Bandkeramische cultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Typische bandkeramiek.

De bandkeramische cultuur [1] in België ook wel Omalien genoemd, is de culturele stroming van een bevolkingsgroep waarmee in Centraal-Europa en de Lage Landen het Neolithicum begon. In Zuid-Limburg begon het op de hogere, vruchtbare lössgronden. De naam van deze cultuur verwijst direct naar het versierde aardewerk dat deze volkeren nalieten in het bodemarchief.

Inhoud

[bewerken] Ontstaan en verdwijnen

Verspreiding Neolithicum naar Europa.jpg

Tegenwoordig ziet men het als minder waarschijnlijk dat deze boeren van elders naar Centraal-Europa en Nederland zijn geïmmigreerd. Waarschijnlijker is, dat deze mensen er al woonden en de kunst van landbouw, veeteelt en pottenbakken hebben afgekeken van waarschijnlijk de Starčevo-Köröscultuur[2]. Wetenschappers wijzen er echter op dat de bevolkingsgroei onder landbouwers vaak veel hoger lag als die onder de oorspronkelijke bevolking. In een betrekkelijk korte tijd zouden de landbouwers zich zo over heel Europa verspreid kunnen hebben.

De cultuur handhaafde zich van circa 5500 v.Chr. tot circa 4400 v.Chr. Over het plotselinge verdwijnen van deze cultuur is bij archeologen nog zeer veel onbekend. Er wordt van uitgegaan dat bevolkingsgroepen die bandkeramiek vervaardigden na verloop van tijd overstapten op een nieuwe 'keramische mode'. Vanaf circa 4250 v.Chr. volgt de Michelsbergcultuur.

[bewerken] Oorsprong en vroege ontwikkeling

De vroegste vondsten van bandkeramische nederzettingen dateren van ongeveer 5600 tot 5000 v.Chr. De culturele invloeden op het gevonden aardewerk wijzen op een herkomst uit de Starčevo-Köröscultuur, met mogelijkerwijze invloeden van de Vinčacultuur. Deze oorsprong wordt tegenwoordig bijna algemeen aanvaard. Vondsten van vroege LBK op de oostelijke Donau-oever in de buurt van Wenen laten een gemengd beeld van invloeden uit de Starčevocultuur en typische LBK-elementen zien.

Met de bandkeramische cultuur deed het neolithicum zijn intrede in Noordwest-Europa, en de boeren hadden geen gebrek aan vruchtbare lössgronden om te ontginnen. Of deze culturele verspreiding echter door migratie of door culturele diffusie is verlopen, is grotendeels een onopgelost probleem. Feit is dat de cultuur zich razendsnel verbreid heeft.

In de vroege periode komen de LBK-boeren in het gebied tussen Main en Neckar in contact met de jager-verzamelaars van de La Hoguette-groep, die tot de Cardiaal-Impressocultuur wordt gerekend, wat voornamelijk blijkt uit de vondsten van mesolithische vuurstenen gereedschappen samen met typisch LBK-keramiek. Welke rol deze ontmoeting precies speelt, is niet helemaal zeker, maar gemengde vondsten van LBK- en La Hoguette-artefacten wijzen op een nauwe verwantschap in deze streek.

[bewerken] Bevolking en levenswijze

Archeologen zien de bandkeramische cultuur in Nederland uitdrukkelijk als stroming binnen een groep neolithische volkeren. Er wordt weliswaar gesproken van 'het bandkeramische volk', maar de huidige archeologen gaan ervan uit dat er meerdere volksstammen met hun eigen technologische verfijningen geleefd hebben.

Deze cultuur behoort tot de oudste landbouwculturen in Midden- en West-Europa. Om landbouw te bedrijven werd eerst een stuk bos gerooid, zodat er voldoende open ruimte ontstond en bouw- en brandhout beschikbaar kwam. Door begrazing van het gedomesticeerde vee, koeien, geiten, schapen en varkens, bleef het gebied rond de nederzetting later open. Men verbouwde emmertarwe, eenkoorn, vlas, erwten, linzenwikke (Vicia ervilia) en peulvruchten en in een late fase papaver.

