Emmertarwe
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Emmertarwe of Tweekoren | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Emmertarwe |
|||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||
| Triticum dicoccum Schrank (1789) |
|||||||||||||||||||
Emmertarwe, emmer of tweekoren (Triticum dicoccum, synoniem: Triticum turgidum subsp. dicoccon) is een tetraploïde tarwesoort, met wilde en gecultiveerde varianten. De genoomsamenstelling van de emmertarwe is AABB. De voorouder is de wilde emmer (Triticum dicoccoides). In prehistorische tijden was deze soort het belangrijkste stapelvoedsel. Emmertarwe is de oervader van durum (Triticum durum) en kamut (Triticum turgidum) en is historisch gezien de belangrijkste tarwesoort. Bij vele opgravingen in het Midden-Oosten en in Europa zijn resten van deze tarwesoort gevonden. De gedomesticeerde emmertarwe werd al vanaf 7000 v.Chr. verbouwd in onder meer Egypte.
Voor de Tweede Wereldoorlog werd emmertarwe nog verbouwd in Duitsland, in Thüringen en Zuid-Duitsland. Nu wordt het alleen nog maar geteeld in Ethiopië, Turkije en Syrië, waar de soort ook in het wild voorkomt.
Emmertarwe wordt 2 m lang, heeft twee bloempjes per aartje en lange kafnaalden. De graanvrucht is klein en de opbrengst per ha laag.
Vanwege het lage glutengehalte is emmertarwe niet geschikt voor broodbereiding. Deze tarwesoort kan wel als smaakstof voor volkorenbrood worden gebruikt.

