Minderheidstaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Strikt genomen is een minderheidstaal elke taal die in een bepaald gebied door een minderheid van de bevolking wordt gesproken. Taalkundigen hanteren de term doorgaans voor talen die:

  • in de taalpolitiek van een zelfstandige politieke eenheid (vaak een staat) worden achtergesteld bij andere talen. Dat kunnen ook talen zijn die door het grootste deel van de bevolking worden beheerst, zoals het Luxemburgs in Luxemburg, of de Zwitsers-Duitse dialecten in Zwitserland.
  • of slechts door een deel - in de regel een numerieke minderheid - van de bevolking van een staat worden gebruikt.

De aanduiding 'minderheid' kan tot misverstand leiden omdat ze in het begrip minderheidstaal betrekking heeft op de 'taalmacht'. De getalsmatige meerderheid van de bevolking kan derhalve een minderheidstaal spreken zoals het geval was met de Vlamingen in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. Hoewel zij in Vlaanderen een grote numerieke meerderheid van minstens 90% en in België als geheel een dito kleine van ca. 60% vormden, spraken zij toch een minderheidstaal, ook in Vlaanderen. De maatschappellijke en juridische status van hun taal was namelijk 'minder' dan die van het Frans. Andersom was om dezelfde redenen in Vlaanderen lange tijd het Frans een meerderheidstaal, hoewel een numeriek zeer kleine minderheid deze taal sprak.

  • soms is een taal om symbolische redenen erkend als staats-standaardtaal, maar in de dagelijse praktijk een minderheidstaal. Het Iers (Gaelic) is hiervan een voorbeeld.

Daarbij wordt het begrip doorgaans stilzwijgend beperkt tot relatief kleine autochtone talen die al sinds mensenheugenis binnen een groter staats-taalgebied worden gesproken, zoals het Limburgs en Fries in Nederland, Vlaanderen en Duitsland, het Baskisch in Frankrijk en Spanje en het Reto-Romaans in Zwitserland en Italië.

Immigrantentalen zoals Turks en Chinees in Vlaanderen, Nederland en Duitsland worden of niet als minderheidstaal beschouwd, of van het label "taal van de allochtone minderheid" voorzien.

Europees handvest[bewerken]

In de definitie van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden wordt het begrip 'minderheidstaal' officieel beperkt tot die talen welke door de lidstaten van de Raad van Europa als zodanig worden erkend. Aan die erkenning zijn voor een staat bepaalde verplichtingen verbonden, die worden genoemd in hoofdstuk 3 van het bovengenoemde handvest. Er zijn verschillende niveaus van erkenning gerelateerd aan de verplichtingen die een staat op zich neemt om zich in te spannen voor het gebruik en behoud van een minderheidstaal. In Nederland heeft alleen de Friese taal de hoogste erkenning. Nedersaksisch, een verzamelnaam van Saksische dialecten, en Limburgs, een verzamelnaam voor dialecten uit Limburg, hebben een lagere staat van erkenning, zij worden beschouwd als streektalen binnen de Nederlandse grenzen, al worden ze door die grenzen niet begrensd want zij vormen een groter geheel met dialecten aan de andere kant, in Duitsland en België.

Er zijn geen taalkundig principiële redenen om 'talen' van 'dialecten' (streektalen) te onderscheiden. Wel sociale, juridische en politieke redenen. Het is een sofisme dat de ene taal, het ene dialect méér taal zou zijn dan het andere. De taalkunde kent een dergelijk onderscheid principieel niet. Het verschil taal-dialect is niet primair taalkundig maar juridisch. Al kan dan tussen de begrippen taal en dialect geen principieel taalkundig onderscheid gemaakt worden, om pragmatische redenen kan men dialecten met een functionerende standaardvariant wel 'taal' noemen. Dat onderscheidt dan niet de Friese dialecten maar wel het standaard-Fries als een taal. Het Fries heeft namelijk een standaardvariant en die is ook als officiële taal in gebruik. Dit standaard-Fries is in Friesland bestuurs-en onderwijstaal naast het Nederlands. Friezen zijn daarom en in dit opzicht ook de enige erkende autochtone taalminderheid in Nederland.

Zou de overheid het in tientallen zeer uiteenlopende variaties gesproken Nedersaksisch of Limburgs eveneens de hoogste erkenning geven zoals het Fries nu ten deel valt, dan zou zij zich verplichten om een bijzonder ingewikkeld beleid te gaan voeren met als inzet een waaier aan streektaalvarianten die alle in gelijke mate aan bod zouden moeten komen bij gebrek aan een standaardtaal die bijvoorbeeld zulke dialectvarianten zoals het Hogelandsters, Oldamtsters , Drents, Twents en het Achterhoeks in een Nedersaksische standaard, en het Genneps, Midden-Limburgs en Zuid-Limburgs en niet te vergeten het sterk afwijkende Kerkraads (Kirchroats) in een Limburgse standaard overkoepelt. België heeft uit vrees voor nog meer gevoelige taaldiscussies het handvest niet ondertekend. De Belgische lidstaatcommissie van het Europees Bureau voor Minderheidstalen beschouwt het Duits, het Luxemburgs en diverse Waalse variëteiten als minderheidstaal. In deze systematiek is het irrationeel om dan het Vlaams in al zijn varianten niet ook een minderheidstaal te noemen. Daar spreken dan weer taalpolitieke argumenten tegen omdat de zwaar bevochten Vlaamse taaleenheid in de Nederlandse standaardtaal wordt gewaarborgd en door een waaier aan erkende dialectvarianten weer zou worden ondergraven. In historisch perspectief was en is het soms nog steeds de Franstalige Belgische elite die de standaardstatus van het Nederlands ontkent en bestrijdt door wel de vele Vlaamse (en Waalse) dialecten te erkennen, maar dat onder de overkoepelig van de éne nationale standaardtaal: het Frans.