Kenmerkend zijn de langhuizen (ca. 5-8 bij 20-40 meter) met 5 rijen houten posten, meestal noordwest-zuidoost georiënteerd, waarbij het noordoostelijke deel door middel van extra palen versterkt is en (mogelijkerwijze) door een gevlochten scherm van het zuidoostelijke gedeelte gescheiden was. Waarschijnlijk deed een gedeelte dienst als stal en een gedeelte als woonruimte. De wanden waren waarschijnlijk gemaakt van met leem dichtgesmeerd vlechtwerk, het dak van stro, riet of boomschors.

De huizen stonden meestal apart, soms in groepjes van twee of drie. Vroeger werden grotere aantallen genoemd, maar dit bleek op een misvatting te berusten. Sporen van verschillende langhuizen bleken, nadat ze gedateerd waren, van verschillende datum te zijn en laten een opeenvolging van herbouwingen zien, die nodig waren aangezien de houten bouwsels aan rotting onderhevig waren.

[bewerken] Begrafenisgewoonten

Crematie en begrafenis kwamen bij de bandkeramische cultuur tegelijk voor, soms zelfs op één grafveld. Bij begrafenissen bevond de overledene zich meestal in foetushouding, soms op de linker-, soms op de rechterzijde. Er werden grafgiften meegegeven in de vorm van maalstenen, vuurstenen pijlpunten en gereedschappen, pigmentstenen (hematiet en grafiet), vlees[3] en keramiek.

[bewerken] Aardewerk

Bandkeramiek uit Duitsland (Rauschenberg-Bracht)

Het oudst bekende, keramieken vaatwerk van Nederland is afkomstig van volkeren van de bandkeramische cultuur. Typerend zijn de aaneengesloten bandversieringen die in de buitenwanden van het aardewerk gekrast zijn. Het in Nederland aangetroffen keramiek van de bandkeramische cultuur is vrijwel altijd gebakken uit leemaarde (löss) uit de diepere, maagdelijke leemlagen. Archeologen vermoeden dat er nabij het huis of de boerderij putten werden gegraven waaruit bakleem en leem voor op het muurvlechtwerk werd gewonnen. De zo ontstane kuilen werden later weer opgevuld met slachtafval, potscherven, houtskoolresten en plantaardig afvalmateriaal.

Men bakte destijds het keramiek hoofdzakelijk in het open vuur. Welke handelingen specifiek werden verricht om het bakken te optimaliseren is onbekend. Zo kan het heel goed zijn dat er uitsluitend op vaste plaatsen bakvuren werden opgericht. Zo zijn er in Nederland aanwijzingen gevonden voor het stoken van vuren (buiten de huizen) in kuilen. Ook is onbekend of bepaalde volkeren van de bandkeramische cultuur het bakken van keramiek begeleidden door het verrichten van bepaalde ceremoniële handelingen en of het bakken van aardewerk (daardoor) gebonden was aan bepaalde seizoenen. Mogelijk zou kunnen zijn dat er een voorraadje potten in de zomer werd gebakken voor de winterdagen.

Men is er door nauwgezet onderzoek van verschillende gerestaureerde potten achter gekomen dat er ambachtslieden moeten zijn geweest die hun aardewerkproducten afzetten aan lieden buiten hun eigen nederzettingen. Zo zijn er potten van Elsloose makelij tot in Sittard en Simpelveld teruggevonden. Dit heeft men kunnen vaststellen op basis van overeenkomstige versieringspatronen en vingerafdrukken op het vaatwerk. Er zijn in Nederland nooit concrete sporen gevonden van constructies die duiden op het gebruik van bakovens. Echter, in Sittard en Elsloo zijn kuilen aangetroffen die verharde, verticale wanden met houtskoolsporen dragen. In één kuil werd in Sittard een rest van een aardewerken pot aangetroffen te midden van uitsluitend houtskoolsporen. Dit samen zou kunnen duiden op het bakken van de potten in open vuren ín kuilen.

