Andreas Vesalius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Andreas Vesalius
Voorblad van De humani corporis fabrica libri septem
7e houtsnede van Vesalius

Andreas Vesalius (gelatiniseerde naam van Andries van Wesel) (Brussel, 31 december 1514Zakynthos (Griekenland), 15 oktober 1564) was een Brabants arts en anatoom. Vesalius was één van de grondleggers van de anatomie. Hij schreef het eerste complete boek over de menselijke anatomie, De humani corporis fabrica libri septem (Zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam), gedrukt door Johannes Oporinus (Bazel, 1543).

Biografie[bewerken]

Vroege jeugd[bewerken]

Vesalius' vader heette eveneens Andreas en was apotheker in dienst van de keizers van het Heilige Roomse Rijk, Maximilaan I, Karel V en Ferdinand I. De moeder van Vesalius was Elisabeth Crabbe. Zijn grootvader, Everard van Wesel, was ook al geneesheer in dienst van de keizer, namelijk Maximilaan I.

Studie[bewerken]

Vesalius kreeg een klassieke opleiding in Leuven, het Pedagogium Castri voor wijsbegeerte en rechten en het Collegium Trilingue voor Grieks en Latijn. Tijdens deze vijfjarige opleiding kreeg Vesalius al interesse voor de anatomie. Zo zou Vesalius al op deze leeftijd bezig zijn geweest met de ontleding van kleine dieren. Toen zijn vader in 1532 werd aangesteld als Valet de Chambre van de keizer, vervolgde Vesalius zijn studie aan de Universiteit van Parijs onder Jacobus Sylvius en Guenther von Andernach (Guinterius). Hier bestudeerde Vesalius de geneeskunde volgens de leer van Galenus, een Grieks/Romeinse arts uit de tweede eeuw na Christus. Dit was destijds de gangbare leer, en op de universiteiten werd feitelijk weinig anders gedaan dan het bestuderen van diens teksten, ook al spraken deze de werkelijkheid tegen. De beschrijving van Galenus werd destijds aangenomen als volstrekte waarheid, en verschillen met de waargenomen werkelijkheid werden simpelweg toegeschreven aan een beperkt waarnemingsvermogen of aan gezichtsbedrog.

Verzet tegen Galenus[bewerken]

Hoewel Vesalius eerst deze leer volgde, besefte hij langzaam maar zeker dat de werkelijke waarnemingen eigenlijk belangrijker zijn dan wat er in de boeken te vinden is. Deze ontwikkeling was behoorlijk vernieuwend, en werd eigenlijk bijna nergens eerder gezien, op enkele uitzonderingen na zoals Leonardo da Vinci, van wie overigens pas na de publicatie van "Fabrica" de tekeningen ontdekt werden. Vesalius kreeg dan ook veel negatieve kritiek te verduren in deze eerste periode. In 1536 keerde Vesalius terug naar de Zuidelijke Nederlanden vanwege de vijandelijkheden tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk, en voltooide er zijn studie onder Johannes von Andemach met de thesis Paraphrasis in nonum librum Rhazae medici arabis clariss ad regem Almansorum de affectum singularum corporis partium curatione, welke handelde over het negende boek van al-Razi. Hij doceerde korte tijd anatomie in het openbaar.

Padua[bewerken]

Na een onenigheid met zijn hoogleraar in Leuven, vertrok Vesalius naar Padua, waar de renaissance al verder was doorgedrongen, en de stand van de geneeskunde hoger was dan die in de Nederlanden. Hij werd in 1537 benoemd tot een hoge functie daar

Deze positie bood hem meer ruimte dan bij de andere universiteiten, omdat hij ook in de gelegenheid werd gesteld om anatomisch onderzoek te doen aan de lichamen van terdoodveroordeelden. Maar Vesalius was nog niet geheel overtuigd van het ongelijk van Galenus, en in 1538 publiceerde hij nog een werk dat grotendeels gebaseerd was op diens leer. Langzaam maar zeker raakte hij hier echter wel van overtuigd, en bracht dit ook tot uitdrukking in zijn werken. In 1543 bracht hij zo de "De Humani Corporis Fabrica" uit, een boek met gedetailleerde tekeningen van Italiaanse kunstenaars, waaronder Jan van Calcar. In de tweede druk van de Fabrica beschreef Vesalius zelfs een tweehonderdtal fouten van Galenus, en toonde hij aan dat deze zich had gebaseerd op de sectie van dieren, en niet van mensen.

