Oorzakelijkheid
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Oorzakelijkheid, causaliteit of de wet van oorzaak en gevolg verwijst naar de veronderstelling of theorie dat gebeurtenissen plaatsvinden als gevolg van bepaalde andere gebeurtenissen die daaraan vooraf gegaan zijn; een oorzaak gaat vooraf aan een gevolg. Men spreekt in dergelijke gevallen van een causaal verband tussen twee gebeurtenissen.
Inhoud |
[bewerken] Voorbeeld
Het mengen van zuurstof en brandbaar gas in combinatie met het doen ontstaan van een vonk zijn de oorzaak van het ontstaan van een vlam.
[bewerken] Filosofische beschouwing
Over de aard van causaal verband zijn de meningen verdeeld. Sommige filosofen menen dat het slechts een product was van ons verstand of zelfs onze verbeeldingskracht, anderen menen dat causale verbanden wel degelijk realiteiten zijn.
[bewerken] Filosofisch
- De oudste causaliteitstheorie stamt van Aristoteles; zie aldaar
- Rationalistische filosofen zoals Descartes zagen causaliteit in de logische relatie tussen premissen en conclusies. Tegenwoordig heeft dit rationalistisch standpunt vooral plaats in natuurwetenschappelijke kringen met de veronderstelling dat de oorzaak van een verschijnsel de natuurwet is volgens welke het plaatsvindt. Voorbeeld: De Tweede wet van Newton F = m * a (kracht = massa maal versnelling) zegt dat bij het waarnemen van twee van de grootheden, in de situaties waarop deze wet van toepassing is, altijd de derde volgens deze formule wordt waargenomen. In deze wet is echter reeds sprake van complicatie. Hier wordt slechts de gelijkwaardige relatie van grootheden uitgebeeld, geen oorzaak en gevolg; en de wet zegt niet dat versnelling het gevolg is van een kracht (hiermee wordt niet bedoeld dat versnelling zonder kracht kan bestaan).
- Hume als empirist veronderstelde dat wij slechts op het idee komen van een causaal verband daar het ene verschijnsel altijd gevolgd pleegt te worden door het ander. Twee verschijnselen worden in onze gedachten geassocieerd; als we het ene zien verwachten wij het andere. Met dit associatieverband verklaarde Hume ons gevoel van noodzakelijkheid dat voor ons met causaliteit verbonden is. In werkelijkheid, zo stelt Hume, is causaliteit niets anders dan constante opeenvolging.
- In de 20e eeuw zijn ten opzichte van causaliteit in filosofisch opzicht geen oorspronkelijke gedachten naar voren gebracht. Een compromis vormde het positivistisch standpunt dat erop neerkwam dat we alleen daar met causaliteit te maken hebben waar natuurwetten gelden. Drukt een natuurwet een constante opeenvolging uit, geldt de empiristische uitleg; drukt een natuurwet functionele afhankelijkheid van grootheden uit, geldt de rationalistische uitleg.
[bewerken] Boeddhisme
Oorzakelijkheid neemt een belangrijke plaats in in het boeddhisme; oorzakelijkheid werd door Boeddha gebruikt om tot een juist begrip van de werkelijkheid te komen. Hij ging hierbij niet uit van een schepper god, maar van de oorzakelijkheid van hetgeen zich in het hier en nu manifesteert.
Een belangrijke boeddhistische lering waarin oorzakelijkheid centraal staat is de lering van het afhankelijk ontstaan. De lering van het afhankelijk ontstaan behandelt zowel het algemene principe van oorzakelijkheid, als een meer specifieke oorzakelijkheid gericht op het ontstaan van of de oorzaak van het lijden. Ook de lering van de Vier Nobele Waarheden beziet het lijden in termen van oorzaak en gevolg. In de lering van nu-causaliteit wordt het principe van oorzakelijkheid volstrekt in het hier en nu toegepast.
[bewerken] Wetenschappelijke betekenis
Bij het toetsen van een verklarende hypothese is het belangrijk dat de oorzaak en het gevolg daadwerkelijk samenhangen. Een bekend voorbeeld is het volgende: In de periode 1960-1980 nam het aantal geboorten in Duitsland af. In dezelfde periode nam ook het aantal ooievaars in Duitsland af, terwijl de teelt van rode kool gelijk bleef. Theorie: de ooievaarsstand neemt af, daardoor kunnen ze minder kinderen langs brengen.
Er is hier wel sprake van een statistisch verband: het aantal geboorten daalt en het aantal ooievaars daalt. Maar aangezien kinderen niet door de ooievaar gebracht worden is er geen causaal verband. De hypothese moet dan ook verworpen worden.
Een betere hypothese zou zijn dat "de pil" in die periode geïntroduceerd werd zodat een betere anticonceptie mogelijk werd. Er is tenslotte wel een causaal verband tussen anticonceptie en geboorten.
[bewerken] Onzekerheid en wederkerigheid
Als de causale richting onzeker is wordt vaak van een kip-en-ei-probleem gesproken. Dat is echter onjuist. De metafoor van de kip en het ei verwijst naar wederkerige causaliteit. Die heeft niet zoveel met onzekerheid te maken. Onzekerheid is een eigenschap van de kennis (over de oorzakelijkheid) van de onderzoeker. Wederkerigheid is een eigenschap van het onderzochte oorzakelijke verband zelf.
Bovendien hoeft wederkerigheid geen probleem te zijn, maar voor zover de wederkerigheid verwarring sticht levert zij natuurlijk wel een kennisprobleem op. Psychosomatische klachten vormen een voorbeeld van wederkerige causaliteit: mensen met geestelijke problemen kunnen lichamelijke reacties krijgen, die op hun beurt weer tot een verergering van de geestelijke problemen leiden of tot nieuwe geestelijke problemen. Als die wederkerigheid niet onderkend wordt zou je van een verklaringsprobleem kunnen spreken (en van een behandelprobleem: zonder juiste diagnose geen goede therapie).
[bewerken] Juridische betekenis
Van belang is in hoeverre de gedraging van de een heeft bijgedragen in het ontstaan van schade bij een ander om te bepalen of er schadevergoedingsplicht bestaat.
Bij sommige gedragingen kan het zo zijn dat persoon 1 een handeling verricht (bijvoorbeeld uitwijken voor een overstekende ree), persoon 2 hier op reageert en daardoor schade veroorzaakt bij persoon 3. Moet persoon 1 of 2 de schade van persoon 3 vergoeden?
De rechter zal in het geval van een rechtszaak kijken naar de conditio sine qua non. Zou persoon 2 ook schade veroorzaakt hebben aan persoon 3 als persoon 1 niet zou zijn uitgeweken? Indien deze vraag bevestigend beantwoord kan worden dan dient persoon 2 de schade te vergoeden.
[bewerken] De strafrechtelijke causaliteit
In het strafrecht worden er vier verschillende causaliteitstheorieën gebruikt. Deze theorieën kunnen naast elkaar gebruikt worden, maar kunnen ook verschillende uitkomsten geven. De huidige theorie is de redelijke toerekening, ontleend aan het burgerlijk recht.
Een oud en minder bruikbare theorie is de conditio sine qua non. Deze theorie ziet op de oorzaak die ervoor heeft gezorgd dat het gevolg is ingetreden. Zonder deze oorzaak zou het gevolg niet ingetreden zijn. Wanneer het niet duidelijk is of er een conditio sine qua non-verband is, kan er toch tot een veroordeling gekomen worden (vgl. HR, nalatige vader).
Een ander theorie is de redelijke voorzienbaarheid. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen de subjectieve voorzienbaarheid (wat de verdachte wist ten tijde van het plegen van een delict) en de objectieve voorzienbaarheid (wat achteraf aan feiten vast is komen te staan). Arresten over de redelijke voorzienbaarheid zijn: etalageruit-arrest, overval bejaarde man, eierschedel-arrest.
De causa proxima theorie is een theorie waarbij men naar de oorzaak kijkt die het dichtst bij het gevolg ligt.
De tegenwoordig meestgebruikte theorie is de redelijke toerekening. Deze theorie is ontleend aan het burgerlijk recht. Tegenstanders van deze theorie menen dat het een te vaag criterium is, en daarom niet in het strafrecht past. Arresten over de redelijke toerekening zijn onder andere aortaperforatie (medische fout staat een redelijke toerekening niet in de weg), letale longembolie (het optreden van een medische complicatie zoals longembolie staat redelijke toerekening niet in de weg), niet-behandelde longinfectie (besluit van het slachtoffer om longinfectie niet te laten behandelen, staat redelijke toerekening niet in de weg, omdat de situatie waarin het slachtoffer zich gedwongen zag deze beslissing te nemen aan de dader te wijten is).
Recentelijk is de stand van zaken in het recht samengevat in E.M. Witjens, 'Causaliteit in het privaatrecht en het strafrecht', Verkeersrecht 2007, p. 33-37.