De in het aardewerk aangebrachte figuren geven een aanwijzing in welke periode van de LBK het valt, omdat naarmate deze figuren een grote variatie vertonen het aardewerk een jongere datering heeft.[4]

[bewerken] Bandkeramische kunst

De oudst bekende afbeelding van een man, de zg. Adonis van Zschernitz is afkomstig van een volk van de bandkeramische cultuur. Ook zijn vele andere beeldjes in gekraste afbeeldingen van deze cultuur bekend, sommige vrouwelijk, de meeste zonder duidelijk geslacht. Kenmerkend hierbij zijn lijnvormige versieringen die op verwantschap met de zogenaamde röntgenstijl wijzen en waarschijnlijk het skelet benadrukken. Het feit dat deze versieringen ook bij afbeeldingen van dieren wordt gevonden, sluit uit dat het om een voorstelling van kleding gaat. Ook zijn figuurpotten bekend gemodelleerd naar menselijke gezichten of staand op een paar voeten en vele afbeeldingen van gehurkt zittende menselijke figuurtjes op potscherven die vanwege hun houding bekendstaan als paddenmannetjes ((de) krötenmännchen).

Waartoe precies deze beeldjes hebben gediend is onduidelijk, maar het feit dat ze vrijwel zonder uitzondering gebroken zijn, doet een cultische betekenis vermoeden.

[bewerken] Landschappelijke aardwerken

De bandkeramische cultuur is eveneens verantwoordelijk voor de oudste aardwerken in het landschap van Midden- en West-Europa. Er zijn vele complexen met grachten, wallen en palissaden bekend (b.v. in Eilsleben en Bördekreis), die meestal, maar niet altijd, op de windstreken zijn uitgelijnd. Hoewel de oudste aardwerken al uit de vroege LBK-periode dateren, zijn meer vondsten uit de jongere tijd bekend. Naast deze walachtige elementen, kennen we ook z.g. ringgraven zoals in Herxheim voor het eerst uit deze cultuur.

[bewerken] Bijzondere vondsten

[bewerken] Langweiler

Sinds 1955 zijn er in deze streek noodopgravingen verricht op terreinen die aangewezen waren voor de dagmijnbouw van bruinkool. In deze omgeving waren al enkele dorpen bekend, en de resultaten van de noodopgravingen stelden niet teleur. In totaal zijn bij opgravingen in het gebied sinds 1955 vijftien nederzettingen gevonden.

De nederzettingen lagen aan de oostelijke rand van de Titzer-Platte een gebied met een vruchtbare lössbodem. Uit de vondsten laat zich een goed beeld vormen van de bewoningsgeschiedenis. Een groot deel van onze kennis over de bandkeramische cultuur is gebaseerd op deze vondsten.

[bewerken] Herxheim

De bandkeramische cultuur is soms raadselachtig. Het beste voorbeeld is wel de opgraving van een ringgraf bij Herxheim [5] in de Pfalz. Hier werd het skelet opgegraven dat al snel bekend stond als Dogman. Van het skelet misten de handen, voeten en de schedel, de overige botten waren verbrijzeld en de ontbrekende delen waren vervangen door poten en een schedel van een hond.

Hij bevond zich in goed gezelschap, want in hetzelfde complex werden nog de skeletresten van meer dan 400 andere personen opgegraven, de meeste door geweld verbrijzeld. Telkens weer stootten de archeologen op fraaie kommetjes gemaakt van schedeldakjes, die door een slag op het gezicht, een slag op het achterhoofd en twee aan weerszijden van de schedel gevormd werden. De schedeldakkommetjes werden soms in stapeltjes gevonden. Het opvallendst was een keramische imitatie van zo'n schedeldakkommetje, kennelijk speelde het kommetje een belangrijke rol bij het begrafenisritueel.

Hieruit werd afgeleid dat de doden eerst begraven werden, daarna weer opgegraven, waarna ze op reis gingen naar Herxheim, waar een rituele herbegrafenis volgde op een plek met magisch-religieuze betekenis. Onder de vondsten bevond zich een opvallend groot aantal onderkaken van honden, waarvan sommigen met hematiet gekleurd zijn. De vraag die werd opgeworpen is welke betekenis de hond in het leven en de denkwereld van de bandkeramiekers speelde.

De overledenen werden vergezeld door vele grafbijgiften, in de vorm van keramiek van goede kwaliteit dat (kennelijk) tijdens of na het ritueel kapotgeslagen werd. Het gevonden keramiek en vuurstenen gereedschappen zijn echter niet lokaal, maar komen uit Saarland, Bohemen, het mondingsgebied van de Moezel, België en het Bekken van Parijs.

Tevens blijkt echter dat de stoffelijke resten in enige gevallen zijn gescalpeerd, waarschijnlijk om bovengenoemde kommetjes te kunnen maken als het lijk nog niet voldoende was vergaan en dat de stoffelijke resten soms met scherpe, maar meestal met stompe voorwerpen zijn bewerkt, in vele gevallen slechts enkele jaren na de begrafenis.