Naast de sectie op overleden mensen deed Vesalius ook sectie op dode dieren ter vergelijking en ook vivisectie op dieren. Hierbij werden dieren vastgebonden, en terwijl zij nog leefden werd op hen sectie verricht. Op deze wijze vond Vesalius onder meer dat het doorsnijden van het ruggenmerg verlammingsverschijnselen met zich meebracht, en dat het doorsnijden van bepaalde zenuwen verstomming veroorzaakte, een daarna veel gebruikte methode om het geschreeuw van de onverdoofde verminkte dieren te voorkomen.

De Humani Corporis Fabrica[bewerken]

De volledige titel van de "Fabrica" was "De humani corporis fabrica libri septem". Dit wil zeggen dat het om een zevendelig werk ging. In het eerste deel behandelt Vesalius het skelet. Alle gekende botten worden gedetailleerd weergegeven. Het eerste deel eindigt met drie over de hele lengte van het blad weergegeven skeletten in verschillende poses. Zo is er een skelet opgehangen aan een galg, en is er een skelet dat geleund staat tegen een bureau terwijl het anatomie studeert. Het tweede werk behandelt de spieren. De kunstige 'spiermannen' in idealistische landschappen waren voor die tijd revolutionair. Het derde boek gaat over aderen en slagaderen. Het vierde werk gaat over het zenuwstelsel. Boek vijf behandelt de belangrijkste organen. In het zesde boek komen het hart en de longen aan bod. Het laatste boek tenslotte gaat over de hersenen. Vesalius liet voor zijn studenten een beknopte versie van de Fabrica drukken, de "Epitome". Dit werk konden ze meenemen naar hun snijtafels. De Fabrica wordt als een meesterwerk beschouwd en is intussen wereldberoemd. De stad Antwerpen bezit nog steeds een exemplaar van de Fabrica. Het is een exemplaar van de Antwerpse arts Lazarus Marcquis (1574-1647), oorspronkelijk afkomstig van Portugal, die het op 8 Januari 1609 aan de bibliotheek van de stad Antwerpen schonk.

Spanje[bewerken]

Nadat de Fabrica afgerond was, kreeg Vesalius veel kritiek over zich heen van de Galenus-aanhangers. Hij staakte zijn actieve academische carrière, en werd de lijfarts van Keizer Karel V en na diens abdicatie van zijn zoon Filips II. Vanwege zijn grote medische kennis was hij geliefd bij de vorsten, daarom kreeg hij op 21 april 1556 de titel van Comes Palatinus, één van de hoogste onderscheidingen. Toen hij hier niet kon aarden, omdat hij ook in Spanje veel kritiek ondervond, verhuisde Vesalius weer naar Italië, ditmaal naar Venetië.

Het overlijden van een patiënt[bewerken]

Tijdens zijn werkzaamheden als praktiserend medicus trof hem uiteindelijk het noodlot. Toen hij had geconstateerd dat een van zijn patiënten, een Spaanse edelman, was overleden, kreeg hij toestemming om de dissectie van het lichaam te verrichten. Maar bij het openen van het lichaam kwam Vesalius tot de schokkende conclusie dat het hart nog klopte. Hij werd door de familie aangeklaagd voor moord op de edelman, maar verkreeg vrijstelling van de doodstraf van de koning. Het verhaal gaat dat hij als straf op pelgrimstocht naar Jeruzalem moest. (Dit is echter een omstreden verklaring voor de pelgrimstocht.) Nadat hij in Palestina was geweest, strandde zijn schip op het Griekse eiland Zacynthus, vermoedelijk door schipbreuk, waar hij overleed en begraven werd. Zijn graf is nooit gevonden, wat leidde tot de wildste speculaties.

Erkenning[bewerken]

Toen in 2005 De Grootste Belg werd verkozen, was Vesalius één van de 111 genomineerden. Hij eindigde in de Vlaamse versie op de zesde plaats en in de Waalse versie op de negentiende plaats.

Externe link[bewerken]

Bron[bewerken]

  • Dr. R.N.J.Cupédo, Natuur en Techniek, 33-33 (1965), blz. 73 - 78: "Vesalius (1514 - 1565)"
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Andreas Vesalius.