    17.43 Tweedetaalverwerving
    17.44 Patholinguistiek
    17.45 Vertaalwetenschap
    17.46 Mathematische linguistiek, computerlinguistiek

Externe link