Erkenning[bewerken]

Erkenning van een variëteit als minderheidstaal door een staat, houdt niet automatisch in dat die variëteit ook in andere staten waarin zij wordt gebezigd, een dergelijke status krijgt. Zo geldt de Romataal Romani in onder andere Duitsland en Nederland als minderheidstaal, maar in België niet. In een groot aantal landen (bijvoorbeeld België en Denemarken) is het Duits minderheidstaal, maar in Duitsland uiteraard niet. Frankrijk heeft een andere stem in het Europese koor van taalminderheden. Het is sinds de stichting van de Franse republiek een egalitaire staatsdoctrine dat er in Frankrijk geen minderheden kunnen leven maar alleen Franse staatsburgers (afgezien van buitenlanders), en dat hun enige officiële taal het Frans zal zijn. Dat maakt andere talen die Franse staatsburgers in bepaalde regio's spreken tot een privé aangelegenheid. Mede daardoor is recentelijk het Duitse dialect van de [Elzas]] en van Lotharingen grotendees verdween en het sinds de vroege Middeleeuwen gebezigde Occitaans een ernstig bedreigde taal geworden. Ook het Catalaans wordt erkenning in de Franse Roussillon onthouden, terwijl het in Spanje een erkende status heeft, en in de regio Catalonië zelfs boven het Spaans geplaatst wordt.

Lijst van Europees Bureau[bewerken]

Een belangrijke taak op het stuk van voorlichting over de minderheidstalen binnen de Europese Unie berust bij het Europees Bureau voor Minderheidstalen. Deze organisatie hanteert een ruimere definitie van minderheidstaal dan het Europees handvest. De volgende lijst is een uitbreiding van de lijst van minderheidstalen van de Europese Unie uit 1994:

  1. Albanees in Griekenland en Italië
  2. Aragonees in Spanje
  3. Aroemeens in Griekenland
  4. Arpitaans in Italië
  5. Asturisch in Spanje
  6. Baskisch in Baskenland (omstreden als deel van Spanje en Frankrijk)
  7. Bretons in Frankrijk
  8. Bulgaars in Griekenland
  9. Catalaans in Spanje en Frankrijk
  10. Cornisch in Cornwall (Groot-Brittannië)
  11. Corsicaans op Corsica (Frankrijk)
  12. Deens in Duitsland
  13. Duits in Denemarken, België, Frankrijk, Italië en Polen
  14. Engels in Polen
  15. Fins in Zweden
  16. Frans in Zwitserland en Italië
  17. Fries in Nederland en Duitsland
  18. Frioelisch in Italië en Kroatië
  19. Galicisch in Spanje
  20. Grieks in Italië
  21. Hongaars in Oostenrijk
  22. Iers in Ierland (Eire en Noord-Ierland)
  23. Kroatisch in Oostenrijk en Italië
  24. Karelisch in Finland en Rusland
  25. Ladinisch in Italië
  26. Limburgs in Nederland, België en Duitsland
  27. Luxemburgs in Luxemburg en België
  28. Macedonisch in Griekenland
  29. Mirandees in Portugal
  30. Nederlands in Frankrijk
  31. Nedersaksisch in Nederland en Duitsland
  32. Occitaans in Spanje en Frankrijk
  33. Oïl in Frankrijk en België
  34. Picardisch in Frankrijk
  35. Reto-Romaans in Zwitserland
  36. Russisch in Finland en Polen
  37. Samisch in Zweden en Finland
  38. Sardijns op Sardinië (Italië)
  39. Schots-Gaelisch in Schotland
  40. Scots in Schotland
  41. Siciliaans op Sicilië (Italië)
  42. Sloveens in Oostenrijk en Italië
  43. Slowaaks in Oostenrijk
  44. Sorbisch in Duitsland
  45. Tataars in Finland
  46. Tsjechisch in Oostenrijk
  47. Turks in Griekenland
  48. Welsh in Wales (Groot-Brittannië)
  49. West-Vlaams in België
  50. Zweeds in Finland

In de Verenigde Staten worden veel meer minderheidstalen gesproken. Zie hiervoor het artikel Talen in de Verenigde Staten.

Organisaties[bewerken]

Hieronder volgt een lijstje van organisaties die zich bezighouden met de Europese minderheidstalen.


Zie ook[bewerken]