Verzoeking van Christus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De verzoeking van Christus, 12de-eeuws mozaïek in de Basiliek van San Marco (Venetië).

De verzoeking van Christus is een beproeving die Satan de Duivel Jezus Christus direct na zijn doop liet ondergaan en wordt beschreven in de synoptische evangeliën (Matteüs, Marcus en Lucas). Enkele opvallende kenmerken van de verslagen in deze evangeliën:

  1. Marcus geeft een bijzonder sober verslag en noemt geen concrete verzoekingen. Als enige noemt hij dat Jezus "er te midden van de wilde dieren" leefde.
  2. Alle (synoptische) evangeliën noemen een verblijf van 40 dagen in de woestijn (of: wildernis). Matteüs en Lucas noemen ook een vastenperiode van 40 dagen. Dat Marcus deze weg laat wil niet zeggen dat het niet zo gebeurd is. Marcus is gewoon bondiger.
  3. Matteüs en Lucas hebben een andere volgorde van de verzoekingen, maar beschrijven deze:
    1. De uitdaging van stenen brood te maken.
    2. De uitdaging van de tempel te springen in het vertrouwen dat engelen Jezus zouden opvangen.
    3. Het aanbod heerser te worden over alle koninkrijken van de wereld in ruil voor één daad van aanbidding van de Duivel.
  4. Alleen Matteüs en Marcus noemen dat na de verzoekingen engelen kwamen om voor Jezus te zorgen.

Een vergelijking van de verslagen in deze evangeliën[1] levert het volgende beeld op:

Matteüs 4 Marcus 1 Lucas
[1] Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. [12] Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. [1] Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn,
[2] Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger. [3] Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ [4] Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ [13a] Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. [2] waar hij door de duivel op de proef werd gesteld. Al die tijd at hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger. [3] De duivel zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’ [4] Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’
[5] Vervolgens nam de duivel hem mee naar de heilige stad en zette hem op het hoogste punt van de tempel. [6] Hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ [7] Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ - [5] Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in een en hetzelfde ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. [6] De duivel zei tegen hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; [7] als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’ [8] Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’
[8] De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht [9] en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ [10] Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ - [9] De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem en zette hem op het hoogste punt van de tempel, en hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. [10] Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om over u te waken.” [11] En ook: “Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ [12] Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’
[11] Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen. [13b] Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. [13] Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan.

Rabbijnse parallellen[bewerken]

Psalm 90, de Psalm geciteerd door de duivel in een poging om Jezus te overtuigen om te springen uit de top van de tempel, wordt alom beschouwd als een Messiaanse profetie in Joodse bronnen. Joodse traditie, die onafhankelijk is van Psalm 90, gebaseerd op Jesaja, bevat ook een rabbinale verwachting dat de Messias zou moeten verschijnen op het dak van de tempel.

"Onze rabbijnen vertelden dat in het uur wanneer de Messias wordt onthuld dat hij zal komen en op het dak van de tempel staan." (Peshiqta Rabbati 62 C-d)[2]
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Tekst is genomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling
  2. "Our Rabbis related that in the hour when the Messiah shall be revealed he shall come and stand on the roof of the temple." (Peshiqta Rabbati 62 c-d) Rivka Ulmer, A Synoptic Edition of Pesiqta Rabbati Based upon All Extant. Manuscripts and the Editio Princeps. South Florida Studies in the History of Judaism 155, 1995