Prehistorisch Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn - Bibliografie



Portaal  Portaalicoon  Nederland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Nederland rond 5500 v.Chr.
Mannetje van Willemstad uit ca. 4450 v. Chr.

Over Prehistorisch Nederland, de geschiedenis van Nederland tijdens de prehistorie zijn geen geschreven bronnen beschikbaar; al onze kennis is uit opgravingen gehaald. De term "prehistorie" betekent immers vóór de (bekende) historie. Pas in de Romeinse tijd kwamen de eerste geschreven bronnen beschikbaar.

Inhoud

Paleolithicum[bewerken]

Het Nederland in de huidige betekenis bestond niet voor 1830. Voor die tijd is het beter te spreken van 'het gebied van het huidige Nederland'. Dit gebied is al vele tienduizenden jaren door de mens bewoond, tenminste de droge kuststroken en de hoge zandgronden. Deze periode, tot en met de ijstijd (± 10.000 v.Chr), wordt de 'oude steentijd' (paleolithicum) genoemd. De oudste in Nederland teruggevonden archeologische sporen (in de grindlagen bij Maastricht van Neanderthalers, een vroege zijtak van de moderne mens Homo Sapiens) zijn 250.000 tot 350.000 jaar oud.[1] De eerste moderne mensen in het gebied waren jagers tijdens de laatste ijstijd die hier achter hun prooidieren aantrokken en min of meer de eerste 'vaste' bewoners waren. Van hun aanwezigheid getuigen nog vuursteen bijlen en pijlspitsen.

Mesolithicum[bewerken]

Na de ijstijd, in de midden steentijd (mesolithicum) was het gebied bewoond door diverse stammen, zoals blijkt uit een jachtkamp dat gevonden is bij Bergumermeer, Friesland (ongeveer 8000 v.Chr.). Nederland was in de warmere tijd na de ijstijd een heel geschikt gebied voor jagers. Ten westen van de huidige provincies Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe was Nederland één grote moerasdelta doorsneden door talloze beken, meertjes en veengebieden. Het IJsselmeer bestond nog niet en was een reusachtig veenmoeras. Hierin wemelde het van de watervogels en vissen die een goede voedselbron voor jagers en verzamelaars vormden. De eerste kano van de geschiedenis komt uit deze periode (kano van Pesse, ca. 7900 v.Chr.).

Neolithicum[bewerken]

Rond 5300 v.Chr. begon de 'nieuwe steentijd' (neolithicum) met de eerste landbouwers die naar het gebied kwamen, zoals te zien is aan grafvondsten en sporen van boerderijen op het löss plateau in Zuid-Limburg. Zij behoorden tot de Lineaire Bandkeramiek en namen onder andere graan, linzen en erwten mee. Deze cultuur kon zich niet uitbreiden naar de rest van "Nederland" omdat ze nog geen ploeg kenden om de kleigronden mee te bewerken. Rond 4500 v.Chr. verdween de Bandkeramische landbouwcultuur tijdelijk. Van rond 4300 v.Chr. bestaan alleen nog sporen van jagers/landbouwers (Swifterbant). Ongeveer 4100 v.Chr. bevond zich in Drenthe de trechterbekercultuur die de bekendste monumenten uit de regionale prehistorie heeft achtergelaten: de hunebedden, megalithische monumenten. Na 3900 v.Chr. is deze cultuur weer verdwenen.

In het westen van Nederland zijn resten gevonden van de Vlaardingencultuur, genoemd naar de eerste vindplaats Vlaardingen. Deze cultuur beslaat de periode van 3500 v.Chr. tot 2500 v.Chr.

Het eerste wiel dat is gevonden dateert van ongeveer 2400 v.Chr. Misschien is dat ontdekt door mensen van de klokbekercultuur, die nederzettingen bouwden langs de Atlantische kust van Marokko tot aan Scandinavië.

Bronstijd en IJzertijd[bewerken]

Voor het eerst vond er ook metaalbewerking plaats in Nederland, zoals stenen aambeelden en koperen tongdolkjes die op de Veluwe bij Lunteren zijn gevonden, aantonen. De metaalbewerking breidde zich uit tegen 2000 v.Chr., waarmee de bronstijd aanbrak. Die bracht vooral veel welvaart in Drenthe, waar waarschijnlijk een belangrijke handelsroute doorheen liep richting Oostzee en Scandinavië.

Omstreeks het eerste millennium voor de jaartelling kwamen er Keltische stammen naar het gebied van Nederland en verdreven en/of vermengden zich met de oorspronkelijke bevolking. Dit proces herhaalde zich in de eerste eeuwen voor de jaartelling toen Germaanse stammen vanuit het oosten Nederland binnentrokken en zich vooralsnog in de noordelijke streken en rond de grote rivieren vestigden. Hiermee begon voor het gebied de ijzertijd.

Relatie huidige Nederlanders met prehistorisch Nederland[bewerken]

1rightarrow.png Zie relatieve verwantschap tussen volken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In oktober 2008 is een onderzoek (onder diverse groepen scholieren) naar de genetische oorsprong van de huidige Nederlanders gedaan: "Het Genoom van Nederland".[2] De analyses laten zien hoe de voorouders van de onderzochte groep scholieren Nederland is binnengekomen:

  • 77,5% kwam als jager/verzamelaar 35.000 jaar geleden in de Oude Steentijd (Paleolithicum) West-Europa binnen
  • 20% kwam als boer 7.000 jaar geleden in de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) Nederland binnen, en
  • 2,5% kwam als recente immigrant

De conclusie lijkt te zijn dat de overgrote meerderheid van de huidige Nederlanders rechtstreeks afstamt van de eerste nomadische paleolithische jagers en verzamelaars die het grondgebied van het huidige Nederland binnentrokken. In de loop der tijden werden deze niet verdreven of vervangen door nieuwkomers (neolithische boeren en de latere Kelten en Germanen), zoals vaak werd gedacht, maar namen ze wel de gebruiken, taal en cultuur over van deze nieuwkomers.

Zie ook[bewerken]

Noten
  1. P. Vos en P. Kiden, De landschapsvorming tijdens de steentijd, in: J. Deeben et al. (red) (2005), De steentijd in Nederland, Archeologie 11/12, blz. 7, Krips, Meppel, ISBN 90-807149-2-5
  2. Het Genoom van Nederland.pdf