Sarcoïdose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Sarcoïdose
Coderingen
ICD-10 D86
ICD-9 135
OMIM 181000
DiseasesDB 11797
MedlinePlus 000076
eMedicine med/2063
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Sarcoïdose, ziekte van Besnier-Boeck of ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann is een chronische ziekte met onbekende oorzaak en verloop. Het hele lichaam kan aangetast zijn, maar de ziekte openbaart zich het vaakst in de longen. Mogelijk speelt een genetische aanleg mee bij deze ziekte, die gewoonlijk voorkomt bij jong-volwassenen (20-40 jaar) en even vaak bij mannen als bij vrouwen.[1] De ziekte wordt gekenmerkt door zogenaamde "granulomen", kleine opeenhopingen van ontstekingscellen. Door vergrote lymfeklieren tussen de longen en soms verdichtingen in de long zelf is de ontsteking vaak zichtbaar op een röntgenfoto van de longen.

Locatie van de ziekte en symptomen[bewerken]

De meest voorkomende locatie voor deze granulomen is in de longen, maar ook in de huid, ogen, hart, lever, lymfeklieren, milt, het zenuwstelsel en nieren openbaart de ziekte zich wel. De ziekte openbaart zich vaak met klachten van moeheid, hoesten en kortademigheid. Ook gewrichtsklachten, oogklachten, huidafwijkingen en gewichtsverlies zijn vaak genoemde symptomen.

Diagnose[bewerken]

Om de diagnose sarcoïdose te stellen moet volgens de richtlijnen over het algemeen voldaan worden aan drie voorwaarden: naast de specifieke kenmerken op de longfoto en het aantonen van de granulomateuze ontsteking dienen ook enkele zich soms op vergelijkbare wijze presenterende ziekten als tuberculose, longkanker en het kwaadaardig lymfoom (hodgkin & non-hodgkin) uitgesloten te worden.

Prognose en behandeling[bewerken]

De klachten verdwijnen in de meeste gevallen vanzelf, in enkele gevallen treedt een chronisch beloop op en in een klein percentage van de gevallen (+/- 5%) leidt de ziekte uiteindelijk tot het overlijden van de patiënt. Er zijn geen medicijnen voor bekend, alleen voor symptoombehandeling schrijft men soms corticosteroïden, zoals prednison voor. Er bestaat een behandeling met infliximab, deze wordt echter in Nederland meestal niet vergoed door zorgverzekeraars.[2]

Mogelijke rol micro-organismen[bewerken]

Een onderzoek (2002) uit Zweden meldt dat in de weefselmonsters van een serie van 30 sarcoïdosepatiënten in vrijwel alle gevallen het micro-organisme Rickettsia helvetica aanwezig zou zijn.[3] In een vervolgonderzoek werden echter bij 20 Zweedse sarcoïdosepatiënten in geen enkel geval antistoffen tegen dit micro-organisme aangetoond.[4] Er is een uitgebreide discussie van de vele en tegenstrijdige beschikbare gegevens over de rol van micro-organismen bij sarcoïdose gepubliceerd.[5]

Naamgeving[bewerken]

Sarcoïdose werd in het verleden gewoonlijk met de naam "Ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann" aangeduid, naar de artsen die er in het begin het meeste onderzoek naar hebben gedaan : Ernest Henri Besnier uit Frankrijk, Cæsar Peter Møller Boeck uit Noorwegen en Jörgen Nilsen Schaumann uit Zweden.

Organisaties[bewerken]

SBN[bewerken]

De Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland (SBN) komt op voor de belangen van sarcoïdosepatiënten. De SBN geeft voorlichting aan patiënten en artsen en stimuleert onderzoek. De organisatie is gevestigd in Nijkerk.

WASOG[bewerken]

De World association of sarcoidosis and other granulomatous diseases (WASOG) is opgericht in 1987 (Milaan, Italië). WASOG is gericht op interstitiële longziekten ("ILD"). Vele ILD, zoals sarcoïdose, zijn secundair aan systemische aandoeningen; andere ILD, zoals idiopathische longfibrose, vormen exclusief een longprobleem. De WASOG verbindt experts, publicaties, maatschappij en de patiënten.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nunes H, Bouvry D, Soler P, Valeyre D (2007). Sarcoidosis. Orphanet J Rare Dis 2: 46 . PMID:18021432. PMC:2169207. DOI:10.1186/1750-1172-2-46.
  2. http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=CA2375&vrije_tekst=infliximab
  3. Nilsson K, Pahlson C, Lukinius A, Eriksson L, Nilsson L, Lindquist O. Presence of Rickettsia helvetica in granulomatous tissue from patients with sarcoidosis. J Infect Dis 2002; 185(8):1128-38.
  4. Planck A, Eklund A, Grunewald J, Vene S. No serological evidence of Rickettsia helvetica infection in Scandinavian sarcoidosis patients Eur Respir J 2004; 24:811-813
  5. Du Bois RM, Goh N, McGrath D, Cullinan P. Is there a role for microorganisms in the pathogenesis of sarcoidosis? Journal of Internal Medicine, Volume 253 Issue 1 Page 4 - January 2003 online versie