Helicobacter pylori

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Helicobacter pylori
EMpylori.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Bacteria
Stam: Proteobacteria
Klasse: Epsilon Proteobacteria
Orde: Campylobacterales
Familie: Helicobacteraceae
Geslacht: Helicobacter
Soort
Helicobacter pylori
(Marshall et al. 1985) Goodwin et al. 1989)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Helicobacter pylori ('Gram negatieve, spiraalvormige bacterie van de maagportier') is een bacterie die bij de mens in de maag voorkomt. In West-Europese landen bij een steeds kleiner percentage, 10-20%, maar in minder ontwikkelde en derdewereldlanden in veel hogere percentages, 60-90%. Bij veel mensen geeft de bacterie geen aanleiding tot klachten of ziekteverschijnselen; maar bij een klein percentage wel, namelijk vooral maagpijn, maagzweren, ontstekingen van het maagslijmvlies en twaalfvingerige darm. De bacterie wordt ook in verband gebracht met sommige vormen van maagkanker.

Het bestaan van deze bacterie, die gedijt in de extreme omgeving van het maagzuur, is lang onbekend gebleven. Toch is er al voor 1900 over waarnemingen gepubliceerd, die echter weer in de vergetelheid raakten.[1] De bacterie werd in 1982 herontdekt door de Australiërs Barry J. Marshall en J. Robin Warren, die ook aantoonden dat hij de oorzaak was van klachten en dat die klachten overgingen na het bestrijden van de bacterie. Zij ontvingen daarvoor in 2005 de Nobelprijs voor de geneeskunde.

De bacterie lijkt volgens de laatste gangbare inzichten mogelijk verantwoordelijk te zijn voor het ontstaan van sommige gevallen van maagkanker. Door het introduceren van de maagzuurremmers (H2-receptorantagonisten) in de jaren 80, zoals cimetidine, daalde het aantal patiënten met maagkanker opzienbarend. Dit middel wordt tegenwoordig weinig meer voorgeschreven omdat het door andere, betere medicijnen (protonpompremmers), zoals omeprazol is vervangen. Daarentegen zijn er ook sterke aanwijzingen dat de aanwezigheid van Helicobacter pylori beschermt tegen adenocarcinoom van de slokdarm.[2]

De bacterie kan tegenwoordig aangetoond worden met een ademtest, een feces-test of, zoals de laatste tijd gebruikelijk, middels een test in bloed. Ook tijdens een gastroscopie worden er vaak biopten genomen voor onderzoek op H. pylori. Deze bacterie is een maagzuurresistente bacterie; hij kan zich langdurig handhaven in het zure milieu van de maag en kan zelf via de mond overgebracht worden. Hij kan bestreden worden (en daarmee de klachten van brandend maagzuur of gastritis) door 'tripletherapie': één zuurremmer met twee soorten antibiotica. Als zuurremmer wordt vaak gebruikt: omeprazol, lansoprazol en pantoprazol. De antibiotica die vaak wordt voorgeschreven zijn clarithromycine en amoxicilline. In de loop der jaren zijn er ook andere varianten bijgekomen door bijvoorbeeld één van de antibiotica te vervangen door metronidazol (vooral bij mensen die allergisch zijn voor penicillinederivaten). Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de bestrijding met minder medicatie uit te voeren. Een mogelijke alternatieve therapie is de toepassing van monoglyceriden van middellangeketen vetzuren. Van monolaurine, de monoglyceride van laurinezuur, is aangetoond dat het H. pylori kan doden, naast ander micro-organismen.

De bacterie is niet erg besmettelijk: mensen die met succes behandeld zijn, raken meestal later niet meer geïnfecteerd / -herinfecteerd. De besmettingen vinden in de loop van het leven plaats, het aantal besmettingen neemt langzaam toe met de leeftijd.

Uit genetisch onderzoek is gebleken dat Helicobacter pylori al lange tijd de mens als gastheer heeft. De genetische geschiedenis van een parasiet staat meestal los van die van de gastheer omdat er veel verspreiding van mens tot mens plaatsvindt. Daarentegen is er bij H. pylori sprake van een aantal stammen die de verspreidingsgeschiedenis van de mens over de aarde weerspiegelen. Zo hebben Aziaten en Polynesiërs verwante stammen die verschillen van die in Europa of Afrika. Toch is er wel sprake van enige overdracht. Onder blanke Zuid-Afrikanen komen naast Europese stammen ook stammen van Afrikaanse oorsprong voor.

Er is een causaal verband tussen chronische gastritis door Helicobacter pylori en vitamine B12-deficiëntie. Een niet ge-eradiceerde Helicobacter pylori infectie kan op termijn de productie van intrinsieke factor ondermijnen, een factor die noodzakelijk is voor de binding en absorptie van vitamine B12. Dit kan leiden tot een vitamine B12-deficiëntie. Veelal wordt deze vorm van vitamine B12 tekort te laat opgemerkt, omdat de serumvitamine B12 spiegels lang (laag-) normaal kunnen blijven, terwijl op weefselniveau reeds tekorten zijn. Geavanceerdere methoden om de vitamine B12 status te bepalen, zoals bepaling van de concentraties methylmalonzuur (MMA) en homocysteïne (tHcy) in het serum kunnen het bestaan ​​van een dergelijke subklinische vitamine B12-deficiëntie aan het licht brengen.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Helicobacter pylori: a cause of vitamin B12 deficiency (a hospital based multidisciplinary study) Word Appleid Sciences Journal 12(9): 1378-1381, 2011 ISSN Publications, 2011

  1. Blaser MJ (2005). An Endangered Species in the Stomach. Scientific American 292 (2): 38–45 . PMID 15715390.
  2. (en) Blaser MJ. Disappearing microbiota: Helicobacter pylori protection against esophageal adenocarcinoma. (2008) Cancer Prev Res (Phila Pa) 1:308-311. PMID 19138974 In dit onderzoek werden 19 gepubliceerde studies van in totaal 1700 patiënten en 5600 controles bekeken. Mensen die de maagbacterie bij zich droegen bleken minder vaak te kampen met de meestvoorkomende vorm van slokdarmkanker (adenocarcinoom)