Uit analyse van de stoffelijke resten in complex 9 is echter ook naar voren gekomen dat in de latere gebruiksfases van dit ringgraf wellicht kannibalisme voorkwam[6]. De botresten van ca. 10 personen, waaronder 2 zuigelingen, twee kinderen van 5 en 13 jaar oud en zes volwassenen, zijn snijsporen van vuursteen gereedschappen gevonden. De aard van deze sporen duidt erop dat de stoffelijke resten ontleed zijn door pezen, gewrichtsbanden en spieraanhechtingen door te snijden, alsof met het skelet volledig van weefsel wilde ontdoen. De schedels die in dit complex werden gevonden, dragen scalpeer-sporen en zijn, net als schedelresten uit andere delen van dit gravenstelsel, tot kommetjes (kalotten) bewerkt. Overige beenderen, zoals dijbenen en bovenarmbotten maar ook middenhandsbeentjes en vingers zijn onveranderlijk kapotgeslagen en, naar men vermoedt, van merg ontdaan.

De forensische analyse van de gevonden skeletresten, die in de kalkrijke grond zeer goed bewaard waren gebleven, laat zien dat de bandkeramiekers van Herxheim goed doorvoed waren; er is geen schade aan botten door ondervoeding geconstateerd, er waren geen tekens van typische oorlogsverwondingen en sporen van oude botbreuken bewijzen dat deze geheeld zijn en dat de eigenaar van het bot er nog lang plezier van heeft gehad, en waarschijnlijk vredig is overleden. Tevens is het complex een plaats van grote cultische betekenis, gezien de grote geografische spreiding van de oorsprong van diverse vondsten en de vaste (rituele) behandeling van skeletdelen.

[bewerken] Jungfernhöhle

Een vergelijkbare vondst werd gedaan in een ondiepe grot bij Tiefenellern. In de grot, die niet meer dan 25 meter diep is, werden de skeletresten van 40 personen: 10-11 volwassenen, 4-5 adolescenten en 23 zuigelingen en kinderen. Alle skeletten op twee na waren vrouwelijk en werden vergezeld door grote hoeveelheden LBK potscherven van opzettelijk vernield aardewerk. Uit onderzoek bleek dat de aanwezigen op gewelddadige wijze om het leven waren gekomen en dat de hersens uit de schedels waren verwijderd. Toch wijzen sporen van een goed geheelde botbreuk in een van de skeletten, dat deze vakkundig is gezet en goed is genezen op een redelijke medische kennis.

De vele vondsten, niet alleen uit de LBK-periode, maar ook uit latere neolithische culturen, de bronstijd tot in de late Hallstatt-periode en zelfs uit de late middeleeuwen, leiden tot de conclusie dat deze grot lange tijd als cultusplaats voor een vruchtbaarheidsritus heeft gediend, die ooit door de bandkeramische cultuur met mensenoffers is begonnen.

[bewerken] Neolithicum in grote lijnen

[bewerken] Noten

  1. (de) Linear Bandkeramiker (LBK), (en) Linear Band Ware)
  2. Nederlander stamt af van steentijd-jager - Wetenschap - de Volkskrant
  3. De vondst van dierbotten in sommige graven maakt dit waarschijnlijk.
  4. Wim van Es et al (1988), Archeologie in Nederland, blz. 134, Meulenhoff Informatief, Amsterdam, ISBN 9029099178
  5. (de) Project Herxheim
  6. (de) ibid
  7. Noot bij Tabel "Neolithicum in grote lijnen": hier is niet iedereen het mee eens, Thompson, L.G., Mosley-Thompson, E. & Henderson, K.A., 2000: Ice-core paleoclimate records in tropical South America since the last glacial maximum, Journal of Quarternary Science 15, pp 377-394
  8. Noot bij Tabel "Neolithicum in grote lijnen": hoewel deze theorie niet onomstreden is. [1]
  9. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  10. Warwick
  11. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  12. Volkskrant
  13. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown

[bewerken] Externe links

  • [2] Langweiler 8 e.o.
  • [3] LBK-nederzetting bij Usingen.
  • [4] LBK in het Teutoburgerwald.
  • [5] De Jungfernhöhle
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen