Noord-Fries

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzichtskaart met de verschillende dialecten binnen het Noord-Fries.
Tweetalig plaatsnaambord met Hoogduits en Noordfries in Niebüll. De afgelopen jaren is de positie van het Noordfries in het openbare leven versterkt.
Nordfriisk Instituut in Bredstedt.
Tweetalig opschrift bij het Politieburo te Husum.

Noord-Fries is de benaming voor de Friese taal zoals die in Noord-Friesland ten zuiden van de Deens-Duitse grens gesproken wordt.

Indeling[bewerken]

Het Noord-Fries bestaat uit een aantal zeer uiteenlopende dialecten, met als hoofdverdeling:

Taalstatus[bewerken]

Vitaliteit[bewerken]

Alle Noord-Friese dialecten worden in hun voortbestaan bedreigd, en verscheidene andere zijn in het verleden al uitgestorven. Het gebruik van het Noord-Fries varieert van slechts een paar procent in de Goesharde tot één derde van de bevolking op Föhr en Amrun. Dat de dialecten onder elkaar slecht te verstaan zijn (behalve de eilandtalen van Föhr en Amrum) draagt bij tot hun uitsterven, maar ook het toerisme (vooral op Sylt) en de immigratie vanuit Nedersaksischtalige gebieden (vooral op het vasteland) en de kwetsbaarheid van kleine sprekerspopulaties (m.n. op de Halligen, die samen slechts zo'n 300 inwoners hebben) spelen mee. De overlevingskansen voor het Feering en het Öömrang, die nog van generatie op generatie worden doorgegeven, en het Bökinghards, dat inmiddels opleeft en vaak als Noord-Friese lingua franca gebruikt wordt, zijn de laatste jaren ten goede gekeerd, voor het voortbestaan van de andere dialecten moet gevreesd worden.

Bestuurlijk[bewerken]

Het Fries is inmiddels in Duitsland onder hoofdstuk drie van het Europees Handvest voor Minderheidstalen erkend. In Sleeswijk-Holstein is in 2004 een taalwet (het Friisk-Gesäts) aangenomen waarin de bestuurlijke status van het Noord-Fries is vastgelegd. Hierin is onder andere het gebruik van tweetalige plaatsnaamborden vastgelegd en het gebruik van Noord-Fries als bestuurstaal toegelaten. In 2005 begon de Deutsche Bahn in het Noord-Friese taalgebied tweetalige stationsborden te plaatsen. De Friezen in Duitsland zijn sinds 1998 als nationale minderheid erkend onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Daarnaast zijn de Friezen met de Denen onder artikel vijf van de Grondwet van Sleeswijk-Holstein erkend als minderheid.

Onderwijs[bewerken]

Het Nordfriisk Instituut, gevestigd in Bredstedt, is het wetenschappelijk instituut voor alle varianten van het Noord-Fries. Eveneens in Bredstedt bevindt zich het Friisk Hüs waar verschillende taalorganisaties vertegenwoordigd zijn. Het volgen van een studie Noord-Fries op universitair niveau is mogelijk aan de Christian Albrechts Universiteit in Kiel. In het basisonderwijs zijn er jaarlijks zo'n duizend leerlingen die twee uur per week les krijgen in de taal. In het voortgezet onderwijs zijn er niet meer dan tweehonderd. Een groot deel van deze scholen bevindt zich op het eiland Föhr en in de Bökingharde. In Risum-Lindholm wordt de taal in de Risem-Schölj tevens als voertaal gebruikt.

Voorbeelden in de verschillende dialecten[bewerken]

Uit het onderstaande zinnetje blijkt duidelijk hoezeer de verschillende hoofddialecten van het Noord-Fries uiteenlopen, en hoezeer de dialecten van Föhr en Amrum op elkaar lijken. De vertaling luidt: "'Licht, oude maan, licht', riep Hawelman, maar de maan was nergens te zien en de sterren ook niet; ze waren al allemaal naar bed gegaan."

Eiland-Noord-Fries[bewerken]

Söl'ring:

„Ljucht, ual Muun, ljucht!” skriilt Häwelmann, man di Muun wiar narigen tö sen en uk di Stiaren ek; ja wiar al altermaal tö Ber gingen.

Feering:

„Locht, ual muun, locht!” rep Heewelmaan, man a muun wiar nochhuaren tu sen an a stäären uk ei; jo wiar al altermaal tu baad gingen.

Helgolands:

„Lochte, ool Muun, lochte!” rüp Heäwelman, oawers de Muun wear naarni tu sin’n en uk de Steern ni; dja wear al allemoal tu Baad gingen.

Öömrang:

„Locht, dü ual muun, locht!” rep Heewelmaan, man a muun wiar nochhuaren tu sen an a stäären uk ei; jo wiar al altumaal tu baad gingen.

Vastewal-Noord-Fries[bewerken]

Goeshards:

„Jocht, uule moune, jocht!” biilked Hääwelmoon, ors e moune waas närngs to schüns än da steere ok ai; ja weern al aal to beede gingen.

Wiedinghards:

„Ljocht, uuile moone, ljocht!” biilked Hääwelmuon, män e moone was näärgen to schüns än uk e steere ai; jä würn al altomoale to beerd gingen.

Halligfries:

„Jaacht, uale mööne, jaacht!” bölked Hääwelmoon, man de mööne woas näärngs to siinen än de steere uk ee; jä weern al altomaole to beed giangen.

Bökinghards:

„Jucht, üülje moune, jucht!” biiljked Hääwelmoon, ouers e moune wus nargne tu schüns än e stääre uk ai; ja wjarn ål åltumååle tu beed lim.

Het Noord-Fries heeft in "ffr" als ISO 639-3-taalcode.

Nederlands Fries[bewerken]

Ljocht, âlde moanne, ljocht, skreauwde Hawelman, mar de moanne wie nearne te sjen en de stjerren ek net; se wiene allegear nei bêd gien.

In vergelijking met de Duitse en Deense Friese-varianten ontbreken daar de bijzondere klinkers met accent circonflexe (het 'dakje') maar gebruikt men wel de Deense å.

Externe links[bewerken]

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Noord-Friese uitgave van Wikipedia.